25-09-08

Welkom in Breugels tijd

Na de eerste les, waar leren en sociale vaardigheden in een digitale omgeving centraal stonden, onderzochten we vandaag hoe E-cultuur ons leven verandert.  De probleemstelling valt uiteen in twee delen: 1. Verandering houdt in dat we aandacht hebben voor evolutie: het internetverleden, -heden en -toekomst laten een historisch kader toe. En 2. Hoe definiëren we de term E-cultuur en hoe treedt het onze levens binnen?  Ik vergeleek het nieuwe paradigma met veranderingen in de zestiende eeuw. Niet alleen de uitvinding van de boekdrukkunst vertoont parallellen met het heden, ook de ontdekkingsreizen dienen de metafoor.  Internet als universele bibliotheek die kennismonopolies doorbreekt, of internet als een reeks 'glocaties'.  Van een luttel aantal studenten zie ik het gezicht pijnlijk, zelfs wat grimmig wegtrekken en ik lees hun gedachten. “Lap. Een historicus over ICT. Hoe krankzinnig kan je zijn?” Voor sommigen is het niet makkelijk om zich wat voor te stellen bij de zestiende eeuw. Misschien doet http://nl.wikipedia.org/wiki/Pieter_Bruegel_de_Oude een belletje rinkelen? En, dan tijdens de pauze, zonder omhaal “Waarom moeten wij (met nadruk op moeten) een facebook-account hebben?!? Is dat verplicht...” Leg dat maar eens uit m’neertje. Dit is ons terrein, school heeft ‘r niets te zoeken. Hum. Ik probeer mijn ergernis te verbergen en zeg “De legitimatie kon je horen in de vorige les of lezen in het vorige bericht. Afwezig, de vorige keer? Geen probleem, maar daar kom ik dus niet op terug."  Na de koffie – in de aula zijn inmiddels enkele lege zitjes te bespeuren - concentreren we ons op de gevolgen van de ontwikkelingen in cyberspace op taalgebied (sms, chat zijn nieuwe taaluitingen, in de zestiende eeuw veranderde de boekdrukkunst sterk de schrijftaal), de vervagende grenzen tussen privé en openbaar, de verschuiving van het Freudiaanse identiteitsbegrip naar een meerrollen identiteit en ontwikkelingen in het sociaal-agogisch werk: on-line hulpverlening, digitale in- of uitsluiting, cyberhaat en -pesten, digitale kloven, de erg negatief ervaren individualisering en BigBrother. Op het einde wordt de les even interactief, of moet ik zeggen een les2.0? De discussie  over het digitale gevaar eindigt met 9/11 en het toegankelijk maken van bommenhandboeken, terroristische handleidingen enzovoort. Het doet opnieuw denken aan de zestiende eeuw en het drukken van de bijbel in de volkstaal. Dat leidde er toe dat mensen de inhoud snapten, in tegenstelling tot de middeleeuwer, die geen snars van de Latijnse tekst begreep. De boekdrukkunst voedde het protestantisme en meer dan een eeuw lang zouden godsdiensttwisten Europa teisteren, in de strijd om de waarheid. Ziet iemand pijnlijke parallellen met vandaag? We eindigen de les met de VPRO-reportage Wikis waarheid? Wat is waarheid?  Is dé Waarheid iets dat je aan specialisten overlaat of heeft iedereen zijn eigen kleine waarheidje? Ik ben benieuwd.

De virtuele discussie weze hierbij geopend. 

---

Wie niet van het verleden houdt of liever vooruit blikt kan terecht bij een schoon initiatief van Vormingplus en Cultuurcentrum De Spil.  Met TwintigDertig proberen ze tien keer ze te achterhalen hoe de samenleving er in 2030 zal uitzien: de stad, de staat, Europa, de sociale zekerheid, tendensen op cultureel vlak... 't loont de moeite en voor vijf Euro moet je het niet laten.

  • 29 september 2008: Karel De Gucht Europa anno 2030
  • 22 oktober 2008: Hans Vandeweghe Het sportlandschap
  • 12 november 2008: Bea Cantillon De sociale zekerheid
  • 22 december 2008: Benjamin Verdonck Theater
  • 15 januari 2009: Carl Devos Ons staatsbestel
  • 12 februari 2009: Pascal Gielen Het culturele landschap
  • 30 maart 2009: Rik Coolsaet Onze wereld
  • 21 april 2009: Eric Corijn De stad
  • 4 mei 2009: Phillip Vandenbossche De beeldende kunsten 
  • 11 juni 2009: Luc Martens Roeselare anno 2030

 

14:54 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

18-09-08

Camouflagetechnieken

Na de volwassenen en de afstandsstudenten zijn de regulieren (op de trein spreek ik van ‘normale’ studenten, dat begrijpen mijn medependelaars) gestart. Het begin van het academiejaar heeft sfeer, een eigen sfeer. De eerstejaars herken je zo, bij het krieken van de dag al. Ze lopen onwennig rond, sommigen vermijden oog- en oorcontact door hun I-Pod-oortjes in te steken of een boek te lezen. Dat laatste is eerder zonderling, maar ja, echt, op de bus zie je behalve mezelf, nog jongelingen met papieren in hun handen. Andere eerstejaars lijken verdacht veel op hun collega’s uit het middelbaar: de slogans op hun lege rugzakken, de jeugdpuistjes en hun onwennige blik verraden wie ze zijn: prille eerstejaars. Sommigen, ik noem ze de geavanceerden, doen net iets teveel moeite om niet op te vallen. Zij beschikken net iets teveel over de ‘juiste’ kledij en de ‘juiste’ gsm. Er zit net iets teweinig sleet op hun camouflage, en ook die gasten herken je zo meteen. De moeilijkste om te herkennen zijn de studenten die van de unief komen. Na een jaartje studeren en feesten, kennen zij de camouflagetechnieken al. Ze zijn geen echte eerstejaars meer. Maar als die mensen 's avonds moe envoldaan uit de hogeschool vertrekken, dan vallen ook zij door de mand. Ze stappen gebukt de bus op met nu ook in hun rugzak een ton lees- en studeervoer.

Ze waren met veel. 500 eerstejaars, ’t ja, je leest het goed. Vijfhonderd cursisten voor het vak ICT, Bronnen en E-Cultuur, verdeeld over drie klassen. Daarnaast volgen een dikke vijftig studenten de cursus in afstandsonderwijs. OHO noemen we dat. Open Hoger Onderwijs. Afstandsonderwijs. Die studenten zag ik afgelopen vrijdag. Ondertussen is ongeveer de helft van hen actief op Facebook. Niet mis, zou ik zeggen. Dat is hun virtuele speelplaats, terwijl Toledo een soort virtuele school is. Hoe paradoxaal ook, scholen zijn per definitie slechte leeromgevingen. In mijn eerste les vertel ik dit als grap, maar dan is er niemand die dit soort humor weet te waarderen. Laat staan, door heeft dat het humor is. Nu, er zijn interessantere omgevingen die ‘leren’ mogelijk maken en dat geldt ook in cyberspace: Toledo is er en doet goed werk, maar dat volstaat niet. Het informele leren is minstens even belangrijk, dat kon je al eerder lezen. Trouwens, binnenkort komt er een koppeling tussen Toledo en Facebook, een argument te meer om deze speelplaats in te bouwen. Dit alles indachtig, vond ik het geen slecht idee om op deze blog een kort ICT-lesverslag achter te laten, ja speciaal voor de OHO’s. De opdracht van de reguliere student verschilt immers weinig met die van de afstandsstudent. Enfin, andere lezers mogen gerust verder lezen, maar de rest van dit bericht richt zich tot de oho-cursisten. Probeer als afstandsstudent in de schoenen van een dagstudent te wandelen, voor zover je planning dat toelaat. Als je zijn tempo volgt, dan haal je zeker de eindmeet. Misschien met blaren, dat is niet erg, denk ik. Wat deed ik in de eerste les? En, wat moeten de studenten straks ondernemen, dat lees je hieronder.

---

In de eerste les heb ik besproken. 1.   Hoe werkt Toledo? Daar is een oefening aan gekoppeld (zie Wiki, oefenboek Toledo). Dien ze tijdig in, ook als afstandsstudent. 2. Leren is niet alleen formeel, maar ook informeel. De presentatie 'Vier dingen' gaf ik 'life'. Afstandsstudenten die ze niet bekeken, doen dat beter snel (en voeren de 4 bijhorende opdracht en uit). 3. Verder veel aandacht voor de opbouw van de cursus: inhoudelijk drie luiken: ict, bronnen en e-cultuur. Bekijk de inhoud, maar bekijk vooral de doelstellingen. Er staat kinderlijk uitgeschreven wat je moet kunnen.  Druk af en schrap wat je kent en zoek collega's die meer weten. Voor de rest was mijn poging om een grapje te maken en de reactie erop dezelfde als in het afstandscollege, enkel de pauze duurde langer. Hopelijk werkt dit bericht eerder geruststellend dan verontrustend. Laat maar horen.

 

21:52 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

15-09-08

WEB 2.0 OP ZIJN RETOUR?

We zullen het maar schrijven, voor je er zelf over begint. Collaboratieve technologieën op Web 2.0 zijn een hype. Dit wil zeggen dat een aantal “sociale vaardigheden” overeind zullen blijven en dat andere met stille trom ten grave worden gedragen. "Hanging out op Web 2.0 sites zoals Facebook en MySpace is uit. Maar samenwerken rond een doel is dan weer in” vonden we in het jongste internetblad NeTTies.  Zijn wij nu voor of achter op onze tijd?  Ik zou het niet weten: samenwerken doen we als geen ander, straks, maar facebook helpt ons daar ontzettend goed bij... http://www.pcworld.com/article/150863/article.html?tk=nl_....

Het is een discussievraag voor m'n OHO-studenten.  Laten jullie hieronder maar een reactie na.

23:28 Gepost door Benedict Wydooghe in f_Futurologie | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

12-09-08

Open Hoger Onderwijs! Of niet?

Vandaag zijn ze gestart. Mijn eigen OHO studenten. Studenten die bij ons het Open Hoger Onderwijs volgen. Studeren van op afstand zeg maar, met een minimum aan contacten in real life (RL). Je moet het zien zitten. Daar zo thuis, op je eentje, met in de verte een zicht op de hogeschool, de pakken bladzijden verwerken… Het lijkt me eenzaam. Of niet?

Afstandsonderwijs mist een belangrijk element uit het dagonderwijs. Het sociale, samen werken, het informele, je medestudenten, de groepsdruk, het zorgen voor elkaar, de vragen van de medestudenten, hun antwoorden, enzovoort… ontbreken vaak. Niet dat ik het dagonderwijs wil romantiseren, verre van. En toch zijn het noodzakelijke ingrediënten van het leren. Ik herinner me de ECI-taalbandjes van destijds. Toen in de jaren tachtig de cassettes met ingesproken taalboodschappen uitkwamen, kon iedereen plots alle talen van de wereld leren! Was dat geen goed nieuws. Het leerprobleem zou overwonnen zijn. Er zijn veel, zeer veel van die cassettes verkocht, maar weinigen leerden werkelijk een taal aan de hand van de bandjes. ECI was vooral een commercieel project. Is OHO en verdoken ECI? Of niet?

De vergelijking met de taalbandjes gaat niet volledig op. Tegenwoordig lijkt E-leren me tegelijk even boeiend als uitdagend. Afstandsonderwijs kan werken als een modeterm, een gril, en commerciële stunt, maar het hoeft niet zo te zijn. Ik leg je uit waarom.  Leren is naast een formeel gebeuren, ook een informeel en sociaal gebeuren. Je doet het voor jezelf, maar zonder je collega studenten en zonder een docent kan/kun je niet leren. Om kort te gaan: medestudenten zorgen voor een soort groepsdruk en de docent zorgt voor de stok achter de deur. Op internet ontbreken die elementen. Of niet?

Sinds kort zijn er op internet diverse instrumenten te vinden die de afstandsstudent uit zijn isolement trekken en hem of haar in een (bestaande) groep opnemen. Het komt er op aan om ook sociaal vaardig te worden in cyberspace. En voor wat betreft het leren, dan ziet de top vier van socialecybervaardigheden er zo uit. Of niet?

1.            Leren doe je langs formele én informele kanalen

2.            E-Communicatie gebeurt via tekst en via beeld

3.            Een digitaal overzicht, schept orde in je leven

4.            On-line samenwerken is niet  moeilijker dan off-line

Deze vaardigheden behoren tot sociale internet, Web 2.0.  We concretiseren deze top vier. Om de vaardigheden toe te passen heb je instrumenten nodig.  1.  Om te leren gebruiken we twee omgevingen: Toledo kan je de formele virtuele school noemen. Er zijn cursussen, er zijn lesroosters en een valvas... Maar informele contacten tussen studenten - de speelplaats of de rookruimte -zijn even belangrijk. Facebook, een sociale vriendensite gebruiken mijn studenten voor hun informele leren.  2.  Communiceren verloopt via een reeks kanalen. We mailen, maar soms moet het sneller: chat of sms is efficiënter. Dat doen ze via Twitter.  3.   Ben je het overzicht op internet kwijt?  Het is begrijpelijk.  Ook daarvoor werden er instrumenten ontwikkeld. De afstandsstudent heeft er drie nodig: Symballoo, Del.icio.us en Netvibes.  4.  On-line samenwerken tenslotte doen we via Wiki’s. Zo’n site vergt groepswerk en gaat niet over één nacht ijs. On-line samenwerken is het einddoel van de cursus. De OHO-studenten verkennen op http://sadan.wikidot.com de cursus en zoeken uit wat een wiki is en hoe die verschilt van een blog.

De studenten raad ik aan om er iets moois van te maken en vooral, ervan te genieten.  Het is hun toegangspoort tot het open hoger onderwijs, of niet?

23:51 Gepost door Benedict Wydooghe in v_Vorming | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |