12-02-10

Help! Mijn kind is verslaafd aan internet

Koppen zorgt voor onnodige ongerustheid

Het werd ruimschoots op voorhand aangekondigd. Het programma Koppen zou, naar aanleiding van de Safer Internet Day, experimenteren met twee jongeren die zich één week de toegang tot internet ontzeggen. Nu, carnaval breekt aan en dan mag je al eens overdrijven of van de jongere een karikatuur maken, dachten de makers wellicht. En, het moet gezegd Bert en Marucha spelen hun rol voortreffelijk. Ze spenderen per dag ongeveer drie uur aan internet en voelen zich, in weerwil van wat de titel ‘Steeds meer jongeren verslaafd aan internet’ doet vermoeden, zichtbaar goed in hun vel.

De titel stoort om drie redenen. Ten eerste toont de reportage op geen enkele wijze aan dat steeds meer jongeren verslaafd zijn aan internet. Ten tweede stuurt de titel de aandacht van (mogelijke) hulpverleners en ongeruste ouders in de foute richting. Ten derde doet de reportage uitschijnen dat je die titel, en met name de woordjes ‘steeds meer’ zelfs heel letterlijk mag nemen: Wim de Vilder spreekt in zijn inleiding over 1 op 8 mensen die dwangmatig internetten, terwijl iets verder in de reportage het aantal probleemgevallen al is toegenomen tot 1 op 7. Dat de makers de principes van de historische kritiek aan hun laars lappen, is op nog meer plaatsen zichtbaar. Wie beweert dat? Wie deed hier onderzoek naar? En, wat bedoelt men met verslaafd? Dat de drang ernaar of de afkickverschijnselen lijken op een alcohol- of drugsverslaving? Bert speelt zijn rol voortreffelijk en getuigt met een glimlach over zijn slapeloosheid en nachtmerrie. Hilarisch wordt het als hij vertelt hoe hij struikelt over een doos. “Normaal ben ik heel lief voor die dingen, maar nu heb ik ze aan flarden gescheurd.” Niet alleen agressie maar ook depressies zouden een internetverslaving kenmerken. Je hoeft geen psychiater te zijn om te zien dat Marucha en Bert géén depressie hebben, noch agressief zijn.

Wat de reportagemakers werkelijk tonen is uiteindelijk veel minder sexy dan wat de titel suggereert. Koppen toont hoe jongeren internet gebruiken om hun identiteit te ontdekken én vorm te geven. En dan blijkt, met dezelfde beelden en commentaar dat jongeren niet anders zijn dan vroeger. Ze maken plezier en hebben vrienden. En vandaag gebruiken ze daarvoor het internet. De vraag is niet of ze te lang online zijn. Neen, jongeren zijn inline, altijd aanwezig via pc of gsm. Wie Berts site bezoekt, ontmoet een creatieve gast die reacties uitlokt en aandacht zoekt. Eigen aan de leeftijd, zou de ontwikkelingspsycholoog zeggen. De titel geeft de reportage echter een andere betekenis en zorgt voor nodeloze ongerustheid bij wie internet niet kent.

In een genuanceerde studie over internetgedrag van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) staat te lezen dat jongeren wel degelijk risicogedrag stellen en dat marketingstrategieën hen manipuleren tot meer consumptie. Om hun weerbaarheid hiertegen te verhogen roept het OIVO ouders op om meer kennis te nemen van de risico’s. Er is geen ongerustheid nodig, maar kennis en interesse. Enkel zo maak je minderjarigen weerbaar in cyberspace. En niet door hen te laten bekennen 'ik ben verslaafd.'

---

Bezoek de site van Bert op www.youtube.com/bertdc. Schitterend wat hij daar doet!

12:27 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |