14-10-08

Citeren & refereren? Nieuwe stijl!

De toepassing “bronnen beheren” in Microsoft Office Word 2007 doet sommigen de wenkbrauwen fronsen, anderen, waaronder ikzelf raakten lichtelijk eufoor (1). Wat zijn de gevolgen van het nieuwe systeem en hoe gebruik je deze toepassing? (2)  Deze twee vragen zijn aan de orde.

CONSEQUENTIES

1.  Voet- of eindnoten verliezen hun functie als literatuurverwijzer.  Voet- en eindnoten worden enkel gebruikt als zelfstandige noot.[1] 

2.  Literatuurverwijzingen plaatst Word nu tussen haakjes.  Alle stijlen zijn mogelijk. Wie APA kiest, ziet in de tekst de auteur en het jaartal tussen haakjes zoals (Wydooghe, 2008, oktober 14) en de automatische bibliografie verschijnt alfabetisch.  Wie ISO kiest, ziet een cijfer tussen haakjes, zoals hier (3 pp. 17, 18 & 19). Het cijfer verwijst naar de bibliografie, die niet alfabetisch maar tekstchronologisch gesorteerd is.

3.  Wie wil dat auteurs in KAPITALEN verschijnen, moet die zo in de database ingeven. Voor de rest plaatst Word automatisch cursief, plaatst Word komma’s, punten en dubbele punten op de juiste plaats. 

4.  Als je de functie gebruikt kan je je document niet meer opslaan in een vorige Word-versie (doc.).  Dit kan voor een deel van je lezerspubliek problemen opleveren.  Opslaan als pdf-document kan een uitweg betekenen natuurlijk, maar bewerken wordt dan onmogelijk.

CONCREET

1.  Een bronvermelding toevoegen: Plaats je cursor waar je de bronvermelding wil. Klik op het tabblad Verwijzingen en kies Nieuwe Bron toevoegen. Vul de gegevens die nodig zijn in.

2.  Een bibliografie maken: Word maakt automatisch een bibliografie. Telkens je een nieuwe bron maakt, wordt die opgeslagen. Klik waar je een bibliografie wil plaatsen. Klik op de tab verwijzingen en op Bibliografie invoegen.

3.  Bronnen beheren: Je bronnenlijst kan lang worden en het is handig om bronnen uit een ander document te zoeken met Bronnen beheren. In een nieuw document zonder bronvermeldingen, vind je de bronnen in de Hoofdlijst. In een document met bronvermeldingen, steken die in de Huidige lijst. Als je een bestaande / aangemaakte bron zoekt, gebruik je de sorteervakken of het vak Zoeken.

4.  Als je een nieuwe bron hebt ingevoegd, tussen twee andere bronnen in, zal je nummering niet meer kloppen.  Corrigeer dit door met je cursor over de numerieke verwijzing te strijken, klik op het pijltje en kies ‘bijwerken’.

5. Bij het invulveld auteur kies je bewerken om het onderscheid te maken voor en achternaam, want Word ziet dat onderscheid niet.

6.  De paginanummers verschijnen niet automatisch bij je bronvermelding in de tekst. Strijk met je cursor over de verwijzing, klik op het pijltje en kies bronvermelding bewerken en voer de pagina’s manueel in.

7. Let op bij het veranderen van de ene stijl naar de andere: spatiëringen kunnen onhandig overkomen.

BIBLIOGRAFIE (Combinatie APA & ISO)

Deze bibliografie heeft Word voor mij gemaakt. Makkelijk zat, niet?

1. WYDOOGHE, B. (2008, oktober 9). Eindelijk! De referentiediscussie is een anachronisme. Opgehaald van Game Over: http://gameovergames.skynetblogs.be.

2. WYDOOGHE, B. (2008, oktober 14). Refereren Nieuwestijl. Opgehaald van SlideShare: http://www.slideshare.net/benedictwydooghe/refereren-nieu....

3. WYDOOGHE, B. (2005). Sadan-informatiesysteem. Sociaal Agogische Digitale en Analoge Naslag. Antwerpen: Garant.

---

[1] Een zelfstandige noot gebruik je om extra uitleg te geven, over een moeilijk woordje bijvoorbeeld, niet om te verwijzen naar je bronnenmateriaal.

