07-09-10

23 dingen...

Vandaag start een internetvorming voor Logo-medewerkers. Web 2.0 - het sociale en interactieve internet is stilaan gemeengoed. De toepassingen kunnen een meerwaarde bieden aan de communicatiemiddelen en -strategieën van de Logo’s. 23 Dingen is een online en offline cursus, waarmee de medewerkers vrij zelfstandig courante 2.0 toepassingen gebruiken. Aan de hand van 23 oefeningen maak je kennis met Twitter, Netvibes, Delicious, Foto-, Video- en Audiosites, je leert bloggen en een wiki maken, kortom webtoepassingen die je mogelijks bij gezondheidspromotie kan inzetten.

Het oorspronkelijke “23 Things” komt uit de bibliotheeksector in de VS en werd in Vlaanderen en vooral in Nederland gretig overgenomen en voor verschillende sectoren vertaald, herdacht en herwerkt. Wie op eigen houtje op verkenning wil kan dit via: http://www.23dingen.be, http://23dingenvoormusea.nl, http://23dingenvoorarchieven.nl, http://23politiedingen.nl. Het concept heeft een Creative Commons licentie, wat wil zeggen dat iedereen kan het gebruiken mits vermelding.

Wie meer begeleiding en ondersteuning nodig heeft, zakt twee lessen af naar Kortrijk. In de eerste les krijg je de basiskennis over het concept, de werkwijze. Daarna ga je met een reeks opdrachten naar huis. Wekelijks verken je enkele instrumenten. Je rapporteert en krijgt online feedback. Op de tussentijdse bijeenkomst is er tijd voor reflectie en bijsturing. Het programma en de on-line ondersteuning lopen verder tot 6 december. Een online evaluatie en feedback moment sluit het geheel af.

Het cursusmateriaal voor de eerste samenkomst bestaat uit

- een algemene inleidende lezing met de titel Flaneren in cyberspace, Zoeken naar digitale gezondheidspromotie en ziektepreventie. Bekijk de presentatie hier.

- een digitale cursus op http://sadan.wikidot.com. Het betreft hier een cursus e-cultuur die ook oog heeft voor ICT en bronnenonderzoek zoals dat aan het eerste jaar sociaal agogisch werk gedoceerd wordt.

- een digitale bibliografie op http://www.delicious.com/benedictwydooghe. De bibliografie bevat verwijzingen en syntheses van internetteksten. Ze is op verschillende wijzen te organiseren.

- videomateriaal De cursisten kijken op https://www.impulscentrum.benaar de drie afleveringen van The virtual revolution 1 : The great levelling Canvas 13/04/2010, The virtual revolution 2 : Enemy of the state Canvas 20/04/2010 en The virtual revolution 3 : The cost of free Canvas 27/04/2010 en de reportage onder de titel Wikis waarheid van VPRO Tegenlicht.

Op eigen houtje verkennen de cursisten 23 ‘dingen’ die ze mogelijks in hun praktijk kunnen inzetten. Het gaat om de volgende toepassingen:

0. Lijstjes bijhouden? Probeer het eens met dit instrumentje: http://www.apestaartjaren.be/mediapedia/online-lijstjes-b....

1. Sociale netwerken: www.linkedin.com & www.facebook.com.

2. Zorg voor plaatjes: www.picassa.com, www.slideshare.com en www.youtube.com.

3. Blogs: www.gameovergames.skynetblogs.been http://www.benedictwydooghes.blogspot.com en talloze andere…

4. Hou overzicht over al die blogs: www.netvibes.com

5. On-line favorieten: www.symbaloo.com en zijn varianten bekijk je op http://sadan.wikidot.com/3-web-2-0n

6. Maak je eigen tekenfilm: http://www.xtranormal.com.

7. Presenteer eens in pdf (handleiding: http://www.apestaartjaren.be/mediapedia/meer-doen-met-pdf), met www.wordle.net ofwww.mindmapper.com.

8. Geografisch: http://earth.google.com/intl/nl, http://maps.google.be, http://www.routenet.be en sinds kort: http://www.batchgeo.com/nl. Als je in Google een adres of postcode intikt en vervolgens op Maps klikt, dan wordt die locatie meteen op een kaart ‘geplot’. Met BatchGeo doe je dat voor veel plaatsen tegelijk. Zo breng je alle adressen uit een Excel-file in kaart of creëer je in een paar muisklikken je eigen Google Map die je deelt.

9. De google earth van het menselijk lichaam: http://www.visiblebody.com

10. Organiseer zelf je info en werk samen op internet: http://www.wikidot.com, www.wikipedia.com en www.wikileaks.com

11. De cb van het internet: www.twitter.com

12. Ben je aanwezig in www.bibliotheek.be en http://webwijzer.bibliotheek.be

13. Games mogen zeker niet ontbreken: http://www.spelletjesoverzicht.nl/spelletjes/geneeskunde.

14. Muziek: http://blip.fm, maar ook http://www.listentoyoutube.com is razend interessant. Je maakt van een videoclip een mp3 bestand.

15. Toon waar je bent: http://foursquare.com, lees er over op: http://www.6minutes.be/NL/Artikel.aspx?ArtikelID=19838&RubriekID=3&UserID=20&ab=181489

16. Licht futuristish is Goggles: voor een demo zie: http://www.youtube.com/watch?v=Hhgfz0zPmH4, vergelijkbaar is http://www.gazopa.com, maar dan voor het niet mobiele internet

17. Een geestigheidje: http://howbigreally.com of misschien bruikbaarder is http://learn.genetics.utah.edu/content/begin/cell/scale. De site kon evengoed onder tegengestelde titel als de vorige url: howsmallreally, of  zo.

18. Orden je online info: www.delicious.com.

19. Zorg dat je aanwezig bent: http://www.desocialekaart.be  

20. Nieuws: http://www.mediargus.be/vowb en http://www.nieuwsbronnen.com

21. Uitwisselen van grote bestanden? http://www.dropbox.com en https://www.airdropper.com

22. Hoe diverse media naar elkaar toegroeien: http://ineuropa.nl en http://beagle.vpro.nl

23. Geef karakter aan je presentaties met http://prezi.com

En voor wie er niet genoeg van krijgt:

24. Ingrediënten.nl, is een kooksite die gerechten voorstelt op basis van wat je in huis hebt. De database omvat combinaties van ‘compatibele’ ingrediënten. Alle ingrediënten worden geïllustreerd en vergezeld van uitleg, een Wikipedia-link en voedings- en energiewaarden. Je ziet hoeveel gerechten je kan maken met het geselecteerde ingrediënt en welke producten lekker combineren.

25. Online monteren van filmmateriaal:http://jaycut.com/

26. http://www.bounceapp.com/ gebruik je om feedback te geven op beeldmateriaal waarbij mail niet efficiënt is. Via een screenshot, een kader en een tekstballonne geef je commentaar. Na het saven krijg je een URL waar anderen opnieuw op kunnen reageren.

Docent: Benedict Wydooghe, KATHO-IPSOC, IPSOC Bijscholing

Data: 7 september en 28 oktober 2010
 (13.30 -17.30 uur)

Plaats: IPSOC, Kortrijk

09:56 Gepost door Benedict Wydooghe in v_Vorming | Permalink | Commentaren (0) | Tags: voer sleutelwoorden in |  Facebook |

04-05-10

Het mobiele internet: de WIFI-generatie

In de afgelopen 20 jaar zijn we als samenleving de ethiek in ons handelen en het fatsoen in ons taalgebruik ten dele kwijtgeraakt. De Westerse cultuur lijkt op dat punt op het Romeinse Rijk in zijn nadagen. Een cultuur kan maar een beperkte hoeveelheid massa ranzigheid doorstaan, anders stort zij in.”

Marcel Bullinga in: De WIFI-generatie.

 

Enige retoriek is de futuroloog Marcel Bullinga niet vreemd. En ja, natuurlijk, het gaat over de internetwijn. In een nieuwe zak? Neen, in een baxter, deze keer. Wie het boek ‘De WIFI-generatie’ leest, stelt vast dat Nederland in paniek is. Het mobiele internet dient er zich sneller aan dan in Vlaanderen en de consequenties zijn het duidelijkst in het gedrag van de jonge smartphone bezitter. In Nederland heeft 25% van de 6 tot 8 jarigen een mobieltje. Bij de groep ouder dan tien is dit 100 procent. Hoeveel smartphones er daarvanbij deze jongeren in omloop zijn, maken de auteurs Liesbeth Hop en Bamber Delver niet duidelijk. Ouders motiveren de aankoop van een toestel paradoxaal genoeg vanuit de ‘veiligheid’ van het kind. En die Nederlandse ouders blijken erg naïef als we het boek geloven. Ze veronderstellen dat de enige functie van het toestel bellen is. Doorgaans zijn onze Noorderburen toch iets vertrouwder met het internetfenomeen. Neen? Hier in Vlaanderen weten de meeste ouders toch dat de smartphone grondig verschilt van een telefoon: het is een toverstaf die in de toekomst nog veel meer zal kunnen. Nog meer? Jawel... Het controleert de brandvergunning van de omgeving waar je logeert, het checkt wie die jongens op het schoolplein zijn. Het checkt waar je huisarts zijn diploma behaalde, het checkt of iemand meerderjarig is. Je betaalt er de skilift mee, het zegt je of de wind aangenaam is om te skiën en waar je vrienden zich bevinden. Als een radar doet het in luttele seconden metingen die ooit voorwerp waren van langdurig onderzoek in dure labo’s. Je betaalt er het kaartje van het zwembad mee, je checkt de waterkwaliteit en je opent er je locker mee.[1] De smartphone garandeert je persoonlijke veiligheid. Maar zover zijn we nog niet. Voorlopig beperken de apparaten zich tot internet: chatten, mailen, youtube kijken, surfen… Niets nieuws onder de zon behalve dat internet nu overal toegankelijk is en dat kinderen zich overal terugtrekken met hun toestel. En dat baart de auteurs zorgen. Terecht. Alhoewel, het is ook plezant om te lezen hoe Jesper na school met zijn vrienden bij het huis van de buurman staat omdat hij een snellere verbinding heeft en om hem aan de ouderlijke controle te onttrekken. “Ook sta ik liever buiten dan binnen, anders vraagt mijn moeder altijd wat ik doe.” Of wat er op campings gebeurt. Die nemen WIFI als concurrentievoordeel, zoals ze de eerste kleurentv of het eerste zwembad aanboden. Jongens fietsen er met hun mobieltje en vergelijken de omgeving met Google Maps en als Omars gezin een vakantieplaats kiest, vraagt hij of er internet is. Anders gaan ze niet! De vorige vakantie was perfect. “Daar had je goed internet. Overal op de camping kon je internetten, niet alleen bij je tent.” Met de nieuwe vakantievrienden gamet Omar nu bij het zwembad.

Als de auteurs schrijven dat televisie kijken niet meer is zoals vroeger - het toestel waar je samen voor zat - is hun nostalgie net iets te groot. Alsof de ouderlijke macht zich in die dagen beperkte tot het zinnetje “Ga naar bed” of ze er vanaf kwamen met de vraag “Naar welk programma zullen we kijken.” Ik herinner me in die tijd ook al hevige protesten tegen het eerste commando. De democratische vraag kan ik me daarentegen niet herinneren. Vader bepaalde wat er op tv kwam. Vallen kinderen met mobieltjes en spelcomputers buiten het stembereik van hun ouders, zoals de auteurs suggereren? Ik denk het niet. Moeten de jongeren zelfstandig grenzen stellen aan de tijd die ze aan media besteden? Ik denk het niet. Ik geloof niet dat het leven in die dagen eenvoudiger was. Dat lijkt alleen zo, nu zoveel later. Als je kijkt naar de waarschuwende en ongeruste literatuur over de kijkbuiskinderen, dan is die misschien wel omvangrijker dan het aantal publicaties over het internet gevaar. En de ouders? Die klinken zoals vroeger… “Hoe ouder hij wordt, hoe meer hij zijn eigen leven heeft. Ik zorg alleen voor eten en een slaapplek” klaagt een moeder. “Alsof het hier een hotel is.” Waar hoorde ik dat eerder? Het traceren van historische verschillen en parallellen is niet de sterkste kant van de auteurs. Desalniettemin slaan ze de nagel op de kop als ze stellen dat ouders, scholen, hulpverleners en politiemensen nauwelijks voorbereid zijn op het mobiele internet. Dat is een feit. “We zijn het gewend dat jongeren met hun mobieltjes op ons staan te wachten" getuigt een agent. “Het is een absurd gevoel om constant te worden gefilmd en gefotografeerd door omstanders, zelfs hele jonge, terwijl je werkt. (…) Mobieltjes zijn een wapen. Je kan er mee worden geïdentificeerd als je undercover werkt. Vergeet niet dat het heel intimiderend werkt om vlakbij je gezicht zo’n filmend mobiel te krijgen!”

De kenmerken van de WIFI-generatie maken het mogelijk om haar te begeleiden en hun gedrag te kaderen. Vergeet het multitasken en de generatie Einstein, die bestaan niet. De WIFI-generatie…

1.       Heeft veel privacy en leeft buiten het blikveld van de opvoeders
2.       Is autonoom in het interpreteren van mediaberichten
3.       Is Inline: overal en altijd online
4.       Is traceerbaar in plaats, tijd en activiteit (waar ben je vraag je niet, dat zie je)
5.      
Is in technische vaardigheden versneld, in kritische reflectie vertraagd
6.       Registreert zonder toestemming: iedereen is paparazzo
7.       Downloadt niets (het ‘hebben’ is achterhaald), uploadt alles
8.       50% verkiest de fysieke peergroup boven de virtuele

Omdat filteren nauwelijks werkt en omdat leerkrachten, hulpverleners of agenten de ontwikkelingen niet bijbenen, pleiten de auteurs de een nieuw kennisberoep en een nieuwe vaardigheid: de mediacoach en mediawijsheid. Dat is uiteraard niet voldoende, stellen ze. Het vangnet voor de WIFI-kids heeft een update nodig. Dit net is hopeloos ouderwets en zit vol gaten. De ouders, de overheid, het onderwijs, de bibliotheken, de mediatheken, het bedrijfsleven en de media-industrie krijgen een veeg uit de pan. “Die reageren niet op hedendaagse ontwikkelingen, laat staan op de toekomst. Updaten is een must.”

Voor die update hebben ouders of hulpverleners geen grote theorieën nodig. Die kan klein en eenvoudig beginnen. Om dit te illustreren eindig ik met twee vergelijkende vragen. Horen kinderen van pakweg tien jaar een supersnelle, en krachtige zakcomputer continu bij zich te hebben om overal on-line te zijn, zoals in Nederland nu het geval is?

Of, anders gezegd, is het verstandig om tien jarige te leren autorijden?

Met een Porche?



[1] Naar Marcel Bullinga, futurist, in: HOP L & DELVER B. De WIFI-generatie. De jeugd op het mobiele internet. Nationale Academie voor Media & Maatschappij, Zutphen, 2009, p. 26.

14:21 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-03-10

Twee game experimenten!

Experiment één

In het kader van haar masterproef Communicatiewetenschappen onderzoekt Laura Herrewijn 'iets' over gaming. Dat doet ze via een nogal misterieus online experiment. Je speelt een klein 2D computerspel dat 'Flight of the Strihuhn' heet en dat door de studente zelf ontwikkeld is. Je speelt tot level 2. Daarna antwoord je op eenvoudige vragen. Laura zoekt zoveel mogelijk participanten, leeftijd speelt geen rol. Ze wil niet veel details prijsgeven over het precieze doel van haar onderzoek gezien dit de resultaten kan vertekenen. Ze vraagt om de 'clue' na het spelen en het invullen, niet door te geven aan wie het spel aldus nog wil proberen. Alle informatie over het spel en het spel op http://www.moddb.com/games/flight-of-the-strihuhn.

 

Experiment twee

De provincie West-Vlaanderen – Westhoekoverleg & EW32 zoeken 18 tot 25 jarigen die zich vier dagen onderdompelen in een real game. Onder begeleiding zoek je met een 20-tal anderen naar een concept voor een serious urban game. Vanaf dag één bevinden de deelnemers zich in een ‘reallife – game’ waar ze via ‘missions’ een spelconcept uitwerken. Het beste concept wordt geselecteerd door een professionele jury en verder uitgewerkt. De workshops gaan door in de paasvakantie, van 6 tot 9 april in het Esenkasteel van Diksmuide, van 10 tot 17 uur. Er veel ruimte voor eigen creatie, maar het is tegelijkertijd is het een bijscholing waarbij professionals uit de game-industrie, social networking en applicatieprogrammeurs input geven. Een unieke kans, echt. Bovendien is GameLab is gratis (openbaar vervoer, drinken en eten inbegrepen) en bijgevolg de  plaatsen beperkt. Kan je die dagen vrijhouden en deelnemen? Mail lieve.ew32@gmail.comKijk hiernaast eens naar het promotiefilmpje dat de organisatoren samen met Freddy de Vadder in elkaar boksten, dan krijg je de smaak helemaal te pakken.

13:20 Gepost door Benedict Wydooghe in g_Gamers | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-02-10

Help! Mijn kind is verslaafd aan internet

Koppen zorgt voor onnodige ongerustheid

Het werd ruimschoots op voorhand aangekondigd. Het programma Koppen zou, naar aanleiding van de Safer Internet Day, experimenteren met twee jongeren die zich één week de toegang tot internet ontzeggen. Nu, carnaval breekt aan en dan mag je al eens overdrijven of van de jongere een karikatuur maken, dachten de makers wellicht. En, het moet gezegd Bert en Marucha spelen hun rol voortreffelijk. Ze spenderen per dag ongeveer drie uur aan internet en voelen zich, in weerwil van wat de titel ‘Steeds meer jongeren verslaafd aan internet’ doet vermoeden, zichtbaar goed in hun vel.

De titel stoort om drie redenen. Ten eerste toont de reportage op geen enkele wijze aan dat steeds meer jongeren verslaafd zijn aan internet. Ten tweede stuurt de titel de aandacht van (mogelijke) hulpverleners en ongeruste ouders in de foute richting. Ten derde doet de reportage uitschijnen dat je die titel, en met name de woordjes ‘steeds meer’ zelfs heel letterlijk mag nemen: Wim de Vilder spreekt in zijn inleiding over 1 op 8 mensen die dwangmatig internetten, terwijl iets verder in de reportage het aantal probleemgevallen al is toegenomen tot 1 op 7. Dat de makers de principes van de historische kritiek aan hun laars lappen, is op nog meer plaatsen zichtbaar. Wie beweert dat? Wie deed hier onderzoek naar? En, wat bedoelt men met verslaafd? Dat de drang ernaar of de afkickverschijnselen lijken op een alcohol- of drugsverslaving? Bert speelt zijn rol voortreffelijk en getuigt met een glimlach over zijn slapeloosheid en nachtmerrie. Hilarisch wordt het als hij vertelt hoe hij struikelt over een doos. “Normaal ben ik heel lief voor die dingen, maar nu heb ik ze aan flarden gescheurd.” Niet alleen agressie maar ook depressies zouden een internetverslaving kenmerken. Je hoeft geen psychiater te zijn om te zien dat Marucha en Bert géén depressie hebben, noch agressief zijn.

Wat de reportagemakers werkelijk tonen is uiteindelijk veel minder sexy dan wat de titel suggereert. Koppen toont hoe jongeren internet gebruiken om hun identiteit te ontdekken én vorm te geven. En dan blijkt, met dezelfde beelden en commentaar dat jongeren niet anders zijn dan vroeger. Ze maken plezier en hebben vrienden. En vandaag gebruiken ze daarvoor het internet. De vraag is niet of ze te lang online zijn. Neen, jongeren zijn inline, altijd aanwezig via pc of gsm. Wie Berts site bezoekt, ontmoet een creatieve gast die reacties uitlokt en aandacht zoekt. Eigen aan de leeftijd, zou de ontwikkelingspsycholoog zeggen. De titel geeft de reportage echter een andere betekenis en zorgt voor nodeloze ongerustheid bij wie internet niet kent.

In een genuanceerde studie over internetgedrag van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) staat te lezen dat jongeren wel degelijk risicogedrag stellen en dat marketingstrategieën hen manipuleren tot meer consumptie. Om hun weerbaarheid hiertegen te verhogen roept het OIVO ouders op om meer kennis te nemen van de risico’s. Er is geen ongerustheid nodig, maar kennis en interesse. Enkel zo maak je minderjarigen weerbaar in cyberspace. En niet door hen te laten bekennen 'ik ben verslaafd.'

---

Bezoek de site van Bert op www.youtube.com/bertdc. Schitterend wat hij daar doet!

12:27 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-09-09

Het betere knip (en plak) werk

Von Trier is er weer. En wij gingen zien. Samen met een kleine veertig tweedejaarsstudenten maak ik er een gewoonte van om nu en dan de Kortrijkse Pentascoop binnen te lopen. De beelden die de Deen in deze productie schiet, zijn ronduit fantastisch en zijn uitermate geknipt voor een college en een workshop rond beeldtaal en beeldcultuur. Dat brachten we na de film onmiddellijk in de praktijk.

 

VOORKENNIS

Humo laat zich zo uit over de film: óf je verwenst hem, óf je bent er kapot van. Een reeks studenten was er behoorlijk kapot van, net als de twee hoofdfiguren, maar dan letterlijk. Zelden zagen we een film die zo diep snijdt. Zelf lees ik niet graag recensies voor ik de bioscoop binnenstap. Voorkennis is dodelijk en zeker in dit geval. “Nu, van de studenten hoef je het lezen niet te vrezen”, knipoogt een collega. Bij hen werkt de geruchtenmolen. Eén student zag de film al (op dvd begod!). Hij kreeg een vrijstelling én spreekverbod. 

Na de film zit je met meer vragen dan antwoorden en ik snuffel na op internet. Over de esthetische keuzes van de regisseur en de betekenis van de beelden valt zoals altijd weinig te vinden. Over het productieproces en de verhaallijn daarentegen des te meer. Jammer. Is er dan niemand die dieper kijkt dan de bovenste laag? Toch wel. Dennis Van Dessel drukt het ongeveer zo uit: Von Trier suggereert dat Satan (en niet God) de natuur schept en dat die natuur in oorsprong geen Eden of aards paradijs is maar, gewelddadig en chaotisch. Het in cultuur brengen daarentegen is het rationaliseren van die cultuur.

 

ZELFTHERAPIE

Von Trier maakte zijn Antichrist tijdens een periode waarin hij zijn eigen depressie te lijf gaat. 'Ik had geen levensdoel meer' vertelt hij ergens. Het is eraan te zien, sneerde een vriendje van een studente bij een borrel achteraf. Hij drukte het ongeveer zo uit: “Rijp voor Pittem.” Of net niet, zoals Von Trier het zelf zegt? Dient de film dient als zelftherapie? Want daar gaat het over. Het thema is duidelijk: het verwerken van verdriet, rouw en verlies. Subthema’s zijn lust, angst, wanhoop, doodsvrees, reinheid en onreinheid. Een aantal kritieken rekenen Von Trier hierop af: hij zou door zijn eigen depressie niet kritisch genoeg geweest zijn ten aanzien van zijn eigen film. Ik ben het daar niet mee eens. Ik leg het uit.

 

SYMBOOLTAAL & CONTRAST

In het begin van Antichrist doen de tegengestelden Eros en Thanatos hun intrede via de vrijscène die afwisselt met het kind dat de dood opzoekt. Een derde element zorgt voor extra contrast: de wasmachine. De drie komen samen tot stilstand: het kind smakt op de grond, de partners komen klaar, en de wasmachine tot stilstand. Tweemaal onzuiverheid, een keer zuiverheid (de was is proper). Daarmee is de toon gezet: we zullen nog contrasten te zien krijgen: emotie versus rede, het spirituele versus het rationele, natuur versus cultuur, vrouw versus man,  een betoverend sprookjeslandschap versus een angstaanjagende horrorjungle,  kortom, alle ingrediënten voor een etherische droomcinema die keihard botst met een hallucinante nachtmerrie. 

De film is vormelijk symmetrisch opgebouwd. Een symmetrische compositie zorgt voor een rustig, stabiel gevoel, precies het tegenovergestelde van wat de regisseur wil bereiken. De proloog en de epiloog zijn zwart-wit en stoppen het verhaal als het ware in een kader. De hoofdstukken zelf zijn ook zuinig met kleur. Groene en blauwe tinten overheersen in het mysterieuze woud waar het grootste deel van de handeling zich afspeelt. Precies midden in de film, ik zal het eens chronometreren, verandert de sfeer. Op dat moment zegt de vrouw dat ze genezen is en zien we een vos 'Chaos reigns!' zeggen terwijl hij zijn ingewanden likt. Dat is het teken, de omslag, een beetje vergelijkbaar met wat Tarantino doet in From Dusk Till Dawn. Als kijker ben je even verward, en dat mag of moet zelfs.

Von Trier is dus zuinig met kleur en zuinig met personages (we zien slechts drie of vier acteurs) maar overdadig in zijn tableaus met hun magnifieke compositie en de symbolische verwijzingen. De waterdruppels zorgen voor een bijzonder esthetische fotografie, maar ze hebben ook een symboolfunctie. Ze verwijzen naar het zachte zuiveren (cfr. de wasmachine uit de openingsscène). Het trommelen van de eikeltjes bezorgen de personages en de kijker het tegenovergestelde gevoel: harde, pijnlijke angst. Weer contrast, dus. Verder zijn er de drie bedelaars, (in de vorm van een hert dat bevalt, een vuile kraai en een vos met een belletje), occulte tekeningen van heksenjachten, het is symbooltaal die je vragen doet stellen. Wat hebben heksen met voeten?  Er zijn de voeten die branden op de grond, er is het fout aantrekken van de kinderschoenen... Ook de heksen in The Wizard of Oz hadden iets met toverschoenen, heksen martelde mens met de fameuse Spaanse laars, het pentagram wordt ook heksenvoet genoemd (wat ons bij het magische cijfer vijf brengt: vijf tenen aan een voet, de vijf elementen: geest, water, vuur, aarde en lucht... Ik weet het niet. Straks zie ik de film een tweede keer. Misschien haal ik er meer uit.

 

FOUCAULT VERSUS FREUD

Vormelijk dus symmetrisch, maar inhoudelijk zwaar tegenstrijdig: de mannelijke, therapeutische wetenschap wordt een vrouwelijk bijgelovig verhaal over hekserij. Heeft Von Trier Michel Foucaults 'Geschiedenis van de waanzin' gelezen? Heeft hij Freud gelezen? Het kan niet anders. Freud vergelijkt heksen met geesteszieken in een onwetenschappelijke tijdperk. Mensen met akoestische hallucinaties, slaapwandelaars of personen die ander eigenaardig gedrag stellen, krijgen in de zestiende eeuw noch een wetenschappelijk diagnose noch een wetenschappelijke behandeling. Freud bestudeerde de Malleus Maleficarum (een handboek om heksen uit te drijven) als een pre-wetenschappelijke psychiatrische handleiding. De auteurs Heinrich Kramer en Jacob Sprenger benadrukken dat vrouwen een man castreren. Ze nemen het orgaan weg, niet door de man ervan te beroven maar door het te verbergen met glamour. Glamour verwijst nu naar schoonheid, destijds wijst het op castratiemagie. Dit alles zien we in het tweede deel van de film: de vrouw neemt de macht over van de man en verwerkt op haar manier het verdriet. Dit alles speelt zich af in een woud met de naam ‘Eden’ of het verloren paradijs. De vertikale lijnen van de bomen zorgen voor een claustrofobische sfeer, je krijgt de indruk nooit nog uit het bos te kunnen ontsnappen.

De visie van Freud is echter compleet tegengesteld aan die van Michel Foucault. Kernpunt is dat niet de heks de voorloper is van de psychiatrische patiënt, maar de inquisiteur de voorloper is van de huidige mannelijke wetenschapper (psychiater). En dit toont het eerste deel van de film waar de man therapeutische sessies geeft om zijn vrouw te genezen. Hij bereikt - hoe kan het ook anders - het omgekeerde effect. Hij analyseert haar kapot en maakt van een rouwproces een logisch stappenplan. Uiteraard werkt de aanpak niet. Het draait anders uit. Let ook op het camerawerk tijdens de therapie. Dat is niet toevallig desorïenterend.

 

GRUWELPORNO? 15 SECONDEN!

Tot slot, waarom maakt de film ophef? In Cannes verlieten mensen gechoqueerd de zaal zodat de producer er over dacht een verknipte versie te tonen. In Kortrijkse versie werd niet geknipt, alhoewel. Het is hem allemaal te doen om enkele close-ups van een piemel in actie, een schaar bij een clitoris en een martelscène met een slijpsteen. Al bij al gaat het om vijftien seconden beeld die de discussie over het controleren en respecteren van de leeftijdsratings heropent. We gaan er hier niet op in. De discussie is aan de orde in het werkcollege. We kunnen misschien besluiten met de woorden van Sander Van Nieuwenhuyse. "Antichrist is voor niemand geschikt en toch is het een film die je gezien moet hebben."

 

---

 

Bronnen

 

http://www.malleusmaleficarum.org/downloads/MalleusAcrobat.pdf

 

http://www.radio1.be/programmas/peeters-pichal/raak-je-onder-16-makkelijk-binnen-bij-knt-film

 

http://www.demorgen.be/wca_digi/film_detail/101/259829/Antichrist.html

 

http://www.humo.be/tws/film-reviews/6027/antichrist.html 

 

 

 

 

 

10:47 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

18-09-09

Een primeur in België

Afgelopen vrijdag was er bekendmaking van de geselecteerden voor de Innovation Awards die doorstromen naar de laatste ronde. Onze sociale hogeschool Ipsoc valt drie maal in de prijzen! In de categorie Sociaal Werk is het vooral de Anti-pest game die in het oog springt. Lees zeker ook eens het artikeltje dat onlangs verscheen in de stadskrant van Kortrijk. Langs deze weg willen we alle begeleiders en hun student(en) nog eens bedanken: Eveline Vandierendonck, Tine Zutterman, Nele Warlop, Isabel Steverlynck, Natalie Uyttenhove, Evelien Depauw, Stefaan Pleysier en de coördinatie door Linda Lacombe. Als geselecteerden van de laatste ronde zijn we uitgenodigd voor de uitreiking op 14 oktober in het Concertgebouw in Brugge.

We zullen een plastron en een wit hemd moeten aandoen. 

 

09:53 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-09-09

Bijscholen in E-cultuur?

Op donderdag 26 november en 3 december doceert Benedict Wydooghe in Kortrijk voor Vorming plus over Facebook, Twitter, LinkedIn, MSN. Deze sociale netwerksites geven het web een uitgesproken sociaal karakter. Kinderen hebben er clubjes, jongeren wisselen er huiswerk uit. Studenten blijven met elkaar in contact ongeacht waar ze studeren. Jonge moeders tonen er trots hun babyfoto’s en volwassenen vinden er oude vrienden terug. Senioren praten er met hun kleinkinderen... Kortom, alles wat je in het echte leven doet, kan tegenwoordig via een sociale netwerksite. Deze cursus verkent die sites. Hoe zien ze er uit, wat doe je er en hoe doe je het? Na een kennismaking met de mogelijkheden volgt een kritische benadering: Welke gevaren loeren om de hoek en hoe wapen ik me?  Inschrijven via: http://www.vormingplusmiddenzuidwest.be/Default.asp?CID=7....

Wie zin heeft om te bloggen of verhalen te schrijven, kan terecht bij Vormingplus in Kortrijk op donderdagen 14, 21 en 28 januari 2010. Benedict Wydooghe doceert er de cursus 'Bloggen is een werkwoord' en verkent in een eerste les de blogwereld. Wie zijn die bloggers? Wat schrijven ze? Hoe blijf je efficiënt op de hoogte? In les twee ga je aan de slag: behalve knoppenkennis, helpen schrijftips je aan een vlotte tekst en zorgen lay-outtips dat je tekst prettig oogt. Les drie werkt de blog af: je voegt foto of video toe en promotips zorgen dat je teksten een publiek krijgen.

13:28 Gepost door Benedict Wydooghe in v_Vorming | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-06-09

Weerbaar, veerbaar en eerbaar

Gisteren gaf ik op een studiedag een korte presentatie over digitale weerbaarheid  bij jongeren. Niet zolang geleden lazen we dat ongeveer vijftig procent van de jeugd kiest voor een verblijf op internet of in games in plaats van de ‘echte’ wereld. Vandaar dat het thema op de studiedag niet mocht ontbreken. De titel van de presentatie klonk: “Weerbaar, Veerbaar en Eerbaar” en stelt drie vragen. Eén. Is de jongere digitaal weerbaar? Twee. Beschikt hij of zij over voldoende veerkracht en, drie, hoe eerbaar gedragen zij zich op dat net. Het weerbaar maken gaat samen met het aanleren van een kritische houding. Weerbaarheid is een sociale vaardigheid. Kritisch zijn is een informatievaardigheid, maar beiden kunnen niet zonder elkaar. Enfin, ook op internet vraagt ons gedrag een stuk weerbaarheid. En daar kunnen we ons maar beter van bewust zijn. In mijn presentatie ga ik even in op cyberpesten. Het onderwerp is voer van gevoerd en lopend onderzoek. Dat cyberpesten stevig is doorgedrongen in het leven van de Vlaamse tiener, is volgens veel onderzoek en de mediaberichtgeving zeer duidelijk. Alhoewel... ik wil hier even nuanceren. Veel minder duidelijk is de ernst van de problematiek. Waarom?

  1. Het debat is voor een stuk in de media gevoerd en belicht dus vaak uitzonderingen in plaats van wetmatigheden.
  2. Het debat gebruikt juridische termen zoals daders en slachtoffers. Sommige onderwijsmensen en ouders dit jargon te vlug over.
  3. Bovendien polariseren de begrippen daders en slachtoffers het debat in een zwart wit denken, terwijl er bij pesten vaak sprake is van een interactie waar goed en slecht niet altijd uit elkaar te houden zijn.
  4. Zijn de gevolgen van cyberpesten erger of net niet erger dan gewoon pesten? Jonge vorsers en de media beklemtonen het schrikwekkende terwijl sommige onderwijzers en ouders vaak genuanceerder zijn. Cyberpesten laat veel sporen na en dat vergroot de opsporingskansen. En dat is geruststellend, aldus de ouders van ‘slachtoffers’.

De discussie is hierbij geopend. Informeer je voor je een standpunt inneemt, of presenteer enkele persoonlijke ervaringen, die zijn minstens even waardevol. Zeker lezen en toetsen of dit klopt me jouw ervaring: www.klasse.be/leraren/index.php?p=archief&id=12130 en www.viwta.be/files/Eindrapport_cyberpesten_(nw).pdf.

De volledige presentatie bekijk je en lees je op www.slideshare.net/benedictwydooghe/weerbaarheid.

14:16 Gepost door Benedict Wydooghe in b_Bezorgde ouders | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-05-09

Bewegen uit het lichaam van een ander

Eric_JorisToen ik gisteren door  de schoolbibliotheek wilfte, stootte ik op een boek met een merkwaardige illustratie. Het kunstwerkje van Erik Joris en (het plezantste Vlaamse) collectief CREW is het resultaat van een performance die de mediatisering van onze zintuigen uitdrukt. “De inzet van immersieve technologieën maakt het concreet mogelijk vanuit het lichaam van ‘de ander’ te bewegen en te ervaren. Uit deze radicale symbiose wordt een nieuwe intimiteit geboren, of – anders beschouwd – een nieuwe vorm van zelfverlies.” Kortom, een bijzonder treffende illustratie op de kaft van een boek over technologie en ethiek. Studenten of onderzoekers die een actueel en vrij volledig overzicht willen van de schaduwkanten van de netwerksamenleving en de maatschappelijke discussies en reflecties die hierbij aansluiten, kunnen sinds kort terecht bij het handboek van Bern Martens, Gerben Dierick & Wijnand Noot. Hun ‘Ethiek en weerbaarheid in de informatiesamenleving’ richt zich naar het hoger onderwijs en kan dienen als cursustekst bij seminaries rond ethische en maatschappelijke kwesties verbonden met de ontwikkeling en het gebruik van ICT. Het behandelt kwesties over ICT en privacy, auteursrecht, vrije meningsuiting, computermisdaad, twijfelachtige en bedenkelijke informatie, cyberpesten, pornografie, racisme, smaad en laster, gezondheid, de digitale kloof, ict en onderwijs. Ikzelf heb er een paar nieuwe woordjes geleerd. Zo zijn topless meetings vergaderingen waar het gebruik van laptops, pda’s en andere elektronica uit den boze zijn en zo is Wilfen het ronddolen op het web, niet meer wetend waar je eigenlijk naar zoekt. What was I looking for?

---

Het boek is uitgegeven bij Lannoo Campus , Leuven, 2008.

15:29 Gepost door Benedict Wydooghe in o_Onderzoek | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

"Ze kunnen het niet"

Als docent ICT wordt mij telkens weer gevraagd hoe het komt dat studenten niet kunnen refereren en dat docenten niet weten welk systeem zij moeten gebruiken. Ik beantwoord de vraag jaarlijks. En het is weer zover. Laat  me eerst en vooral de vraag ontleden. 1. Als studenten niet kunnen refereren, gaat dit bijlange niet om alle studenten. Een grote groep kan dit wel, zij die het niet kunnen vallen echter meer op. 2. De vaardigheid wordt in het eerste jaar aangeleerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die in het derde jaar is vergeten. Wat men niet vergeten mag, is waar deze les terug te vinden is, namelijk op http://www.slideshare.net/benedictwydooghe/refereren. Ten derde. Het blijkt onmogelijk om studenten en docenten tevreden te stellen met één uniform referentiesysteem, als docent ICT maak ik hier geen keuze in. Dus is er van moeten (welk systeem moeten we nu in godsnaam gebruiken?) geen sprake. We leren studenten ‘het principe’ aan en dat uniformiteit binnen het apparaat consequent moet zijn. Bovendien is het niet slecht dat studenten weten dat er verschillende systemen bestaan en dat die allemaal hun voor en nadelen hebben. Dat is in de grote boze wereld ook zo. Als men hiervan later wil afwijken, is dat voor mij goed. Tot slot. Sinds kort beschikt de tekstverwerker Word over een toepassing die je notenapparaat koppelt aan een referentiedatabase. Het bestond al langer als extra softwaretoevoeging, nu zit het ding er standaard. Prachtig! Niet alleen voor de mogelijkheden en de eenvoud, vooral voor de wijze waarop deze toepassing afrekent met ballast uit het verleden. De toepassing herleidt de eindeloze discussie over het beste en het mooiste refereersysteem tot een anachronisme. Wat is het efficiëntste systeem? In de wandelgangen en op vergaderingen konden docenten er uren erudiet over discussiëren. Pro of contra de MLA, de APA of de ISO-normen? Het speelt geen rol meer. Eureka! APA voor onze psychologen, ISO690 voor de sociaal assistenten, opvoeders liggen er niet wakker van de problematiek van en bachelors in de maatschappelijke veiligheid kunnen in alle veiligheid zelf een keuze maken. Basta. Met één druk verandert Word je opmaak en stijl. Geen gezever, geen hertikken en daarenboven krijg je mogelijkheden waar ik nooit van hoorde: Chicago en Turabian klinken exotisch, BG7714 en SISTO2 niet, integendeel. Je bibliografie is er in een handomdraai aan toegevoegd. Vergeet het knoeien met komma’s, spaties en punten, cursiveringen of kapitalen. De keurig uitgelijnde alfabetische bibliografie die in niets gelijkt op de werkjes die sommigen durven afgeven, is nu binnen handbereik. Gedaan met de bezemhokbibliografie.

14:20 Gepost door Benedict Wydooghe in i_ICT | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-04-09

Ronddolen in een spookstad

Je kon het al eerder lezen in De Morgen: Second Life is op sterven na dood. Toen ik vanmorgen even inlogde waren er 'slechts' 50.000 mensen online. Wereldwijd. Aan de poort van Humo park hangt een bordje 'gesloten wegens verhuis'. Het beeld is intussen typerend voor de geleidelijke ontvolking of volksverhuizing. SL lijkt bij momenten op een spookstad, getroffen door een mysterieuze mexicaanse plaag. Ook dat spreekt tot de fantasie... De studenten E-Cultuur verkennen vanavond de spookstad, zonder een maskertje voor de mond. We verzamelen om 20.00 uur in Amsterdam. Voorlopig is er geen afreisverbod. Om er te raken klik je gewoon in het zoekvenster “Amsterdam.” De eerste slurl die je te zien krijgt doorgaans de goeie. We wachten er even op elkaar en gaan dan van start.

De opdracht is eenvoudig. Verken een drietal verschillende en interessante omgevingen  en hou een ‘dagboekje’ of een Slogboek bij. In dit word-document noteer je waar je was en met wie je sprak. Spreek de avatars aan als een journalist of geef je uit voor een onderzoekende antropologiestudent aan. Vraag wat zij doen op SL, hoe oud ze zijn, hun ware geslacht, of ze op hun avatar lijken, hoe lang ze gemiddeld on-line zijn, voor welk doel ze het gebruiken, vraag welke locaties ze interessant of mooi vinden... En zo raak je op je volgende bestemming. Beperk je niet tot deze vragen, wees curieus. Dat kan in het Engels of als je Nederlandse / Belgische SL-sites zoekt, kan dat ook in het Nederlands. Maak een kopie van je chatgeschiedenis (cursor in chatvenster en ctrl-a klikken en dan kopie) en plak het in je SLogboek. Maak regelmatig een screenshot. De mooiste foto krijgt een eervolle nominatie op de blog. Een screenshot maken is eenvoudig. Druk de knoppen Ctrl en Print Screen gelijktijdig in. Druk daarna in je Word-document op 'plakken'. Je kan de foto groter of kleiner maken met de pijltjes.

Zo, we beginnen om 20.00 uur, ja, met een groepsfoto in Amsterdam. Lezers van deze blog en hun avatars zijn ook welkom. Wie weet stijgt het aantal gebruikers onverklaarbaar spectaculair? Om 22.00 komen we samen om af te sluiten, of om een tussenstand te presenteren voor wie er niet genoeg van krijgt. Morgen mag je langer slapen: de cursus start pas om 10.00 uur. Werk in de loop van de week je slogboekje af en stuur het me door. Ik ben curieus.

---

Lees alles over Second Life in De Morgen.

 

13:49 Gepost door Benedict Wydooghe in s_Second Life | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-03-09

Weg met de digitale kloof

Net voor de aanvang van de digitale week kreeg ik een belangrijk document in mijn mailbox. Het pdfje draagt de titel “Aanbevelingen inzake digitale kloof voor de Vlaamse regering.” Dit memorandum tekent beleidslijnen uit voor de nieuwe Vlaamse regering. Stef Steyaert schetst in het voorwoord een confronterend beeld. Zij is 15, zijn dochter. Op een doordeweekse avond, in kleermakerszit in de zetel, een half oog op ‘Friends’. Laptop op de schoot met open vensters: haar Facebook, Netlog en MSN, haar mail Haar GSM ligt links en voortdurend hanengekraai dat het volgende sms’je aankondigt... De digitale wereld heeft geen geheimen voor haar. En dan het beeld van een vrouw van rond de 40, over haar dochter die pc en internet nodig heeft en geldtekort. Schoolcomputers bieden geen oplossing. Hoe combineer je dat met de bus en je drie kleinere broers en zussen? En de pc’s in de bieb zijn voortdurend in gebruik. Beide meisjes zijn geboren na 1990: digital natives. Het meisje van 15 zal weinig problemen ondervinden in de toekomst: studeren, solliciteren, werk vinden. Voor het meisje van dertien ligt het anders. Nu is het zo dat een steeds kleinere groep mensen niet over een pc beschikt en geen toegang tot internet heeft. Even dachten we dat we er waren, dat de kloof gedicht was. Ja? Maar… het is niet omdat je een computer hebt, dat je die kan gebruiken. Het is niet omdat steeds meer mensen een PC bezitten dat het probleem opgelost is. De kloof verschuift van bezit naar gebruik. Er ontstaat een kloof tussen wie ICT inzet voor het verbeteren van zijn positie en wie dat niet kan. Hier gaat het om het verwerven van digitale vaardigheden: ict-vaardigheden, informatievaardigheden en sociale vaardigheden. Deze ict-uitsluiting zal de reden zijn voor een maatschappelijke uitsluiting, belangrijker dan de kleur van je huid, je geslacht of je leeftijd, stelt het memorandum. Ik wil het begrip digitale kloof problematiseren. Het begrip heeft manko’s die leiden tot foute oplossingen.

Waar komt de digitale kloof vandaan?

Maar eerst vragen we ons af hoe is deze metafoor tot stand kwam. Het beeld van de digitale kloof is een ruimtelijk beeld dat perfect aansluit op het idee dat internet een plaats is. Dat beeld ontstond eind 1993 toen Al Gore ‘the informationsuperhighway’ voorstelde. Het beeld verwijst naar zijn vader die echte snelwegen aanlegde. Bovendien zorgde die aanleg voor welvaart in de zilveren jaren vijftig en de gouden jaren zestig. Armoede zou binnenkort de wereld uit zijn. Gore gebruikte zijn metafoor om een gelijkaardige economische heropleving te suggereren. Sindsdien staat het internetlexicon bol van ruimtelijke concepten: een web, een net... Castells heeft het over De melkweg van het internet, Maurice De Hond over De vijfde dimensie. Jos De Mul spreekt van een cyberodyssee. In de begindagen van de cyberwereld worden recordbedragen uitgegeven aan domeinnamen en sites krijgen de status van schaarse bouwgrond. Het leek op het 19de eeuwse Parijs van stadsarchitect Hausmann die de stad opnieuw verkavelt: armoede verdwijnt uit het straatbeeld, of was dat alleen maar schijn? Cyberarchitecten lieten zich royaal financieren om de bouwterreinen van domeinen, sites, homes  en rooms te voorzien. De werf kan je niet betreden, aan de buitenkant hangt een bordje “under construction.” En zeg nu zelf, als we het dan toch moeten hebben over uitsluiting en kansarmoede, welk ruimtelijk beeld past er beter dan de digitale kloof?

Misverstanden, hoezo?

Het beeld roept misverstanden in het leven. Die misverstanden leiden bijgevolg tot foute oplossingen of strategieën die niet werken. Eerdere pogingen om zielige groepen aan de pc te zetten mislukten, omdat het uitgangspunt niet deugde. Welke zijn die misverstanden? Ik had de laatste jaren het geluk om mensen te leren kennen die wonen, leven en werken in de onderkant van onze samenleving. We noemen ze arm, kansarm, ongeletterd… we hebben er benamingen voor bedacht. Mensen in armoede gebruiken technologie op verschillende wijze. Er is een groep die nooit beroep doet op nieuwe technologieën, we zien een groep selectieve gebruikers en een groep gesofisticeerde gebruikers. Hun getuigenissen tonen dat en verschillen in wezen niet van andere groepen: je vindt deze driedeling van negatie tot technologische omarming bij vrijwel alle categorieën. Ja, zelfs bij docenten in het hoger onderwijs.  Als je weet dat 15 tot 18 procent van de Vlamingen laaggeletterd is, kan dit uiteraard niet alleen de armen treffen. Ik ken een zeer welgesteld gezin, de kinderen komen niets tekort. Maar in het gezin komt geen computer binnen. “We zijn daar tegen, meneer.”  Het eerste misverstand is bij deze uit de weg geruimd: digitale ongeletterdheid vinden we overal. In het cyborgmanifest dat nu bijna 20 jaar oud is, toont Donna Haraway dat tweedelingen (jong en oud, arm en rijk, blank en zwart, man en vrouw, leerkracht en leerling, hulpvrager en hulpverlener) thuishoren in een industrieel tijdperk en aldus achterhaald zijn in de informatiesamenleving. De kunst van Haraway bestond er in om een nieuw en emancipatorisch perspectief te creëren. Het begrip ‘digitale kloof’ behoort ook tot het oude paradigma en laat zich niet zien in de tegenstellingen man/vrouw, oud/jong.  Vrouwen en senioren behoren niet tot de voorhoede maar zijn bezig aan een inhaalbeweging. Nog een misverstand: in de meeste discussies over de digitale kloof blijft het ontwikkelingsproces van de technologie buiten schot. De geschiedenis toont dat early adopters altijd jong, wit, man en hoog opgeleid zijn. Na verloop van tijd worden andere groepen bereikt en is er een fractie achterblijvers. Hier speelt een fundamenteler probleem, namelijk een eenzijdig gebruikersbeeld in de ontwerpfase. Uitsluiting begint al in een vroeg stadium. Daardoor wordt het probleem bij de slachtoffers gelegd die een inhaalbeweging moeten doen.

Cultuur in plaats van techniek

Mensen moeten zich niet aan de techniek aanpassen, maar omgekeerd, de technologie moet zich aan de mens aanpassen. Dit wil zeggen dat bijscholingen op maat nodig zijn, veel eer dan universele toegangsprogramma’s. Initiatieven moeten zich dus concentreren op inhoud en netwerken. Culturele doelstellingen zijn wenselijker dan technologische instructies. Veel weerstand of drempelvrees richt zich niet tegen vernieuwingen, maar tegen de maatschappelijke betekenis van de innovatie. Uitsluiting is vaak een culturele kwestie, soms een financiële of cognitieve. Achterblijvers op de digitale snelweg zijn meer gebaat met een aangepast vervoermiddel dan met een luxe-auto met de nieuwste snufje. Met andere woorden zij zijn gebaat met een op hun situatie toegesneden kennismaking met de verrassende, vrolijke en alledaagse mogelijkheden. Vergeet de bloedserieuze inhaal of opfriscursus in het kader van levenslang leren.

Behalve de negatieve formulering, suggereert de digitale kloof de klassieke tweedeling die in een vorig tijdperk thuishoort. Alleen ingenieurs of bruggenbouwers weten de kloof tussen de information-haves en information have-nots te overbruggen. Dit beeld klopt niet, we hebben geen specialisten nodig maar communicatie, interactie en vormingswerk. Bovendien is het geen zaak van eenrichtingscommunicatie: de docent, de vormingswerker is voor een stuk zijn autoriteit kwijt en dient vooral te luisteren en in te spelen waar hij kan. De kloof suggereert een statisch karakter maar de bestaande sociale ongelijkheid (klasse, leeftijd, sekse en etniciteit) wordt niet weerspiegelt op het net. Digitale vaardigheden bouw je op lange termijn op.  Een digitale kloof dicht je dus niet even met een financiële ingreep of een cursus. Kortom het is nodig dat we een nieuw beeld, een nieuwe metafoor zoeken voor de digitale ongelijkheid. Laat ons even zoeken…

Een nieuwe metafoor

Recentelijk vergeleken Angelo Vermeulen en Antoon Van den Braembussche het vertoeven in de netwerkruimte met het flaneren. De stadsbeleving lijkt op een internetervaring… Het doelloze rondslenteren van uitgesproken flaneurs zoals Charles Baudelaire, Oscar Wilde en André Gide lijkt op mijn en uw (vrij burgerlijke)  internetgedrag. Flaneren was in de negentiende eeuw een nieuwe omgangsvorm in een nieuwe publieke ruimte die het onverwachte en de verrassing centraal stelde. Van Walter Benjamin weten we dat de flaneur geen toerist is, maar iemand die zich in zijn eigen stad interesseert en alle monumenten links laat liggen. Vermeulen en Van den Braembussche gaven hun boek de toepasselijke titel Baudelaire in cyberspace. De nieuwe stadsbewoner, de flaneur wordt in het midden van de negentiende eeuw geboren: pal in het centrum van de industriële revolutie. Net als de internetter, pal in het centrum van de digitale revolutie. Zijn gedrag typeert de internettende mens. Net zoals de stad het gedrag van de mens verandert, dringt nu de digitalisering diep door in het dagelijkse denken en doen. Een praatje, een roddel, een groet, of ja, zelfs flirt of een knipoog naar een onbekende. In cyberspace speelt het maatschappelijke en het persoonlijke leven af. De flaneur is de acteur of de toeschouwer bij het theater van de straat. Probleem is zijn engagement: de flaneur engageert zich niet. Hij is hoogstens gechoqueerd door het beeld van de arme straatkinderen. De flaneur is een ietwat eenzame, onthechte figuur die past in een geniecultuur en gedistingeerd en op afstand blijft. Het flaneren is een spel tussen de oude en de nieuwe tijd, een duik in de anonimiteit van de menigte, en dan weer een terugval in de geborgenheid van de eigen stand. De vervreemding van de stad doet de flaneur met verwondering kijken.

Het e-ngagement van de tsjoolder

Maar de flaneur was een overgangsfiguur. De flaneur die het einde van de negentiende eeuw kenmerkt, wordt in de twintigste eeuw een stadsdoler. Dat beeld is ontleend aan Guy Debord.  De doler, de tsjoolder is de buurtwerker die de grootsteedse vervreemding probeert te kaderen, hij wandelt niet alleen, hij wandelt in groep, hij is anders dan de flaneur. Hij is sociaal betrokken. De stadsdoler is uit op gemeenschapszin en connectiviteit. In de toekomst is het ondenkbaar dat je in je eentje de klus klaart. Bouwen, ook in cyberspace is een groepsgebeuren. De game-industrie spreekt van het kathedraalmodel: zoveel stille zwoegers realiseren iets groots. De doler weet dat de stadsverkenningen best vertrekken vanuit de behoefte van de digibeet zelf: enkel via zijn fantasie, zijn goesting, zijn interesse kan de doler aansluiting vinden en de digibeet instrumenten leren kennen die hem weerbaarder maken. We spreken niet van onderwijs, maar van vormingswerk, opbouwwerk en buurtwerk. Met kleine kinderen ga je spelen in een parkje en eenmaal ze het parkje gewoon zijn kijk je van op een bankje toe. Senioren leer je het stadsplan, het verkeersreglement en het openbaar vervoer kennen. Zo kunnen ze zelf op verkenning. Dat zijn informatievaardigheden. Anderen leer je beleefd te zijn: je leert hen hoe ze de weg kunnen vragen of je legt ze uit dat je bij het liften niet in elke auto stapt. Dat zijn sociale vaardigheden. Kortom leer ze e-vaardig zijn: het is zowel een intellectuele als een sociale bezigheid. Dit betekent een verschuiving van de discussie in termen van gelijkheid en universele toegang naar een discussie in termen van diversiteit, vaardigheden, accent op de inhoud en de gebruikspraktijken. De consequentie is dat we praten over een nieuw publiek domein.  Digitalekloofinitiatieven (om een laatste keer het oude woord te gebruiken) moeten zich niet richten tot doelgroepen maar naar omgevingen en de mensen hierin. Niet voor niets pleit het memorandum voor een lage drempel en een vrijblijvende manier om kennis te maken met ICT.

E-mancipatie

Er is nood aan een E-mancipatie methodiek die inspeelt op individuele behoeften en aansluit bij de leefwereld van de doelgroepen en organisaties. Als besluit kan ik de woorden van Stef Steyaert alleen maar herhalen. Actueler kan niet. Het moet gezegd, de overheid zet stappen, investeert in openbare computerruimten, in de sociale economie om goedkope pc’s op de markt te brengen, en laagdrempelige opleidingen. Maar te weinig. In deze crisistijd staan veel pijnpunten te dringen voor een plaats bij de prioriteiten. E-mancipatie – en dat is het nieuwe woord dat veel beter de lading dekt - moet in die top. Technologie bezit de potentie om vooruit te helpen: het vergroot de kans op leren en werk, het doorbreekt sociaal isolement, krikt je eigenwaarde op enzovoort. Laten we naast de school en het gezin vooral de derde plek niet vergeten. De buurt en de vereniging (zowel reëel als virtueel) zijn dé sociale plekken bij uitstek die digitale uitsluiting voorkomen. Daar vinden we mensen en groepen die niet flaneren, maar zich E-ngageren. De digitale kloof is dood. Lang leve de kloof!

---

Selectieve bibliografie

           LINC & SPK. (2009). Aanbevelingen inzake digitale kloof voor de Vlaamse regering.

          Frissen V., Cultuur als confrontatie. De mythe van de digitale kloof. http://sadan.wdfiles.com/local--files/2-digitale-kloof/Mythe_digitale_kloof.pdf

           Vermeulen, A. & Van den Braembussche, A.  (2008). Baudelaire in cyberspace. http://www.angelovermeulen.net/data/vault/VandenBraembussche&Vermeulen_BiC_Dialoog5.pdf: VUB-Press. Verder werken de volgende websites de metafoor verder uit: http://www.sociology.mmu.ac.uk/vms/vccc/s1/s1_2/printer.php, http://www.ceramicstoday.com/articles/050498.htm, http://www.groene.nl/2001/0145/sp_spektakel.html en http://www.raynbird.com/essays/Passage_Flaneur.html.

          Laermans, R. (1999). De stad als sociaal kunstwerk: een sociologische visie. In: Raymaekers, B. e.a. (Red.). De mens en zijn wereld morgen. Leuven: Universitaire Pers Leuven.

          Loeckx, A. (1999). De architectuur van de eenentwintigste-eeuwse stad. Plaatsen voor plaatsloosheid.  In: Raymaekers, B. e.a. (Red.). De mens en zijn wereld morgen. Leuven: Universitaire Pers Leuven.

          Zie ook: http://sadan.wikidot.com/2-digitale-kloof

 

10:34 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

12-03-09

Zestien doden bij schietpartij op Duitse school

Al een tijd geleden nam ik me voor om niet meer op het gewelddebat in te gaan. De discussie is gepasseerd, er is geen verband tussen geweld in games en echt geweld. Wat de media ook beweren moge. Deze morgen op de mail...

"Meneer Wydooghe, naar aanleiding van de schietpartij in Duitsland willen wij graag morgen in de karnt een opiniestukje plaatsen over games en geweld. Ik had hierover net contact met je collega Stefaan Pleysier, maar hij heeft absoluut geen tijd om vandaag te schrijven. Kan u stukje maken (van 4000 à 5000 tekens)? Laat u snel iets weten? Dank en groet."

De verleiding is groot nu. Een collega uit de nood helpen? En iets publiceren in een krant met een naam? Tussen mijn lessen in begin ik te tikken. De deadline is 19 uur. Dat moet ik halen. Zo, hier komt het resultaat. Keurig doorgestuurd en op tijd...

Op momenten zoals deze linken wetenschappers en journalisten graag reëel en virtueel geweld. Daarbij duiden ze niet gewoon het verband. Ze suggereren causaliteit. Het thema actualiseert zich helaas regelmatig en steeds duikt die ene vraag op. Leidt virtueel geweld tot imitatie? Velen vinden gamegeweld onverantwoord en hekelen de vervagende de grens tussen fictie en werkelijkheid. Onderzoek naar geweld in de populaire cultuur laat zich ruwweg in drie delen: zij die verwachten dat geweld een negatieve invloed heeft op jongeren, zij die beloven dat fictief geweld reëel geweld reduceert en tenslotte zij die geen verband zien. Conclusie? Media-effecten van geweld zijn (voor zover ze er zijn) noch eenduidig, noch uitgesproken. Naast elke studie die de negatieve invloed aantoont, ligt er één die het tegenovergestelde beweert.

Nu, tijdens het afgelopen decennium overspoelde een golf geweldgames de beeldbuizen op de kinder- en jeugdkamers. De fascinatie en verheerlijking van geweld doet de geciviliseerde mens wenkbrauwen fronsen. De vraag ‘hoe het komt dat agressie de laatste jaren een prominente rol speelt’ is echter een slechte vraag. Ze reduceert het historisch bewustzijn tot het laatste decennium en laat geen vergelijkingen met een verder verleden toe. Niet de diagnose van de hedendaagse samenleving is verhelderend maar de détour naar vergelijkbare momenten leidt naar conclusies. Of geweld toeneemt is niet eenduidig te beantwoorden. Behalve dat het fenomeen veel aandacht krijgt, is er niets dat er op een toename van individuele agressie wijst. Wel ontwaren we individuen die sterk op zichzelf teruggeworpen worden. De overdreven nadruk op dit killergamedebat camoufleert waar het werkelijk om gaat en vermijdt een fundamentele discussie waarvan de conclusies erg pijnlijk kunnen zijn. Het voorval confronteert ons met onze kwetsbaarheid, het toont dat onze maatschappij niet altijd zo geciviliseerd is als we willen, dat we onze kinderen niet altijd meegeven wat het beste voor hen is, het illustreert de machteloosheid van de opvoeder, het gezin, de school, ja het confronteert ons met het feit dat onze hoogtechnologische maatschappij een duistere kant heeft. Diverse ideeënhistorici vergelijken dit tijdgewricht met de belle époque. Net zoals het einde van de negentiende eeuw is dit een opwindende en beloftevolle tijd, die tegelijk bedreigend en onrustig is. Het is als dansen op de vulkaan: het ondergraven van zekerheden opent perspectieven, maar veroorzaakt een verwarrende en bedwelmende complexiteit. De ambivalentie van het leven in deze tijden van ‘riskante vrijheid’ resulteert in het paradoxaal verlangen naar een vitale vrijheid onder veilige condities. Het lijkt in sterke mate op het fin de siècle, een decadente vlucht uit de wereld, teleurgesteld door het mislukken van de grote verhalen. Het enige dat de decadenten restte was de zwarte esthetica, de schoonheid van de dood in een perfect onderhouden tuin van Narcissus. Net zoals de kunst een eeuw geleden, drukken games de versnelde polsslag van het postmoderne leven uit en benutten ze net als toen al dan niet kritiekloos de verworvenheden van de technologie. In die context dienen we de vraag te stellen of games zoals Counterstrike, Carmageddon of Grand Theft Auto wel zo fundamenteel nieuw zijn als ze pretenderen. Het geweld om het geweld, het loskoppelen van het geweld met een oorzaak en een gevolg vindt zijn wortels in dat satanische fin de siècle, met het beeld van de gespleten persoonlijkheid Dr. Jekyll & Mr. Hyde en de oorlogszuchtige Fillipo Marinetti op kop.

Het is duidelijk dat het zinloos is om de blootstelling aan agressieve videospelen te vermijden. Of verbeeld geweld echt geweld oproept en het eerste causaal het tweede bepaalt, is een verkeerd, oninteressant en naïef uitgangspunt. In een wereld waarin geweld überhaupt kwantitatief en intensief aanwezig is, is het raadzaam het (te leren) kennen, veelmeer dan het op afstand te houden. Counterstrike is op dit moment de buitenkant van een diepe maatschappelijke angst. Die angst is tot voorwerp van reflectie te maken kan helpen. De dialoog in het gezin en in de maatschappij is geschikt om clichés te doorprikken, om wat je ziet in perspectief te plaatsen, te decoderen, te ontmijnen en dus een middel om op te voeden en tot een gezonde burgerzin te komen, in plaats van je eigen gezinswoning om te bouwen tot een legaal wapenarsenaal.

---

Antwoord van De Standaard? "Ik vrees dat we uw tekst niet kunnen publiceren. Hij is te onsamenhangend en soms gewoon opbegrijpelijk. Misschien hebben we u te snel laten schrijven. Onze excuses."

Zo, incident gesloten.

En, wat hebben we geleerd? Misschien eens proberen bij DM als reactie op de gruwelijk correcte commentaar van Yves De Smet die zich afvraag hoe je dit oplost. Samengevat stelt hij: 1 het is ondoenbaar en onwenselijk om iedere school te laten bewaken door veiligheidsmensen. Evenmin kun je een proactief sociaal netwerk bouwen dat ontdekt bij wie dit gevaar bestaat. En evenmin gaan we morgen een samenleving maken met een empathie die probleemgevallen detecteert. "Eigenlijk is de gruwelijke vaststelling dat we er - zeker op korte termijn - vrijwel niets aan kunnen doen. En dat we het dus opnieuw zullen meemaken."

Eén dag later: het artikel staat integraal op pagina 21 van De Morgen (zaterdag 14 maart 2009). Nog een dag later neemt De Zondag fragmenten over en kondigt hierbij de studiedag Van digitale flirt tot cyberstalking aan. Waren wij dan werkelijk zo onbegrijpbaar?

Verder lezen: www.telegraaf.nl/buitenland/3448080/__Schietpartij_op_Dui....

 

21:41 Gepost door Benedict Wydooghe in b_Bezorgde ouders | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-02-09

Facebook! En je taak als leraar?

Ik stelde onlangs de vraag hoe het middelbaar onderwijs met Facebook kan omgaan. Het is nauwelijks vergelijkbaar met de situatie in het hoger onderwijs. Een nuchter antwoord wordt gegeven door Inge De Cleyn op de http://www.klascement.net. Ik citeer haar verstandige antwoord en probeer erop te anticiperen.

"Moeten we op school werken met de leerlingen rond Facebook? Misschien wel. We kunnen dat niet verplichten uiteraard. Maar het is niet zo slecht om leerlingen ook doordacht te leren omgaan met de nieuwe media. Door Facebook gewoon te verbieden worden leerlingen niet weerbaarder. Ze zijn zich vaak helemaal niet bewust van de uitstraling die ze aan de buitenwereld geven en de informatie die ze over zichzelf vrijgeven. Eén van de ICT-eindtermen zegt ons dat we leerlingen op een veilige manier met ICT moeten leren omgaan. In het geval van Facebook lijkt me dat een grote uitdaging."

Hoe dit in de klas geconcretiseerd kan worden, is niet moeilijk. Een les kan in hiërarchische volgorde aandacht hebben voor 1. de confrontatie van het zelfbeeld van de leerlingen en het beeld dat ze bij buitenstaanders achterlaten, 2. de mogelijke (zowel positieve als negatieve) gevolgen van een foute perceptie (denk aan een sollicitatie) en tenslotte, 3. de technische mogelijkheden om je privacy op het web te garanderen. Ik gaf les over Facebook in het vak geschiedenis en implementeerde het rond de verschuivende verhouding tussen het privé- en het openbare leven. Elf stellingen (zie vorig blogbericht) leverden vooral veel discussievoer op.

22:19 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-02-09

Facebook alweer

Facebookwatcher Marie-José Klaver schrijft op haar blog al geruime tijd honderduit over interessante evoluties. Wij distilleren er elf stellingen uit die vandaag aan de orde zijn in de les.

1. Is Facebook een gevangenis? Zelfs al heb je geen profiel dan nog komt je naam en je foto er voor. Kun je ontkomen aan de netwerkcultuur?

2. Is Facebook een online privé omgeving? Krijgen studenten kippenvel bij het idee die te delen met docenten? 

3. Moeten ouders een cursus Facebook volgen, lid worden en onderdeel uitmaken van het netwerk van hun minderjarige kinderen? 

4. De uren die mensen op netwerksites doorbrengen, gaan ten koste van de online porno die ze bekijken. Zijn relatiedrama’s op Facebook spannender dan het plot van een pornofilm?  

5. Profielen van misdadigers trekken belangstellenden en vrienden. Is maffiaverering toegestaan terwijl er een verbod is op foto’s van vrouwen die borstvoeding geven?

6. Fake Facebookgroepen zijn soms misleidend. Mag je op een netwerksite misleiden?

7. Mag je een poll organiseren? Een Engels jurylid werd de toegang tot de rechtszaal ontzegd na een poll op Facebook ieders mening te vragen over de (on)schuld  van de verdachte.

8. Facebook bevatte in oktober 2008 10 miljard foto’s. Elke foto is in vier formaten opgeslagen, elke dag worden er 15 miljard bekeken. Dagelijks wordt 200-300 terabyte aan foto’s geupload. Wie heeft nog nooit een foto geupload?

9. Oud-studenten willen uit de online archieven verwijderd worden. Hun uitspraken worden tegen ze gebruikt in sollicitatieprocedures. De universiteitskranten honoreren de verzoeken niet omdat ze hun archieven compleet willen houden. Letten studenten op hun privacy op Facebook?

10. Gebruik je facebook als zoekmachine? Via Facebook wordt gezocht naar veroordeelde oorlogsmisdadigers en de sociale dienst van British Columbia in Canada speurt naar informatie over cliënten: meldingen van baantjes en inkomstenbronnen, samenwonen, reizen die langer dan 30 dagen duren en geschenken… Amerikaanse universiteiten kijken naar profielen van aankomende studenten. Voor een plaats op een goede universiteit moeten Amerikaanse scholieren een soort sollicitatieprocedure doorlopen. 38 procent van de toelatingsmedewerkers zegt dat het bekijken de aanvraag negatief beïnvloedt, 25 procent zegt een positiever beeld te krijgen.

11. Toen Facebook de mogelijkheid invoerde om profielupdates van vrienden te volgen brak eerst paniek uit vanwege het privacyschendende karakter. Na een gewenning bleek het volgen van vrienden erg verslavend. Twitter en ander here’s-what-I’m-doing sites volgden. Is elke seconde van je leven openbaar?

Zo, de cursus e-cultuur kan beginnen. Afspraak volgende week dinsdag. Ipsoc Bijscholing.

13:45 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-02-09

The rise and fall of Facebook

Mark - Facebook - Zuckerberg blies gisteren vijf kaarsjes uit. “Lang zal ie leven…” Maar hoe lang zal ie nog blazen, dat is de vraag. Voor mij ligt een rapport met de inspirerende titel “The future has already arrived. It’s just not evenly distributed” naar een citaat van William Gibson, je weet wel de SF-auteur die het begrip cyberspace lanceerde in 1984. www.netlash.com liet twintig experts in de toekomst kijken en noteerde hun bevindingen. Buzzword in de studie? Facebook natuurlijk, of algemener: sociale netwerksites. Conclusie? Eerst en vooral dit. “Voor de jongeren van nu is ‘online gaan’ een even vreemd begrip als ‘elektriciteiten’. Er is géén aparte cyberspace voor hen” schrijft Bart De Waele, de bedrijfsleider van Netlash. En dat klopt maar al te goed, echter niet alleen voor jongeren. Hoe meer we ons online tonen, hoe sterker de digitale reputatie overeenkomt met de realiteit en hoe meer onze avatarprofiel(en) bepalen wie we zijn. Anonieme nicknames (zoals op Second Life) hebben afgedaan. We willen échte mensen met échte foto’s van échte gebeurtenissen. De ontwikkeling zet ons aan tot zelfreflectie in termen van authenticiteit en reputatiemanagement (wat een lelijk woord, trouwens). Anonieme citaten zijn niet meer ernstig en je eigen, ondertekende teksten en beelden worden gelinkt aan je profiel en je autoriteit.
Voor velen kwam dit “nieuwe internet” tot leven op Facebook.  En na de ontdekking volgde ontnuchtering. Collega’s van me liggen wakker van de verschuivende grens tussen privé en professie. Ze stellen vragen. Kunnen studenten mijn status en profiel zien? Wat als ik getagged ben in een foto? Roddelt men over mij op Facebook. Tegelijk tonen ze foto’s van zichzelf en hun kinderen, ze delen mee waar ze shoppen of wat ze eten. Ze vervloeken én bejubelen Facebook. Wat er allemaal mis kan gaan is ondertussen duidelijk in de verf gezet op http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GT2.... Studenten zelf stellen minder vragen, alhoewel... Hogescholen en universiteiten worden zich met mondjesmaat bewust dat een actueel online profiel het imago versterkt, helpt bij het aantrekken van medewerkers en een band schept tussen collega’s, de school en de studenten. Sinds kort promoten diverse opleidingen in het hoger onderwijs zich via facebook. De opleiding maatschappelijke veiligheid en de opleiding sociaal werk aan Katho hebben zo’n profiel. Zo hopen op bekendheid bij potentiële studenten en willen contact maken met oud-studenten. Voor de collega’s en de huidige studenten is het een concrete visualisatie van het netwerk rond de opleiding. Echter, wie zit er achter deze accounts? Wie krijgt toegang tot het profiel van deze geïnteresseerde studenten? Is het de opleidingscoördinator? Is het een administratief medewerker of zijn het alle docenten van die opleiding? Goed om weten, niet? De Standaard publiceerde een reeks tips om het cool te houden op FB. We kunnen ze alleen maar herhalen, zij het iets minder normatief of moralistisch…

1.         Gebruik FB niet op het werk, tenzij professioneel.

2.         Vertel niets wat je niet tegen collega's zou vertellen.

3.         Verwijder reacties die je in problemen kunnen brengen (of vraag het).

4.         Stel je 'privacy-settings' streng in.

5.         Beken geen misdrijf, zelfs niet voor de grap. De politie is uw vriend zonder humor.

6.         Geef weinig privégegevens vrij zoals je gsm of je woonadres.

7.         Google jezelf en corrigeer foute of vervelende info over jezelf.

8.         Hou rekening met anderen als je iets op je profiel of status zet.

9.         Chat niet met iedereen over vertrouwelijke onderwerpen.

10.     Gebruik een profiel voor je privé of voor het werk, niet voor beiden.

11.   Wees selectief bij het aanmelden van je vrienden: het is geen wedstrijd.

Of lees de kleine lettertjes op www.facebook.com/home.php#/policy.php?ref=pf. In het secundair onderwijs ligt de problematiek anders. Onlangs stelden verschillende kranten zich de vraag of leerkrachten en leerlingen met mekaar bevriend mogen zijn op sociale netwerken. Het leverde De Standaard 84 reacties op die een studie waard zijn. Er zijn ervaringen, pleidooien voor vorming, er zijn meningen die variëren van uiterst progressief tot ultra conservatief. En thesisstudent zou er eens zijn tanden moeten inzetten. Gesneden brood op  http://www.standaard.be/Meningen/Forum/Index.aspx?pageNam....

Nu, alles gaat voorbij, ook de sociale netwerken zoals ze er nu uitzien, meent Bart De Waele. Het ‘defriending’ (minder vrienden maken ten voordele van de kwaliteit) zal hier wellicht niet voor zorgen. Dat zou een onhoudbare en dus tijdelijke trend zijn. Een ‘socialenetwerkramp’ zegt De Waele zal de katalysator zijn.  Wat bij het failliet van Facebook? Stel dat je volledige online publieke archief (je hele digitale leven) in één ruk verdwijnt. Wat als een identiteitsdiefstal je persoonlijke data misbruikt, wat als een slordigheid je gegevens te grabbel gooit... of gewoon, wat als de facebook belastingscontroleur (www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DR23UIF0) zich in andere varianten aanbiedt? Een mogelijk gevolg is een  anti-online movement. Het is een pleidooi voor minder online leven en meer kwaliteit in het echte.

En toch zal men in ’t geniep elke avond z’n facebook checken, schrijft de auteur er lachend bij...

---

Sinds september gebruik ik Facebook als virtuele speelplaats voor mijn afstandsstudenten. Studenten uit Limburg, Antwerpen en Oost-Vlaanderen komen op afstand in contact met elkaar. En wat blijkt? Het werkt. Vormingen rond Facebook? Gerust, aangepast aan de doelgroep. Docenten hebben nood aan technische sturing (hoe vink ik de juiste privacyinstellingen aan…), terwijl studenten vooral input nodig hebben over hun e-profilering en hun online imago.

20:39 Gepost door Benedict Wydooghe in n_Netikette | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

03-02-09

Van digitale flirt tot cyberstalken?

Het organiseren van een studiedag rond een maatschappelijk relevant thema is een traditie bij de laatstejaarsstudenten maatschappelijk werk hier in de sociale hogeschool in Kortrijk. Dit jaar nemen ze het thema ‘sociaal vaardig in cyberspace’ vanuit diverse invalshoeken onder de loep. Op 17 maart stellen ze hun resultaten voor. Na een algemene inleiding presenteren ze zeven workshops. Daarvan nemen ze er drie voor hun eigen rekening. Voor de vier overige zochten ze interessante gastsprekers… Promoot dit evenement alvast bij je facebookvrienden.

Workshop 1. Me, myself and what’s in the net?

Zijn computers en het sociale tegenstrijdig? De studenten denken van niet. Mensen bouwen niet alleen een sociaal netwerk uit in de ‘echte’ wereld, ook in de virtuele wereld gebeurt dit. Vooral jongeren zijn hier sterk mee bezig. Netlog, Facebook, Twitter, Second Life,  blogs, chatboxen… zijn manieren om sociaal bezig te zijn op het net. Ouders kunnen het hier moeilijk mee hebben:  schrik dat hun kinderen verkeerde mensen ontmoeten of vervreemden. In deze workshop maken we een voorlopige balans: welke zijn de zwaktes en de sterktes, de kansen en de bedreigingen van het sociale internet?

Workshop 2.  Wegwijs in de digitale sociale kaart

Hoe vind ik de weg naar de digitale hulpverlening? De hulpverlening evolueert en steeds meer diensten en organisaties bieden hulp aan via internet. Deze nieuwe hulpverlening vraagt om een aangepaste sociale kaart.  Dit onmisbaar hulpstuk in de dienstverleningswereld wordt in diverse varianten aangeboden en intensief gebruikt. Waarom koppelen we de sociale kaart niet aan diensten die via internet hulp bieden? Deze workshop maakt je aan de hand van een zoek-en-vind-spel wegwijs in de digitale sociale kaart .

Workshop 3. Kop op tegen negatieve digitale sociale vaardigheden

Wat zijn digitale sociale vaardigheden en hoe ga je er mee om? In deze workshop vertellen en tonen de studenten je hoe je sociaal vaardig kan zijn op internet. We dompelen je onder in de wereld van de digitale sociale vaardigheden: handige tips en leuke weetjes, efficiënte hulpmiddelen en interessante preventiemogelijkheden komen aan bod via filmpjes, casussen en discussies. Als laatste luik besteden ze aandacht aan het voorkomen en aanpakken cyberproblemen.

Workshop 4. Naar een online ordehandhaving?

Online gamen en virtuele gemeenschappen zijn populair maar niet zonder risico. Vals spelen, ongewenste inhouden of uitsluitingsgedrag komen er geregeld voor. Om hieraan het hoofd te bieden, ontwikkelen online gemeenschappen controle en regels. Volstaan deze zelfregulerende systemen of  is er nood aan formele controle? En, wat als je te maken krijgt met echte criminele feiten? Evelien De Pauw (Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid) werkte vorig jaar mee aan de studie ‘Jongeren & Gaming’ en gaat tijdens deze uiteenzetting dieper in op de vraag of een online ordehandhaving gewenst is.

Workshop 5. The future has already arrived

Speelt het sociaal werk zich binnenkort af in cyberspace? Interactie en informatie, entertainment en educatie zijn er gratis en hapklaar te vinden. Dit raakt fundamenteel aan de wijze waarop hulp wordt verleend. Vast staat dat we evolueren naar een samenleving waar analoog en digitaal, face-to- face en virtueel met elkaar vervlechten. Dit brengt voor het sociaal werk uitdagingen, opportuniteiten en vooral erg veel vragen met zich mee. Welke rol is er in de toekomst weggelegd voor de hulpverlening? Sandra Beelen en Wouter Van den Bosch (project Online-Hulpverlening, steunpunt Algemeen Welzijnswerk) geven aan de hand van praktijkvoorbeelden en lopend onderzoek een stand van zaken.

Workshop 6. ‘Houston, we have a problem’: non-profit in cyberspace

Over de digitale geletterdheid van non-profitorganisaties is het laatste woord niet gezegd. Vindt de non-profit haar weg into cyberspace? Birgit Segal (Vlaams Steunpunt Nieuwe Geletterdheid & LINC) maakt een helikoptervlucht over de sociale sector en vertelt het verhaal van verschillende sociale spelers. Sommige spelers zijn gelanceerd, anderen wachten op een ‘take-off’ of geraken de drempel niet over. Wat zijn de noden in het werkveld aangaande de aanwending van ICT? Tijdens deze interactieve workshop laat Birgit via Skype enkele partners aan het woord. Houston, what are your solutions?

Workshop 7. Games Boem Bang?

Columbine High, Virginia Tech, Erfurt, de zaak Van Themsche,… Niet zelden linkt de media of de publieke opinie het reële geweld van de drama’s met het virtuele geweld in games. Daarbij gaat het niet gewoon om een verband, maar wordt causaliteit gesuggereerd. Het thema actualiseert zich regelmatig door spraakmakende incidenten en steeds opnieuw duiken dezelfde vragen op. Leidt virtueel geweld tot imitatiegedrag? Banaliseert of imiteert de gamer het geweld? Of, omgekeerd, ontwikkelt hij een dégout van geweld? In deze workshop stelt Stefaan Pleysier (Expertisecentrum Maatschappelijke veiligheid) zich de vraag in welke mate zijn dit houdbare probleemstellingen zijn?

Kortom, het is duidelijk dat de digitalisering diep doordringt in het dagelijkse denken en doen. Cyberspace wordt stilaan het veld waar het maatschappelijke, het inter-persoonlijke en het familiale leven zich afspelen. Het is een omgeving waar je een praatje maakt met een collega, een oude vriend of ja, een onbekende. Het is een plaats waar je flirt, roddelt, samenwerkt, vergadert, een petitie ondertekent, waar je assertief bent of geplaagd wordt, waar rouwprocessen en woede tot uiting komen. Cyberspace is geen virtuele realiteit, maar een reële virtualiteit. Wie er flaneert, weet de sociale codes te vergelijken met “echte” sociale vaardigheden. Een beperkte bagage brengt je in moeilijkheden, wie goed gewapend is, bouwt zijn digitale leven constructief uit. 

---

DOELGROEP: professionelen en studenten uit het brede sociaal agogisch werk, de culturele sector en het onderwijs.
PLAATS: KATHO ’t Forum, Doorniksesteenweg 145, 8500 KORTRIJK. Zie www.katho.be, rubriek ‘contact’ voor wegbeschrijving.
INSCHRIJVEN: Inschrijven tot 12.03.2009, gratis via http://studiedag.katho.be (na aanmelden) of via 056/26.41.50 bij isabel.steverlynck@katho.be of natalie.uyttenhove@katho.be.
ORGANISATIE: derdejaarsstudenten Bachelor Sociaal Werk, afstudeerrichting maatschappelijk werk en docentes Isabel Steverlynck en Natalie Uyttenhove in samenwerking met Katho-Ipsoc, Ipsoc bijscholing, Expertisecentrum E-cultuur en Stad & Preventiedienst Kortrijk. 

PROGRAMMA

09.00-09.30: ONTHAAL

09.30-09.45: HARTELIJK WELKOM IN CYBERSPACE
Luc De Mey (Departementsdirecteur KATHO-IPSOC)

09.45-10.30:  VAN DIGITALE FLIRT TOT CYBERSTALKING?
Benedict Wydooghe (Expertisecentrum E-Cultuur)

10.30-11.10: KEUZE I: 7 WORKSHOPS (inschrijven vooraf)

11.10-11.30: PAUZE

11.30-12.10: KEUZE II: 7 WORKSHOPS (inschrijven vooraf)

12.10-13.30: PAUZE

13.30-14.30: DREAMING IN PUBLIC: SOCIAL SKILLS IN CYBERSPACE
Clo Willaert (www.bnox.be, Sanoma Magazines & Brussels Girl Geek Dinners)

14.30-15.15: VIRTUEEL KORTRIJK IN DE BAN VAN EEN ANTI-PESTGAME
Linda Lacombe (Coördinator Kennisvalorisatie), Kris D’Hondt (Preventieteam Kortrijk) & Koen Samijn (Docent PIH).

15.15-15.30: PAUZE

15.30-16.15: COMMISSARESSE 2.0 ZOEKT 23 DINGEN
Eva Simon (Bibliotheekschool Gent)

16.15-16.30: SLOTBESCHOUWING
Chris Carlier (Derdejaarsverantwoordelijke)

16.30: RECEPTIE

13:16 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

15-01-09

Studiedag Sociaal vaardig in Cyberspace

Proficiat.

Je bent ingeschreven voor de studiedag Sociaal vaardig in cyberspace. Dat is de titel én de probleemstelling die blijkbaar bijzonder actueel is, want de inschrijvingen lopen vlot binnen.
Studenten en docenten van Katho Ipsoc zochten het afgelopen jaar samen met mensen van het Expertisecentrum E-Cultuur naar antwoorden op nieuwe vragen.

  • Hoe werkt digitale hulpverlening?
  • Welke zijn de voor en nadelen?
  • Hoe ziet het sociaal cultureel werk er in cyberspace uit?
  • Zijn games werkelijk gevaarlijk?
  • Wat is het potentieel van netwerksites?
  • Moeten we opletten voor cyberpesters?
  • Is een on-line ordehandhaving gewenst of gevaarlijk?

Het zijn slechts enkele vragen die aan bod komen. Ik neem alvast een tipje van de sluier bij een bijzondere spreker... Als blogpersoonlijkheid maakte ze indruk met deze video en als internetdeskundige verscheen ze onlangs in Klasse... Ze was op radio één, na een twitterstunt... Kortom, Clo WillaertS (met s!) is niet de eerste de beste in het vak... 

De rest van de sprekers stel ik binnenkort voor. 

Hou deze blog dus in de gaten.

22:24 Gepost door Benedict Wydooghe in v_Vorming | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-11-08

De digitale variant van Manets kathedralen

Hoe zou het met de ontwikkeling zijn van het pestspel (zie eerder op de blog)? De studenten sociaal agogisch werk ontwikkelden voor de zomer nog diverse pestscenario's en draaiboeken. Sindsdien lag de bal in het kamp van de gamedesigners. Na veel geduldige arbeid is een eerste reeks screenshots klaar. Het ceedeetje lag deze morgen op mijn bureau en het tussentijds resultaat mag best wel getoond worden. Het is verbazingwekkend om te zien hoe digitale omgevingen gebouwd worden en hoe een stad in 3D verschijnt. In een eerste de presentatie hiernaast krijg je te zien hoe er van een echt steegje een digitale variant ontstaat. De studenten Digital Arts & Entertainment krijgen van de eenvoudige foto een 3D model zonder ‘huid’ (texture genoemd). Dat bewerken ze met stijl en fantasie. Deze oefening bewijst dat eenvoud siert. Zeven shots brengen je op evenveel locaties. Ik doe een poging om de beelden te situeren, het kan zijn dat ik er compleet naastzit. Gelieve me hieronder te corrigeren. Kenny Deriemaekers tafereel doet denken aan een willekeurige stad in het Midden Oosten, Jeroen Matton schetst een industriële site in de VS terwijl Kirill Postnoys steegje anarchistisch en postindustrieel aandoet (Rusland misschien?). Stijn Fastenaekels ontwerp is gestileerd en zou aldus in Kortrijk kunnen zijn. Niels Biliets situatie doet denken aan Venetie. Steven Dullaert voert ons naar Zuid Amerika en Laurens Corijn naar Azië. Het doet allemaal hard denken aan Eduard Manet en zijn Kathedraal van Rouen, maar dan digitaal. Bij de volgende oefening stel ik Le déjeuner sur l’herbe voor als inspiratiebron.

15:17 Gepost door Benedict Wydooghe in q_pestquest | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

07-11-08

Cultuurparticipatie en een broodje vissalade

Dag Dominique,

Ze smaakten die broodjes. Gisteren op de middag was ik in het Vlaams Parlement bij de voorstelling van de nieuwe viWTA-publicatie. VUB-onderzoeker Gert Nulens (IBBT/SMIT) schreef een dossier dat in je methodiekles SCW thuishoort: ‘ICT als instrument voor cultuurparticipatie.’ Het lijvige document neemt een aanloop die het kaderverhaal schetst voor niet ingewijden. Het document bestaat voorlopig enkel op papier, maar dat zal niet lang duren, hou http://www.viwta.be/content/nl/doc_Dossiers.cfm in het oog.

Om je studenten en jezelf niet op jullie honger te laten, pikte ik een overdreven stapel dossiers uit de doos en dropte die op je bureau. Na de presentatie debatteerden vier bekenden over evenveel stellingen: Jeroen Walterus (FARO), Dries Moreels (VTI), Jan Braekman (VOCB) en Debbie Esmans (departement Cultuur).  De stellingen zijn interessant om in de les mee te nemen.  Bij de eerste discussie ging mijn aandacht zo hard naar het broodje vissalade, dat ik de stelling vergat te noteren. De andere schreef ik wel op.

1.       “Recente evoluties nopen culturele instellingen om hun rol te herdenken en te herdefiniëren.”

2.       “De digitale kloof zal de cultuurparticipatiekloof versterken.”

3.       “Een hybride cultuuraanbod en cultuurbelevingen vereisen een hybride cultuurbeleid.” 

Zet daar je tanden maar in, vooral de tweede stelling is even slikken natuurlijk. Dat broodje vissalade had er alvast geen lap aan. Achteraf praatte ik met Jeroen Walterus en wat blijkt? Ook FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed interesseert zich voor games. Op 5 december organiseren zij “Gezocht: serieuze spelletjes!? Een conferentie over games en erfgoed.” Maar eerst is er hun week van de smaak. Ook dat is cultuurparticipatie. Met of zonder vissla.

---

En in de brochure een reeks links die je doen watertanden:

www.e-cultuur.be/weblog, www.museuminzicht.be, www.archie-project.be, http://murmurtoronto.ca, www.mobigags.nl, www.cultuurzender.be, www.cultureelerfgoed.be, www.erfgoedlimburg.be, www.creativecommons.be www.muziekarchief.be.

10:39 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-10-08

Citeren & refereren? Nieuwe stijl!

De toepassing “bronnen beheren” in Microsoft Office Word 2007 doet sommigen de wenkbrauwen fronsen, anderen, waaronder ikzelf raakten lichtelijk eufoor (1). Wat zijn de gevolgen van het nieuwe systeem en hoe gebruik je deze toepassing? (2)  Deze twee vragen zijn aan de orde.

CONSEQUENTIES

1.  Voet- of eindnoten verliezen hun functie als literatuurverwijzer.  Voet- en eindnoten worden enkel gebruikt als zelfstandige noot.[1] 

2.  Literatuurverwijzingen plaatst Word nu tussen haakjes.  Alle stijlen zijn mogelijk. Wie APA kiest, ziet in de tekst de auteur en het jaartal tussen haakjes zoals (Wydooghe, 2008, oktober 14) en de automatische bibliografie verschijnt alfabetisch.  Wie ISO kiest, ziet een cijfer tussen haakjes, zoals hier (3 pp. 17, 18 & 19). Het cijfer verwijst naar de bibliografie, die niet alfabetisch maar tekstchronologisch gesorteerd is.

3.  Wie wil dat auteurs in KAPITALEN verschijnen, moet die zo in de database ingeven. Voor de rest plaatst Word automatisch cursief, plaatst Word komma’s, punten en dubbele punten op de juiste plaats. 

4.  Als je de functie gebruikt kan je je document niet meer opslaan in een vorige Word-versie (doc.).  Dit kan voor een deel van je lezerspubliek problemen opleveren.  Opslaan als pdf-document kan een uitweg betekenen natuurlijk, maar bewerken wordt dan onmogelijk.

CONCREET

1.  Een bronvermelding toevoegen: Plaats je cursor waar je de bronvermelding wil. Klik op het tabblad Verwijzingen en kies Nieuwe Bron toevoegen. Vul de gegevens die nodig zijn in.

2.  Een bibliografie maken: Word maakt automatisch een bibliografie. Telkens je een nieuwe bron maakt, wordt die opgeslagen. Klik waar je een bibliografie wil plaatsen. Klik op de tab verwijzingen en op Bibliografie invoegen.

3.  Bronnen beheren: Je bronnenlijst kan lang worden en het is handig om bronnen uit een ander document te zoeken met Bronnen beheren. In een nieuw document zonder bronvermeldingen, vind je de bronnen in de Hoofdlijst. In een document met bronvermeldingen, steken die in de Huidige lijst. Als je een bestaande / aangemaakte bron zoekt, gebruik je de sorteervakken of het vak Zoeken.

4.  Als je een nieuwe bron hebt ingevoegd, tussen twee andere bronnen in, zal je nummering niet meer kloppen.  Corrigeer dit door met je cursor over de numerieke verwijzing te strijken, klik op het pijltje en kies ‘bijwerken’.

5. Bij het invulveld auteur kies je bewerken om het onderscheid te maken voor en achternaam, want Word ziet dat onderscheid niet.

6.  De paginanummers verschijnen niet automatisch bij je bronvermelding in de tekst. Strijk met je cursor over de verwijzing, klik op het pijltje en kies bronvermelding bewerken en voer de pagina’s manueel in.

7. Let op bij het veranderen van de ene stijl naar de andere: spatiëringen kunnen onhandig overkomen.

BIBLIOGRAFIE (Combinatie APA & ISO)

Deze bibliografie heeft Word voor mij gemaakt. Makkelijk zat, niet?

1. WYDOOGHE, B. (2008, oktober 9). Eindelijk! De referentiediscussie is een anachronisme. Opgehaald van Game Over: http://gameovergames.skynetblogs.be.

2. WYDOOGHE, B. (2008, oktober 14). Refereren Nieuwestijl. Opgehaald van SlideShare: http://www.slideshare.net/benedictwydooghe/refereren-nieu....

3. WYDOOGHE, B. (2005). Sadan-informatiesysteem. Sociaal Agogische Digitale en Analoge Naslag. Antwerpen: Garant.

---

[1] Een zelfstandige noot gebruik je om extra uitleg te geven, over een moeilijk woordje bijvoorbeeld, niet om te verwijzen naar je bronnenmateriaal.

 

15:32 Gepost door Benedict Wydooghe in i_ICT | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

09-10-08

Eindelijk! De referentiediscussie is een anachronisme

De saaiste, én tegelijk kortste les van hun leven. Zo laat de les 'refereren' zich omschrijven. En, een wat verwarrende les, dat moet ik er eerlijkheidshalve aan toevoegen. Sinds kort beschikt de tekstverwerker Word over een toepassing die je notenapparaat koppelt aan een referentiedatabase. Het bestond al langer als extra softwaretoevoeging, nu zit het ding er standaard. Prachtig! Niet alleen voor de mogelijkheden en de eenvoud, vooral voor de wijze waarop deze toepassing afrekent met ballast uit het verleden. Ten eerste: de PowerPoint - presentatie die ik sinds mensenheugenis gebruik, is nu eindelijk compleet waardeloos. Dat ontdekte ik natuurlijk iets te laat, tijdens de les zelf. Verder herleidt de toepassing de eindeloze discussie over het beste en het mooiste refereersysteem tot een anachronisme. Wat is het efficiëntste systeem? In de wandelgangen en op vergaderingen konden docenten er uren erudiet over discussiëren. Pro of contra de MLA, de APA of de ISO-normen? Het speelt geen rol meer. Eureka! APA voor onze psychologen, ISO690 voor de sociaal assistenten, opvoeders liggen er niet wakker van de problematiek van en bachelors in de maatschappelijke veiligheid kunnen in alle veiligheid zelf een keuze maken. Basta. Met één druk verandert Word je opmaak en stijl. Geen gezever, geen hertikken en daarenboven krijg je mogelijkheden waar ik nooit van hoorde: Chicago en Turabian klinken exotisch, BG7714 en SISTO2 niet, integendeel. Je bibliografie is er in een handomdraai aan toegevoegd. Vergeet het knoeien met komma’s, spaties en punten, cursiveringen of kapitalen. De keurig uitgelijnde alfabetische bibliografie die in niets gelijkt op de werkjes die sommigen durven afgeven, is nu binnen handbereik. Gedaan met de bezemhokbibliografie, om het met de woorden van David van Reybrouck (De plaag, 2001.) te zeggen. (Tussen haakjes: APA blijft een gedrocht. Ik prefereer voetnoten. ’t Schijn een tik te zijn van de historicus.) Nu, om de les wat boeiend in te leiden, startte ik met een fragment uit De Zevende van een tijdje geleden. Het debat ging over het verwijderen van een Youtubefilmpje op vraag van de NMBS. Censuur? Een aantasting van het recht op vrijheid van meningsuiting? Een aanval op het al dan niet zelfregulerend karakter van het net? Respect voor de privacy? Geen kat die het weet. De korte video illustreert de vragen die in de cursus geregeld opborrelen. De thema’s zijn actueel en blijven de aandacht van thesisstudenten trekken: anonimiteit op het net, de alomtegenwoordigheid van camera’s en de manipulatie van dat beeldmateriaal, het gewelddebat, generation Y, multitasking en de kloof tussen jong en oud, nationale of internationale reglementeringen,… tja dat allemaal in de eerste 8 minuten van de les. Even dachten enkelen dat de saaiste les van hun leven best meeviel. Niets was minder waar. Ik begon… citeren, refereren, plagiaat, de interpolatie, de ellips, auteursrecht, intellectuele diefstal, het eindnotenapparaat, externe, interne en zelfstandige voetnoten, de bibliografie. Je zou de moed bij verliezen bij al deze instructies. Ja, dat is het. Geen verhaal, geen visie. Instructie. Om de tergende les recht te trekken en het goed te maken met de studenten eindig ik met de Lichtpuntreportage  ‘Games Boem Bang.’

Zin in een spelletje? Wees gerust, geen educatieve game met een verborgen bibliotheekintroductie. Geef ons nu maar een FPS.

 

16:05 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

01-10-08

Ietsiepietsie Netikette

Ik ben geen moraalridder noch een gedragsregelaar. Van nature kan ik met mensen overweg, al zullen enkele hardvochtige studenten dat tegenspreken. Maar nu en dan vlot het niet tussen een enkeling en mij. Leerstijlbotsingen klinkt het in de pedagogische milieus, karakterbotsingen zeggen de Freudianen, klassenbotsingen beweren de Marxisten. Grootvaders gezonde verstand leerde me al vroeg dat er soorten mensen en soorten omgevingen zijn. Schoolomgevingen spreken van ijverige studenten, strevers en broekvegers, betweters en kletsmajoors.  Freudianen spreken van optimisten of pessimisten, open, gesloten, normale en gestoorde persoonlijkheden… Marxisten spreken van kapitalisten, proletariërs en burgerlijke ideologen.  Met al die karakters is het prettig toeven op de virtuele campus, een kleurrijke boel…  tot die enkeling opduikt waar ik niet mee om kan. Alle pedagogen, Freudianen en Marxisten ten spijt, ik bedacht er een woordje voor:  de cyberetter.

Omdat etters zich vaak niet bewust zijn van hun gedragseffect, geef ik een bloemlezing elementaire sociale vaardigheden op internet.  We beginnen bij het begin. 1. Spreek zacht. ROEP NIET! Roepen doe je door hoofdletters te gebruiken, of erger, je lettertype te vergroten en uitroeptekens te gebruiken.  Doe het niet, tenzij het nodig is. Dat lees aangenamer. 2. Smileys zijn tutoyerend. Gebruik ze zeker onder elkaar. Naar docenten toe? Misschien beter het initiatief van de docent afwachten. Dan kan jij ze ook gebruiken. 3. Gebruik je mailadres van de hogeschool of een ‘neutraal’ adres. Docenten raken erg ontregeld bij een mailtje van sexygirl101@hotmail.com of porre7@gmail.com. Facebook is evenmin geschikt voor je formele mailverkeer. 4. Zeg in een mail niet: “Beste docent, je cursus is een janboel, ik vind er niets terug, ik heb bovendien geen tijd om te zoeken waar alles staat. Mijn tijd is kostbaar.”  Hou de toon iets neutraler, al ben je geïrriteerd. Als de docent geïrriteerd raakt is de kous af. “Beste mevrouw, ik las x, y en z. Kunt u me verder helpen met…” klinkt al een stuk beter. Toon dat je werkte in de cursus voor je mailt. 5. Probeer bij het mailen, chatten of discussiëren niet altijd het laatste woord te hebben door elk antwoord van een shitload tegenargumenten te  voorzien. Dat is kinderachtig en dit is het hoger onderwijs. 6. Vermijd  slordige zinnen, zinnen die je afrondt met twee puntjes, zinnen met veel fouten of zinnen met in het midden een enter.. Het toont dat je nauwelijks nadacht over wat je schreef. 7. Discussies kunnen officieel en officieus. Als een docent je de opdracht geeft om over een cursusdeel in discussie te gaan, doe je dat in de virtuele school: op Toledo. Je doet dit niet op de speelplaats Facebook. Officieus kan het wel, uiteraard.  8. Zoek een sociaal evenwicht. Toon jezelf aan de ander als die dat bij jou doet. Een foto, een avatar, een vriendenlijstje, je favoriete muziek op facebook, er is niets mis mee. Het valt te vergelijken met een ontmoeting op café. Wees echter niet te opdringerig.  Het is niet omdat je elkaar ontmoet op café, dat je bij die persoon thuis binnenloopt.  Wees dus zuinig met je vraag naar echte adressen en telefoonnummers.  Zo.

Voor nieuwelingen in cyberspace, klinkt het bovenstaande misschien vreemd in de oren. Zonder dat je het weet kan je een bron van ergernis zijn, maar voor alle duidelijkheid, in 95% van de gevallen is dat niet zo.  Acht tips om het virtuele etterschap af te leren. Wie kent er nog? Of voorbeelden van hoe je het niet doet, altijd leuk om te zien… Alweer benieuwd. Tenslotte dit: wie zich aangesproken voelt of zichzelf herkent in het bovenstaande, het is misschien beter NIET te reageren. 

---

De derde ICT-les ging over de bronnen van het Sociaal Agogisch Werk, het stellen van de juiste zoekvragen, het kiezen van een geschikte zoeker en een bibliotheekintroductie. Tussenin keken we naar de VPRO-Tegenlichtreportage 'Internet en ik' die het heeft over hoe kinderen en pubers hun identiteit ontwikkelen in een digitale wereld. Studenten die afwezig tekenden kunnen ze altijd bekijken in de streaming. Voor het overzicht van de zoekers die aan bod kwamen, zie www.symbaloo.com/public/51/sadan.

 

 

 

 

 

18:09 Gepost door Benedict Wydooghe in n_Netikette | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

25-09-08

Welkom in Breugels tijd

Na de eerste les, waar leren en sociale vaardigheden in een digitale omgeving centraal stonden, onderzochten we vandaag hoe E-cultuur ons leven verandert.  De probleemstelling valt uiteen in twee delen: 1. Verandering houdt in dat we aandacht hebben voor evolutie: het internetverleden, -heden en -toekomst laten een historisch kader toe. En 2. Hoe definiëren we de term E-cultuur en hoe treedt het onze levens binnen?  Ik vergeleek het nieuwe paradigma met veranderingen in de zestiende eeuw. Niet alleen de uitvinding van de boekdrukkunst vertoont parallellen met het heden, ook de ontdekkingsreizen dienen de metafoor.  Internet als universele bibliotheek die kennismonopolies doorbreekt, of internet als een reeks 'glocaties'.  Van een luttel aantal studenten zie ik het gezicht pijnlijk, zelfs wat grimmig wegtrekken en ik lees hun gedachten. “Lap. Een historicus over ICT. Hoe krankzinnig kan je zijn?” Voor sommigen is het niet makkelijk om zich wat voor te stellen bij de zestiende eeuw. Misschien doet http://nl.wikipedia.org/wiki/Pieter_Bruegel_de_Oude een belletje rinkelen? En, dan tijdens de pauze, zonder omhaal “Waarom moeten wij (met nadruk op moeten) een facebook-account hebben?!? Is dat verplicht...” Leg dat maar eens uit m’neertje. Dit is ons terrein, school heeft ‘r niets te zoeken. Hum. Ik probeer mijn ergernis te verbergen en zeg “De legitimatie kon je horen in de vorige les of lezen in het vorige bericht. Afwezig, de vorige keer? Geen probleem, maar daar kom ik dus niet op terug."  Na de koffie – in de aula zijn inmiddels enkele lege zitjes te bespeuren - concentreren we ons op de gevolgen van de ontwikkelingen in cyberspace op taalgebied (sms, chat zijn nieuwe taaluitingen, in de zestiende eeuw veranderde de boekdrukkunst sterk de schrijftaal), de vervagende grenzen tussen privé en openbaar, de verschuiving van het Freudiaanse identiteitsbegrip naar een meerrollen identiteit en ontwikkelingen in het sociaal-agogisch werk: on-line hulpverlening, digitale in- of uitsluiting, cyberhaat en -pesten, digitale kloven, de erg negatief ervaren individualisering en BigBrother. Op het einde wordt de les even interactief, of moet ik zeggen een les2.0? De discussie  over het digitale gevaar eindigt met 9/11 en het toegankelijk maken van bommenhandboeken, terroristische handleidingen enzovoort. Het doet opnieuw denken aan de zestiende eeuw en het drukken van de bijbel in de volkstaal. Dat leidde er toe dat mensen de inhoud snapten, in tegenstelling tot de middeleeuwer, die geen snars van de Latijnse tekst begreep. De boekdrukkunst voedde het protestantisme en meer dan een eeuw lang zouden godsdiensttwisten Europa teisteren, in de strijd om de waarheid. Ziet iemand pijnlijke parallellen met vandaag? We eindigen de les met de VPRO-reportage Wikis waarheid? Wat is waarheid?  Is dé Waarheid iets dat je aan specialisten overlaat of heeft iedereen zijn eigen kleine waarheidje? Ik ben benieuwd.

De virtuele discussie weze hierbij geopend. 

---

Wie niet van het verleden houdt of liever vooruit blikt kan terecht bij een schoon initiatief van Vormingplus en Cultuurcentrum De Spil.  Met TwintigDertig proberen ze tien keer ze te achterhalen hoe de samenleving er in 2030 zal uitzien: de stad, de staat, Europa, de sociale zekerheid, tendensen op cultureel vlak... 't loont de moeite en voor vijf Euro moet je het niet laten.

  • 29 september 2008: Karel De Gucht Europa anno 2030
  • 22 oktober 2008: Hans Vandeweghe Het sportlandschap
  • 12 november 2008: Bea Cantillon De sociale zekerheid
  • 22 december 2008: Benjamin Verdonck Theater
  • 15 januari 2009: Carl Devos Ons staatsbestel
  • 12 februari 2009: Pascal Gielen Het culturele landschap
  • 30 maart 2009: Rik Coolsaet Onze wereld
  • 21 april 2009: Eric Corijn De stad
  • 4 mei 2009: Phillip Vandenbossche De beeldende kunsten 
  • 11 juni 2009: Luc Martens Roeselare anno 2030

 

14:54 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

18-09-08

Camouflagetechnieken

Na de volwassenen en de afstandsstudenten zijn de regulieren (op de trein spreek ik van ‘normale’ studenten, dat begrijpen mijn medependelaars) gestart. Het begin van het academiejaar heeft sfeer, een eigen sfeer. De eerstejaars herken je zo, bij het krieken van de dag al. Ze lopen onwennig rond, sommigen vermijden oog- en oorcontact door hun I-Pod-oortjes in te steken of een boek te lezen. Dat laatste is eerder zonderling, maar ja, echt, op de bus zie je behalve mezelf, nog jongelingen met papieren in hun handen. Andere eerstejaars lijken verdacht veel op hun collega’s uit het middelbaar: de slogans op hun lege rugzakken, de jeugdpuistjes en hun onwennige blik verraden wie ze zijn: prille eerstejaars. Sommigen, ik noem ze de geavanceerden, doen net iets teveel moeite om niet op te vallen. Zij beschikken net iets teveel over de ‘juiste’ kledij en de ‘juiste’ gsm. Er zit net iets teweinig sleet op hun camouflage, en ook die gasten herken je zo meteen. De moeilijkste om te herkennen zijn de studenten die van de unief komen. Na een jaartje studeren en feesten, kennen zij de camouflagetechnieken al. Ze zijn geen echte eerstejaars meer. Maar als die mensen 's avonds moe envoldaan uit de hogeschool vertrekken, dan vallen ook zij door de mand. Ze stappen gebukt de bus op met nu ook in hun rugzak een ton lees- en studeervoer.

Ze waren met veel. 500 eerstejaars, ’t ja, je leest het goed. Vijfhonderd cursisten voor het vak ICT, Bronnen en E-Cultuur, verdeeld over drie klassen. Daarnaast volgen een dikke vijftig studenten de cursus in afstandsonderwijs. OHO noemen we dat. Open Hoger Onderwijs. Afstandsonderwijs. Die studenten zag ik afgelopen vrijdag. Ondertussen is ongeveer de helft van hen actief op Facebook. Niet mis, zou ik zeggen. Dat is hun virtuele speelplaats, terwijl Toledo een soort virtuele school is. Hoe paradoxaal ook, scholen zijn per definitie slechte leeromgevingen. In mijn eerste les vertel ik dit als grap, maar dan is er niemand die dit soort humor weet te waarderen. Laat staan, door heeft dat het humor is. Nu, er zijn interessantere omgevingen die ‘leren’ mogelijk maken en dat geldt ook in cyberspace: Toledo is er en doet goed werk, maar dat volstaat niet. Het informele leren is minstens even belangrijk, dat kon je al eerder lezen. Trouwens, binnenkort komt er een koppeling tussen Toledo en Facebook, een argument te meer om deze speelplaats in te bouwen. Dit alles indachtig, vond ik het geen slecht idee om op deze blog een kort ICT-lesverslag achter te laten, ja speciaal voor de OHO’s. De opdracht van de reguliere student verschilt immers weinig met die van de afstandsstudent. Enfin, andere lezers mogen gerust verder lezen, maar de rest van dit bericht richt zich tot de oho-cursisten. Probeer als afstandsstudent in de schoenen van een dagstudent te wandelen, voor zover je planning dat toelaat. Als je zijn tempo volgt, dan haal je zeker de eindmeet. Misschien met blaren, dat is niet erg, denk ik. Wat deed ik in de eerste les? En, wat moeten de studenten straks ondernemen, dat lees je hieronder.

---

In de eerste les heb ik besproken. 1.   Hoe werkt Toledo? Daar is een oefening aan gekoppeld (zie Wiki, oefenboek Toledo). Dien ze tijdig in, ook als afstandsstudent. 2. Leren is niet alleen formeel, maar ook informeel. De presentatie 'Vier dingen' gaf ik 'life'. Afstandsstudenten die ze niet bekeken, doen dat beter snel (en voeren de 4 bijhorende opdracht en uit). 3. Verder veel aandacht voor de opbouw van de cursus: inhoudelijk drie luiken: ict, bronnen en e-cultuur. Bekijk de inhoud, maar bekijk vooral de doelstellingen. Er staat kinderlijk uitgeschreven wat je moet kunnen.  Druk af en schrap wat je kent en zoek collega's die meer weten. Voor de rest was mijn poging om een grapje te maken en de reactie erop dezelfde als in het afstandscollege, enkel de pauze duurde langer. Hopelijk werkt dit bericht eerder geruststellend dan verontrustend. Laat maar horen.

 

21:52 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

15-09-08

WEB 2.0 OP ZIJN RETOUR?

We zullen het maar schrijven, voor je er zelf over begint. Collaboratieve technologieën op Web 2.0 zijn een hype. Dit wil zeggen dat een aantal “sociale vaardigheden” overeind zullen blijven en dat andere met stille trom ten grave worden gedragen. "Hanging out op Web 2.0 sites zoals Facebook en MySpace is uit. Maar samenwerken rond een doel is dan weer in” vonden we in het jongste internetblad NeTTies.  Zijn wij nu voor of achter op onze tijd?  Ik zou het niet weten: samenwerken doen we als geen ander, straks, maar facebook helpt ons daar ontzettend goed bij... http://www.pcworld.com/article/150863/article.html?tk=nl_....

Het is een discussievraag voor m'n OHO-studenten.  Laten jullie hieronder maar een reactie na.

23:28 Gepost door Benedict Wydooghe in f_Futurologie | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

12-09-08

Open Hoger Onderwijs! Of niet?

Vandaag zijn ze gestart. Mijn eigen OHO studenten. Studenten die bij ons het Open Hoger Onderwijs volgen. Studeren van op afstand zeg maar, met een minimum aan contacten in real life (RL). Je moet het zien zitten. Daar zo thuis, op je eentje, met in de verte een zicht op de hogeschool, de pakken bladzijden verwerken… Het lijkt me eenzaam. Of niet?

Afstandsonderwijs mist een belangrijk element uit het dagonderwijs. Het sociale, samen werken, het informele, je medestudenten, de groepsdruk, het zorgen voor elkaar, de vragen van de medestudenten, hun antwoorden, enzovoort… ontbreken vaak. Niet dat ik het dagonderwijs wil romantiseren, verre van. En toch zijn het noodzakelijke ingrediënten van het leren. Ik herinner me de ECI-taalbandjes van destijds. Toen in de jaren tachtig de cassettes met ingesproken taalboodschappen uitkwamen, kon iedereen plots alle talen van de wereld leren! Was dat geen goed nieuws. Het leerprobleem zou overwonnen zijn. Er zijn veel, zeer veel van die cassettes verkocht, maar weinigen leerden werkelijk een taal aan de hand van de bandjes. ECI was vooral een commercieel project. Is OHO en verdoken ECI? Of niet?

De vergelijking met de taalbandjes gaat niet volledig op. Tegenwoordig lijkt E-leren me tegelijk even boeiend als uitdagend. Afstandsonderwijs kan werken als een modeterm, een gril, en commerciële stunt, maar het hoeft niet zo te zijn. Ik leg je uit waarom.  Leren is naast een formeel gebeuren, ook een informeel en sociaal gebeuren. Je doet het voor jezelf, maar zonder je collega studenten en zonder een docent kan/kun je niet leren. Om kort te gaan: medestudenten zorgen voor een soort groepsdruk en de docent zorgt voor de stok achter de deur. Op internet ontbreken die elementen. Of niet?

Sinds kort zijn er op internet diverse instrumenten te vinden die de afstandsstudent uit zijn isolement trekken en hem of haar in een (bestaande) groep opnemen. Het komt er op aan om ook sociaal vaardig te worden in cyberspace. En voor wat betreft het leren, dan ziet de top vier van socialecybervaardigheden er zo uit. Of niet?

1.            Leren doe je langs formele én informele kanalen

2.            E-Communicatie gebeurt via tekst en via beeld

3.            Een digitaal overzicht, schept orde in je leven

4.            On-line samenwerken is niet  moeilijker dan off-line

Deze vaardigheden behoren tot sociale internet, Web 2.0.  We concretiseren deze top vier. Om de vaardigheden toe te passen heb je instrumenten nodig.  1.  Om te leren gebruiken we twee omgevingen: Toledo kan je de formele virtuele school noemen. Er zijn cursussen, er zijn lesroosters en een valvas... Maar informele contacten tussen studenten - de speelplaats of de rookruimte -zijn even belangrijk. Facebook, een sociale vriendensite gebruiken mijn studenten voor hun informele leren.  2.  Communiceren verloopt via een reeks kanalen. We mailen, maar soms moet het sneller: chat of sms is efficiënter. Dat doen ze via Twitter.  3.   Ben je het overzicht op internet kwijt?  Het is begrijpelijk.  Ook daarvoor werden er instrumenten ontwikkeld. De afstandsstudent heeft er drie nodig: Symballoo, Del.icio.us en Netvibes.  4.  On-line samenwerken tenslotte doen we via Wiki’s. Zo’n site vergt groepswerk en gaat niet over één nacht ijs. On-line samenwerken is het einddoel van de cursus. De OHO-studenten verkennen op http://sadan.wikidot.com de cursus en zoeken uit wat een wiki is en hoe die verschilt van een blog.

De studenten raad ik aan om er iets moois van te maken en vooral, ervan te genieten.  Het is hun toegangspoort tot het open hoger onderwijs, of niet?

23:51 Gepost door Benedict Wydooghe in v_Vorming | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

24-08-08

E-Xpertisecentrum E-Cultuur & Nieuwe Geletterheid

Vorige week kreeg ik groen licht om een E-Xpertisecentrum E-Cultuur & Nieuwe Geletterheid te lanceren. Spek naar mijn bek, absoluut. De foldertekst is alvast veel belovend. Het studiecentrum interesseert zich voor de wijze waarop zogenaamde onzichtbare, informatie en communicatietechnologieën veranderingen realiseren in ons leren, denken, werken, in onze vrije tijd enzovoort.  Het centrum verzamelt en verspreidt daartoe multidisciplinaire kennis rond het fenomeen. De e-veranderingen vertonen veel parallellen met de uitvinding van de boekdrukkunst.  Die was van betekenis voor de kennisverspreiding én -ontwikkeling.  Het is duidelijk dat deze paradigmawissel zich laat voelen op sociaal-economisch, politiek-institutioneel en mentaal-cultureel vlak.  Minder duidelijk is hoe deze verandering zich zal voltrekken en welke de consequenties zullen zijn. In die context was er in Vlaanderen al langer een nood aan een dergelijk Expertisecentrum. Het centrum wordt gehuisvest in het Katho-departement Ipsoc (Kortrijk). De term E-cultuur verwijst naar wat zich afspeelt in de nieuwe netwerkruimte en het begrip nieuwe geletterdheid beklemtoont de vaardigheden die nodig zijn om het veranderende kennisdistributiesysteem te begrijpen en te gebruiken. Thema's waar dit expertisecentrum rond werkt zijn media-educatie en informatievaardigheden, sociale vaardigheden in cyberspace, virtuele sociale netwerken, de implementatie van technologie in het onderwijs en het sociaal agogisch werk, gaming, digitale kloven en E-Mancipatie, E-Hulpverlening, E-Ducatie, E-conomie, E-Rfgoed, E-Bibliotheken, E-Government, E-Crime...

Zo, de kop is eraf.

12:34 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

10-07-08

De beleidsnota Digitaal Vlaanderen est arrivée

Vorige week woensdag keurde het Vlaams Parlement de beleidsnota Digitaal Vlaanderen (www.vsng.be/images//digitaal%20vlaanderen.pdf) goed. Die spoort de Vlaamse regering aan om de digitalisering aan te zwengelen en werd maar liefst twee jaar lang voorbereid. De analyse is correct, maar is bovendien al (te) vaak geschreven. Vlaanderen huppelt achterop op het e-vlak. Op de website van het Vlaams Steunpunt Nieuwe Geletterdheid (www.vsng.be) is men superbondig over de nota. Dit lijkt me onbegrijpbaar. Waarom, dit zou voor zo'n steunpunt toch tot gejuich moeten leiden? Of is de vakantie daar al begonnen? De site verwijst wel naar een kritische column in DS. Dominique Deckmyn, de hoofdredacteur van IT-Professional. Deckmyn schreef zijn bijdrage bijna een week na het verschijnen van de nota, wat toch wat zegt over de actualiteitswaarde ervan. Het artikel begint licht ironisch: "Net wat we nodig hadden: een beleidsnota over digitaal Vlaanderen." Maar de ironie verandert snel in sarcasme: "Een puntenplan vol ideeën en ideetjes waarover twee jaar werd vergaderd. En waar dus geen enkele lijn in zit, behalve dat de meeste plannen weinig kans maken om gerealiseerd te worden."  Voor Deckmyn zijn meeste aanbevelingen vaag, algemeen, al beslist, of nooit uitgevoerd. "Maar goed," stelt Deckmyn "Vlaanderen heeft tenminste een plan. Wallonië kent daarentegen een golf van technopessimisme." Het volledige artikel lees je op http://m.standaard.be/artikel.xhtml?contentID=27074.

07:22 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

03-07-08

Breedbandverbeelding

'Groen licht voor e-cultuur!' Dat is dé boodschap na het onderzoek "Breedband en Verbeelding." Achter deze schitterende onderzoekstitel schuilt sedert kort een rapport dat inzicht biedt in breedbandtoepassingen en de behoeften in de culturele sector. Het onderzoek informeerde bij erfgoedorganisaties en musea, het sociaal-cultureel werk, bij bibliotheken en letteren, de cultuurcentra, bij de audiovisuele, beeldende, de amateur-, de muziek- en podiumkunsten. Met 'Groen licht' suggereren de onderzoekers dat de cultuursector nood heeft aan een overheidssignaal dat benadrukt dat breedband in cultuur een prioriteit wordt. Het ‘breedband-en-cultuur-verhaal’ voltrekt zich nu teveel met verschillende snelheden, dat was al duidelijk op de studiedag aan de VUB, eerder dit jaar. Enkele supergrote culturele actoren nemen momenteel het voortouw om met breedband te experimenteren in hun cultuurontsluiting en hun publiekswerking. Daarnaast is er een klein segment dat de ontwikkelingen op de voet volgt. Maar al bij al wacht het brede cultuurveld af. Om aan de euvels tegemoet te komen formuleren de onderzoekers diverse beleidsopties, die we graag horen. Ik parafraseer er twee. 1. Onderzoek decreten en fondsen en schep duidelijkheid over breedbandtoepassingsmogelijkheden. 2. Creëer een programma Culturele Breedbandpioniers dat initiatiefnemers linkt aan een expertisecentrum.

---

Download het rapport op http://www.cjsm.vlaanderen.be/e-cultuur/downloads/breedba.... Info op www.cjsm.vlaanderen.be. De referentie maken koste me toch wat tijd. Wie kan hier aan uit, behalve recensenten en makers? NULENS G. (Ed.). Breedband en Verbeelding. Een onderzoek naar toepassingen, behoeften en modellen voor breedband en cultuur.  Departement Vlaamse Gemeenschap CJSM, IBBT-SMIT, IBBT-MICT & TNO-ICT, Brussel, Gent & Delft, 2007.  

 

20:12 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |