21-03-07

CATCH-UP! Ironie & geweld in de hedendaagse film

PulpFiction1“Oh damn, I’ve shot Marvin in the face!” Een bekende scène uit Pulp Fiction (1994): de achterbank is bezaaid met brokjes hersenen en schedel, de kraakwitte hemden van Vincent Vega (John Travolta) en Jules Winnfield  (Samuel L. Jackson) druipen van het bloed... Was het God die de kogels van hun koers deed afwijken, waardoor de twee gangsters Vincent en Jules wonderlijk gered werden? Marvin’s “corpse minus the head” zou Vincent het antwoord voortaan schuldig blijven.

Het is de aanzet van Brigitte Adriaensen’s bijdrage voor Game over, een tekst die ik gisteren met veel interesse heb mogen lezen, al wist ik min of meer wat te verwachten op basis van een eerdere versie, gepubliceerd in DWB. Brigitte is universitair docente aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, en deed voordien aan het departement Literatuurwetenschappen van de KU Leuven onderzoek naar de rol van humor, ironie en cynisme, meer in het bijzonder in de hedendaagse Spaans-Amerikaanse cinema.

Ironie is geen evidentie, zoveel is zeker –Berlusconi, o ironie, zei het al eerder. Het vraagt een zekere inspanning, en bovendien een gedeelde basiskennis. Pulp Fiction is, aldus Brigitte, pulp voor ironici die inzien hoe de échte pulp –de ondermaatse gangsterfilms- wordt geparodieerd. “De knipoogjes met cinefiele achtergrond zijn alomtegenwoordig: Bruce Willis als acteur van ‘serieuze’ actiefilms wordt hier een karikatuur van zichzelf, John Travolta die een onschuldige twist danst met Uma Thurman (de verwijzing naar Grease (1978) is evident, voor wie ze kent) is een valse noot in iedere misdaadfilm die zichzelf in acht neemt. Elke moord is ketch-up, zoals Mia Wallace insinueert met haar lang uitgestelde relaas: drie tomaten zijn op stap, baby tomaat hinkt nogal achterop, waarop vader tomaat het op zijn zenuwen krijgt, hem tot moes slaat en zegt: "catch up!"

Maar Brigitte Adriaensen zal het op Game over ook hebben over het delicate aan ironisch omgaan met geweld; over de dunne grens tussen satire en cynisme. Hierbij vormen C’est arrivé près de ches vous (1992), No Man’s Land (2001), en La Vita è Bella (1997) de leidraad. Met name deze laatste film toont ‘wondermooi’ aan hoe de grenzen van humor en ironie worden afgetast. Een laatste passage uit de tekst van Brigitte: “Guido (gespeeld door Roberto Benigni) vertaalt de horror van de Holocaust naar de logica van het spel om zijn zoontje Giosué te beschermen. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer hij de instructies van de commandant aan de nieuw gearriveerde krijgsgevangenen weergeeft. Guido kent geen Duits, maar doet alsof hij vertaalt:

 

Officier: Luister, ik zeg dit maar één keer.

Guido: Het spelt begint. Wie er niet bij is, heeft pech.

Officier: U bent allen om één reden hierheen vervoerd.

Guido: De eerste die duizend punten haalt, wint een tank.

Officier: Om te werken.

Guido: De geluksvogel.

 

Stefaan Pleysier

---

Brigitte is aan het woord op donderdag 19 april 2007 om 11.30 uur in Budascoop KORTRIJK.

Een voorproefje?  Meer lezen? Adriaensen, B. (2006) Het spel begint: wie er niet bij is, heeft pech. Over ironie en geweld in hedendaagse films. DWB 5/6, december 2006, pp. 784-793, of in het congresboek dat verschijnt op 18 april 2007 of nu alvast op www.dwb.be/2006/5/5.html#ba.

 

 

20:35 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.