 

15:32 Gepost door Benedict Wydooghe in i_ICT | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

09-10-08

Eindelijk! De referentiediscussie is een anachronisme

De saaiste, én tegelijk kortste les van hun leven. Zo laat de les 'refereren' zich omschrijven. En, een wat verwarrende les, dat moet ik er eerlijkheidshalve aan toevoegen. Sinds kort beschikt de tekstverwerker Word over een toepassing die je notenapparaat koppelt aan een referentiedatabase. Het bestond al langer als extra softwaretoevoeging, nu zit het ding er standaard. Prachtig! Niet alleen voor de mogelijkheden en de eenvoud, vooral voor de wijze waarop deze toepassing afrekent met ballast uit het verleden. Ten eerste: de PowerPoint - presentatie die ik sinds mensenheugenis gebruik, is nu eindelijk compleet waardeloos. Dat ontdekte ik natuurlijk iets te laat, tijdens de les zelf. Verder herleidt de toepassing de eindeloze discussie over het beste en het mooiste refereersysteem tot een anachronisme. Wat is het efficiëntste systeem? In de wandelgangen en op vergaderingen konden docenten er uren erudiet over discussiëren. Pro of contra de MLA, de APA of de ISO-normen? Het speelt geen rol meer. Eureka! APA voor onze psychologen, ISO690 voor de sociaal assistenten, opvoeders liggen er niet wakker van de problematiek van en bachelors in de maatschappelijke veiligheid kunnen in alle veiligheid zelf een keuze maken. Basta. Met één druk verandert Word je opmaak en stijl. Geen gezever, geen hertikken en daarenboven krijg je mogelijkheden waar ik nooit van hoorde: Chicago en Turabian klinken exotisch, BG7714 en SISTO2 niet, integendeel. Je bibliografie is er in een handomdraai aan toegevoegd. Vergeet het knoeien met komma’s, spaties en punten, cursiveringen of kapitalen. De keurig uitgelijnde alfabetische bibliografie die in niets gelijkt op de werkjes die sommigen durven afgeven, is nu binnen handbereik. Gedaan met de bezemhokbibliografie, om het met de woorden van David van Reybrouck (De plaag, 2001.) te zeggen. (Tussen haakjes: APA blijft een gedrocht. Ik prefereer voetnoten. ’t Schijn een tik te zijn van de historicus.) Nu, om de les wat boeiend in te leiden, startte ik met een fragment uit De Zevende van een tijdje geleden. Het debat ging over het verwijderen van een Youtubefilmpje op vraag van de NMBS. Censuur? Een aantasting van het recht op vrijheid van meningsuiting? Een aanval op het al dan niet zelfregulerend karakter van het net? Respect voor de privacy? Geen kat die het weet. De korte video illustreert de vragen die in de cursus geregeld opborrelen. De thema’s zijn actueel en blijven de aandacht van thesisstudenten trekken: anonimiteit op het net, de alomtegenwoordigheid van camera’s en de manipulatie van dat beeldmateriaal, het gewelddebat, generation Y, multitasking en de kloof tussen jong en oud, nationale of internationale reglementeringen,… tja dat allemaal in de eerste 8 minuten van de les. Even dachten enkelen dat de saaiste les van hun leven best meeviel. Niets was minder waar. Ik begon… citeren, refereren, plagiaat, de interpolatie, de ellips, auteursrecht, intellectuele diefstal, het eindnotenapparaat, externe, interne en zelfstandige voetnoten, de bibliografie. Je zou de moed bij verliezen bij al deze instructies. Ja, dat is het. Geen verhaal, geen visie. Instructie. Om de tergende les recht te trekken en het goed te maken met de studenten eindig ik met de Lichtpuntreportage  ‘Games Boem Bang.’

Zin in een spelletje? Wees gerust, geen educatieve game met een verborgen bibliotheekintroductie. Geef ons nu maar een FPS.

 

16:05 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

01-10-08

Ietsiepietsie Netikette

Ik ben geen moraalridder noch een gedragsregelaar. Van nature kan ik met mensen overweg, al zullen enkele hardvochtige studenten dat tegenspreken. Maar nu en dan vlot het niet tussen een enkeling en mij. Leerstijlbotsingen klinkt het in de pedagogische milieus, karakterbotsingen zeggen de Freudianen, klassenbotsingen beweren de Marxisten. Grootvaders gezonde verstand leerde me al vroeg dat er soorten mensen en soorten omgevingen zijn. Schoolomgevingen spreken van ijverige studenten, strevers en broekvegers, betweters en kletsmajoors.  Freudianen spreken van optimisten of pessimisten, open, gesloten, normale en gestoorde persoonlijkheden… Marxisten spreken van kapitalisten, proletariërs en burgerlijke ideologen.  Met al die karakters is het prettig toeven op de virtuele campus, een kleurrijke boel…  tot die enkeling opduikt waar ik niet mee om kan. Alle pedagogen, Freudianen en Marxisten ten spijt, ik bedacht er een woordje voor:  de cyberetter.

Omdat etters zich vaak niet bewust zijn van hun gedragseffect, geef ik een bloemlezing elementaire sociale vaardigheden op internet.  We beginnen bij het begin. 1. Spreek zacht. ROEP NIET! Roepen doe je door hoofdletters te gebruiken, of erger, je lettertype te vergroten en uitroeptekens te gebruiken.  Doe het niet, tenzij het nodig is. Dat lees aangenamer. 2. Smileys zijn tutoyerend. Gebruik ze zeker onder elkaar. Naar docenten toe? Misschien beter het initiatief van de docent afwachten. Dan kan jij ze ook gebruiken. 3. Gebruik je mailadres van de hogeschool of een ‘neutraal’ adres. Docenten raken erg ontregeld bij een mailtje van sexygirl101@hotmail.com of porre7@gmail.com. Facebook is evenmin geschikt voor je formele mailverkeer. 4. Zeg in een mail niet: “Beste docent, je cursus is een janboel, ik vind er niets terug, ik heb bovendien geen tijd om te zoeken waar alles staat. Mijn tijd is kostbaar.”  Hou de toon iets neutraler, al ben je geïrriteerd. Als de docent geïrriteerd raakt is de kous af. “Beste mevrouw, ik las x, y en z. Kunt u me verder helpen met…” klinkt al een stuk beter. Toon dat je werkte in de cursus voor je mailt. 5. Probeer bij het mailen, chatten of discussiëren niet altijd het laatste woord te hebben door elk antwoord van een shitload tegenargumenten te  voorzien. Dat is kinderachtig en dit is het hoger onderwijs. 6. Vermijd  slordige zinnen, zinnen die je afrondt met twee puntjes, zinnen met veel fouten of zinnen met in het midden een enter.. Het toont dat je nauwelijks nadacht over wat je schreef. 7. Discussies kunnen officieel en officieus. Als een docent je de opdracht geeft om over een cursusdeel in discussie te gaan, doe je dat in de virtuele school: op Toledo. Je doet dit niet op de speelplaats Facebook. Officieus kan het wel, uiteraard.  8. Zoek een sociaal evenwicht. Toon jezelf aan de ander als die dat bij jou doet. Een foto, een avatar, een vriendenlijstje, je favoriete muziek op facebook, er is niets mis mee. Het valt te vergelijken met een ontmoeting op café. Wees echter niet te opdringerig.  Het is niet omdat je elkaar ontmoet op café, dat je bij die persoon thuis binnenloopt.  Wees dus zuinig met je vraag naar echte adressen en telefoonnummers.  Zo.

Voor nieuwelingen in cyberspace, klinkt het bovenstaande misschien vreemd in de oren. Zonder dat je het weet kan je een bron van ergernis zijn, maar voor alle duidelijkheid, in 95% van de gevallen is dat niet zo.  Acht tips om het virtuele etterschap af te leren. Wie kent er nog? Of voorbeelden van hoe je het niet doet, altijd leuk om te zien… Alweer benieuwd. Tenslotte dit: wie zich aangesproken voelt of zichzelf herkent in het bovenstaande, het is misschien beter NIET te reageren. 

---

De derde ICT-les ging over de bronnen van het Sociaal Agogisch Werk, het stellen van de juiste zoekvragen, het kiezen van een geschikte zoeker en een bibliotheekintroductie. Tussenin keken we naar de VPRO-Tegenlichtreportage 'Internet en ik' die het heeft over hoe kinderen en pubers hun identiteit ontwikkelen in een digitale wereld. Studenten die afwezig tekenden kunnen ze altijd bekijken in de streaming. Voor het overzicht van de zoekers die aan bod kwamen, zie www.symbaloo.com/public/51/sadan.

 

 

 

 

 

18:09 Gepost door Benedict Wydooghe in n_Netikette | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |