04-05-10

Het mobiele internet: de WIFI-generatie

In de afgelopen 20 jaar zijn we als samenleving de ethiek in ons handelen en het fatsoen in ons taalgebruik ten dele kwijtgeraakt. De Westerse cultuur lijkt op dat punt op het Romeinse Rijk in zijn nadagen. Een cultuur kan maar een beperkte hoeveelheid massa ranzigheid doorstaan, anders stort zij in.”

Marcel Bullinga in: De WIFI-generatie.

 

Enige retoriek is de futuroloog Marcel Bullinga niet vreemd. En ja, natuurlijk, het gaat over de internetwijn. In een nieuwe zak? Neen, in een baxter, deze keer. Wie het boek ‘De WIFI-generatie’ leest, stelt vast dat Nederland in paniek is. Het mobiele internet dient er zich sneller aan dan in Vlaanderen en de consequenties zijn het duidelijkst in het gedrag van de jonge smartphone bezitter. In Nederland heeft 25% van de 6 tot 8 jarigen een mobieltje. Bij de groep ouder dan tien is dit 100 procent. Hoeveel smartphones er daarvanbij deze jongeren in omloop zijn, maken de auteurs Liesbeth Hop en Bamber Delver niet duidelijk. Ouders motiveren de aankoop van een toestel paradoxaal genoeg vanuit de ‘veiligheid’ van het kind. En die Nederlandse ouders blijken erg naïef als we het boek geloven. Ze veronderstellen dat de enige functie van het toestel bellen is. Doorgaans zijn onze Noorderburen toch iets vertrouwder met het internetfenomeen. Neen? Hier in Vlaanderen weten de meeste ouders toch dat de smartphone grondig verschilt van een telefoon: het is een toverstaf die in de toekomst nog veel meer zal kunnen. Nog meer? Jawel... Het controleert de brandvergunning van de omgeving waar je logeert, het checkt wie die jongens op het schoolplein zijn. Het checkt waar je huisarts zijn diploma behaalde, het checkt of iemand meerderjarig is. Je betaalt er de skilift mee, het zegt je of de wind aangenaam is om te skiën en waar je vrienden zich bevinden. Als een radar doet het in luttele seconden metingen die ooit voorwerp waren van langdurig onderzoek in dure labo’s. Je betaalt er het kaartje van het zwembad mee, je checkt de waterkwaliteit en je opent er je locker mee.[1] De smartphone garandeert je persoonlijke veiligheid. Maar zover zijn we nog niet. Voorlopig beperken de apparaten zich tot internet: chatten, mailen, youtube kijken, surfen… Niets nieuws onder de zon behalve dat internet nu overal toegankelijk is en dat kinderen zich overal terugtrekken met hun toestel. En dat baart de auteurs zorgen. Terecht. Alhoewel, het is ook plezant om te lezen hoe Jesper na school met zijn vrienden bij het huis van de buurman staat omdat hij een snellere verbinding heeft en om hem aan de ouderlijke controle te onttrekken. “Ook sta ik liever buiten dan binnen, anders vraagt mijn moeder altijd wat ik doe.” Of wat er op campings gebeurt. Die nemen WIFI als concurrentievoordeel, zoals ze de eerste kleurentv of het eerste zwembad aanboden. Jongens fietsen er met hun mobieltje en vergelijken de omgeving met Google Maps en als Omars gezin een vakantieplaats kiest, vraagt hij of er internet is. Anders gaan ze niet! De vorige vakantie was perfect. “Daar had je goed internet. Overal op de camping kon je internetten, niet alleen bij je tent.” Met de nieuwe vakantievrienden gamet Omar nu bij het zwembad.

Als de auteurs schrijven dat televisie kijken niet meer is zoals vroeger - het toestel waar je samen voor zat - is hun nostalgie net iets te groot. Alsof de ouderlijke macht zich in die dagen beperkte tot het zinnetje “Ga naar bed” of ze er vanaf kwamen met de vraag “Naar welk programma zullen we kijken.” Ik herinner me in die tijd ook al hevige protesten tegen het eerste commando. De democratische vraag kan ik me daarentegen niet herinneren. Vader bepaalde wat er op tv kwam. Vallen kinderen met mobieltjes en spelcomputers buiten het stembereik van hun ouders, zoals de auteurs suggereren? Ik denk het niet. Moeten de jongeren zelfstandig grenzen stellen aan de tijd die ze aan media besteden? Ik denk het niet. Ik geloof niet dat het leven in die dagen eenvoudiger was. Dat lijkt alleen zo, nu zoveel later. Als je kijkt naar de waarschuwende en ongeruste literatuur over de kijkbuiskinderen, dan is die misschien wel omvangrijker dan het aantal publicaties over het internet gevaar. En de ouders? Die klinken zoals vroeger… “Hoe ouder hij wordt, hoe meer hij zijn eigen leven heeft. Ik zorg alleen voor eten en een slaapplek” klaagt een moeder. “Alsof het hier een hotel is.” Waar hoorde ik dat eerder? Het traceren van historische verschillen en parallellen is niet de sterkste kant van de auteurs. Desalniettemin slaan ze de nagel op de kop als ze stellen dat ouders, scholen, hulpverleners en politiemensen nauwelijks voorbereid zijn op het mobiele internet. Dat is een feit. “We zijn het gewend dat jongeren met hun mobieltjes op ons staan te wachten" getuigt een agent. “Het is een absurd gevoel om constant te worden gefilmd en gefotografeerd door omstanders, zelfs hele jonge, terwijl je werkt. (…) Mobieltjes zijn een wapen. Je kan er mee worden geïdentificeerd als je undercover werkt. Vergeet niet dat het heel intimiderend werkt om vlakbij je gezicht zo’n filmend mobiel te krijgen!”

De kenmerken van de WIFI-generatie maken het mogelijk om haar te begeleiden en hun gedrag te kaderen. Vergeet het multitasken en de generatie Einstein, die bestaan niet. De WIFI-generatie…

1.       Heeft veel privacy en leeft buiten het blikveld van de opvoeders
2.       Is autonoom in het interpreteren van mediaberichten
3.       Is Inline: overal en altijd online
4.       Is traceerbaar in plaats, tijd en activiteit (waar ben je vraag je niet, dat zie je)
5.      
Is in technische vaardigheden versneld, in kritische reflectie vertraagd
6.       Registreert zonder toestemming: iedereen is paparazzo
7.       Downloadt niets (het ‘hebben’ is achterhaald), uploadt alles
8.       50% verkiest de fysieke peergroup boven de virtuele

Omdat filteren nauwelijks werkt en omdat leerkrachten, hulpverleners of agenten de ontwikkelingen niet bijbenen, pleiten de auteurs de een nieuw kennisberoep en een nieuwe vaardigheid: de mediacoach en mediawijsheid. Dat is uiteraard niet voldoende, stellen ze. Het vangnet voor de WIFI-kids heeft een update nodig. Dit net is hopeloos ouderwets en zit vol gaten. De ouders, de overheid, het onderwijs, de bibliotheken, de mediatheken, het bedrijfsleven en de media-industrie krijgen een veeg uit de pan. “Die reageren niet op hedendaagse ontwikkelingen, laat staan op de toekomst. Updaten is een must.”

Voor die update hebben ouders of hulpverleners geen grote theorieën nodig. Die kan klein en eenvoudig beginnen. Om dit te illustreren eindig ik met twee vergelijkende vragen. Horen kinderen van pakweg tien jaar een supersnelle, en krachtige zakcomputer continu bij zich te hebben om overal on-line te zijn, zoals in Nederland nu het geval is?

Of, anders gezegd, is het verstandig om tien jarige te leren autorijden?

Met een Porche?



[1] Naar Marcel Bullinga, futurist, in: HOP L & DELVER B. De WIFI-generatie. De jeugd op het mobiele internet. Nationale Academie voor Media & Maatschappij, Zutphen, 2009, p. 26.

14:21 Gepost door Benedict Wydooghe in a_Algemeen/E-cultuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.