29-09-09

Het betere knip (en plak) werk

Von Trier is er weer. En wij gingen zien. Samen met een kleine veertig tweedejaarsstudenten maak ik er een gewoonte van om nu en dan de Kortrijkse Pentascoop binnen te lopen. De beelden die de Deen in deze productie schiet, zijn ronduit fantastisch en zijn uitermate geknipt voor een college en een workshop rond beeldtaal en beeldcultuur. Dat brachten we na de film onmiddellijk in de praktijk.

 

VOORKENNIS

Humo laat zich zo uit over de film: óf je verwenst hem, óf je bent er kapot van. Een reeks studenten was er behoorlijk kapot van, net als de twee hoofdfiguren, maar dan letterlijk. Zelden zagen we een film die zo diep snijdt. Zelf lees ik niet graag recensies voor ik de bioscoop binnenstap. Voorkennis is dodelijk en zeker in dit geval. “Nu, van de studenten hoef je het lezen niet te vrezen”, knipoogt een collega. Bij hen werkt de geruchtenmolen. Eén student zag de film al (op dvd begod!). Hij kreeg een vrijstelling én spreekverbod. 

Na de film zit je met meer vragen dan antwoorden en ik snuffel na op internet. Over de esthetische keuzes van de regisseur en de betekenis van de beelden valt zoals altijd weinig te vinden. Over het productieproces en de verhaallijn daarentegen des te meer. Jammer. Is er dan niemand die dieper kijkt dan de bovenste laag? Toch wel. Dennis Van Dessel drukt het ongeveer zo uit: Von Trier suggereert dat Satan (en niet God) de natuur schept en dat die natuur in oorsprong geen Eden of aards paradijs is maar, gewelddadig en chaotisch. Het in cultuur brengen daarentegen is het rationaliseren van die cultuur.

 

ZELFTHERAPIE

Von Trier maakte zijn Antichrist tijdens een periode waarin hij zijn eigen depressie te lijf gaat. 'Ik had geen levensdoel meer' vertelt hij ergens. Het is eraan te zien, sneerde een vriendje van een studente bij een borrel achteraf. Hij drukte het ongeveer zo uit: “Rijp voor Pittem.” Of net niet, zoals Von Trier het zelf zegt? Dient de film dient als zelftherapie? Want daar gaat het over. Het thema is duidelijk: het verwerken van verdriet, rouw en verlies. Subthema’s zijn lust, angst, wanhoop, doodsvrees, reinheid en onreinheid. Een aantal kritieken rekenen Von Trier hierop af: hij zou door zijn eigen depressie niet kritisch genoeg geweest zijn ten aanzien van zijn eigen film. Ik ben het daar niet mee eens. Ik leg het uit.

 

SYMBOOLTAAL & CONTRAST

In het begin van Antichrist doen de tegengestelden Eros en Thanatos hun intrede via de vrijscène die afwisselt met het kind dat de dood opzoekt. Een derde element zorgt voor extra contrast: de wasmachine. De drie komen samen tot stilstand: het kind smakt op de grond, de partners komen klaar, en de wasmachine tot stilstand. Tweemaal onzuiverheid, een keer zuiverheid (de was is proper). Daarmee is de toon gezet: we zullen nog contrasten te zien krijgen: emotie versus rede, het spirituele versus het rationele, natuur versus cultuur, vrouw versus man,  een betoverend sprookjeslandschap versus een angstaanjagende horrorjungle,  kortom, alle ingrediënten voor een etherische droomcinema die keihard botst met een hallucinante nachtmerrie. 

De film is vormelijk symmetrisch opgebouwd. Een symmetrische compositie zorgt voor een rustig, stabiel gevoel, precies het tegenovergestelde van wat de regisseur wil bereiken. De proloog en de epiloog zijn zwart-wit en stoppen het verhaal als het ware in een kader. De hoofdstukken zelf zijn ook zuinig met kleur. Groene en blauwe tinten overheersen in het mysterieuze woud waar het grootste deel van de handeling zich afspeelt. Precies midden in de film, ik zal het eens chronometreren, verandert de sfeer. Op dat moment zegt de vrouw dat ze genezen is en zien we een vos 'Chaos reigns!' zeggen terwijl hij zijn ingewanden likt. Dat is het teken, de omslag, een beetje vergelijkbaar met wat Tarantino doet in From Dusk Till Dawn. Als kijker ben je even verward, en dat mag of moet zelfs.

Von Trier is dus zuinig met kleur en zuinig met personages (we zien slechts drie of vier acteurs) maar overdadig in zijn tableaus met hun magnifieke compositie en de symbolische verwijzingen. De waterdruppels zorgen voor een bijzonder esthetische fotografie, maar ze hebben ook een symboolfunctie. Ze verwijzen naar het zachte zuiveren (cfr. de wasmachine uit de openingsscène). Het trommelen van de eikeltjes bezorgen de personages en de kijker het tegenovergestelde gevoel: harde, pijnlijke angst. Weer contrast, dus. Verder zijn er de drie bedelaars, (in de vorm van een hert dat bevalt, een vuile kraai en een vos met een belletje), occulte tekeningen van heksenjachten, het is symbooltaal die je vragen doet stellen. Wat hebben heksen met voeten?  Er zijn de voeten die branden op de grond, er is het fout aantrekken van de kinderschoenen... Ook de heksen in The Wizard of Oz hadden iets met toverschoenen, heksen martelde mens met de fameuse Spaanse laars, het pentagram wordt ook heksenvoet genoemd (wat ons bij het magische cijfer vijf brengt: vijf tenen aan een voet, de vijf elementen: geest, water, vuur, aarde en lucht... Ik weet het niet. Straks zie ik de film een tweede keer. Misschien haal ik er meer uit.

 

FOUCAULT VERSUS FREUD

Vormelijk dus symmetrisch, maar inhoudelijk zwaar tegenstrijdig: de mannelijke, therapeutische wetenschap wordt een vrouwelijk bijgelovig verhaal over hekserij. Heeft Von Trier Michel Foucaults 'Geschiedenis van de waanzin' gelezen? Heeft hij Freud gelezen? Het kan niet anders. Freud vergelijkt heksen met geesteszieken in een onwetenschappelijke tijdperk. Mensen met akoestische hallucinaties, slaapwandelaars of personen die ander eigenaardig gedrag stellen, krijgen in de zestiende eeuw noch een wetenschappelijk diagnose noch een wetenschappelijke behandeling. Freud bestudeerde de Malleus Maleficarum (een handboek om heksen uit te drijven) als een pre-wetenschappelijke psychiatrische handleiding. De auteurs Heinrich Kramer en Jacob Sprenger benadrukken dat vrouwen een man castreren. Ze nemen het orgaan weg, niet door de man ervan te beroven maar door het te verbergen met glamour. Glamour verwijst nu naar schoonheid, destijds wijst het op castratiemagie. Dit alles zien we in het tweede deel van de film: de vrouw neemt de macht over van de man en verwerkt op haar manier het verdriet. Dit alles speelt zich af in een woud met de naam ‘Eden’ of het verloren paradijs. De vertikale lijnen van de bomen zorgen voor een claustrofobische sfeer, je krijgt de indruk nooit nog uit het bos te kunnen ontsnappen.

De visie van Freud is echter compleet tegengesteld aan die van Michel Foucault. Kernpunt is dat niet de heks de voorloper is van de psychiatrische patiënt, maar de inquisiteur de voorloper is van de huidige mannelijke wetenschapper (psychiater). En dit toont het eerste deel van de film waar de man therapeutische sessies geeft om zijn vrouw te genezen. Hij bereikt - hoe kan het ook anders - het omgekeerde effect. Hij analyseert haar kapot en maakt van een rouwproces een logisch stappenplan. Uiteraard werkt de aanpak niet. Het draait anders uit. Let ook op het camerawerk tijdens de therapie. Dat is niet toevallig desorïenterend.

 

GRUWELPORNO? 15 SECONDEN!

Tot slot, waarom maakt de film ophef? In Cannes verlieten mensen gechoqueerd de zaal zodat de producer er over dacht een verknipte versie te tonen. In Kortrijkse versie werd niet geknipt, alhoewel. Het is hem allemaal te doen om enkele close-ups van een piemel in actie, een schaar bij een clitoris en een martelscène met een slijpsteen. Al bij al gaat het om vijftien seconden beeld die de discussie over het controleren en respecteren van de leeftijdsratings heropent. We gaan er hier niet op in. De discussie is aan de orde in het werkcollege. We kunnen misschien besluiten met de woorden van Sander Van Nieuwenhuyse. "Antichrist is voor niemand geschikt en toch is het een film die je gezien moet hebben."

 

---

 

Bronnen

 

http://www.malleusmaleficarum.org/downloads/MalleusAcrobat.pdf

 

http://www.radio1.be/programmas/peeters-pichal/raak-je-onder-16-makkelijk-binnen-bij-knt-film

 

http://www.demorgen.be/wca_digi/film_detail/101/259829/Antichrist.html

 

http://www.humo.be/tws/film-reviews/6027/antichrist.html 

 

 

 

 

 

10:47 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

07-11-08

Cultuurparticipatie en een broodje vissalade

Dag Dominique,

Ze smaakten die broodjes. Gisteren op de middag was ik in het Vlaams Parlement bij de voorstelling van de nieuwe viWTA-publicatie. VUB-onderzoeker Gert Nulens (IBBT/SMIT) schreef een dossier dat in je methodiekles SCW thuishoort: ‘ICT als instrument voor cultuurparticipatie.’ Het lijvige document neemt een aanloop die het kaderverhaal schetst voor niet ingewijden. Het document bestaat voorlopig enkel op papier, maar dat zal niet lang duren, hou http://www.viwta.be/content/nl/doc_Dossiers.cfm in het oog.

Om je studenten en jezelf niet op jullie honger te laten, pikte ik een overdreven stapel dossiers uit de doos en dropte die op je bureau. Na de presentatie debatteerden vier bekenden over evenveel stellingen: Jeroen Walterus (FARO), Dries Moreels (VTI), Jan Braekman (VOCB) en Debbie Esmans (departement Cultuur).  De stellingen zijn interessant om in de les mee te nemen.  Bij de eerste discussie ging mijn aandacht zo hard naar het broodje vissalade, dat ik de stelling vergat te noteren. De andere schreef ik wel op.

1.       “Recente evoluties nopen culturele instellingen om hun rol te herdenken en te herdefiniëren.”

2.       “De digitale kloof zal de cultuurparticipatiekloof versterken.”

3.       “Een hybride cultuuraanbod en cultuurbelevingen vereisen een hybride cultuurbeleid.” 

Zet daar je tanden maar in, vooral de tweede stelling is even slikken natuurlijk. Dat broodje vissalade had er alvast geen lap aan. Achteraf praatte ik met Jeroen Walterus en wat blijkt? Ook FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed interesseert zich voor games. Op 5 december organiseren zij “Gezocht: serieuze spelletjes!? Een conferentie over games en erfgoed.” Maar eerst is er hun week van de smaak. Ook dat is cultuurparticipatie. Met of zonder vissla.

---

En in de brochure een reeks links die je doen watertanden:

www.e-cultuur.be/weblog, www.museuminzicht.be, www.archie-project.be, http://murmurtoronto.ca, www.mobigags.nl, www.cultuurzender.be, www.cultureelerfgoed.be, www.erfgoedlimburg.be, www.creativecommons.be www.muziekarchief.be.

10:39 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

07-03-08

De schaduwzijde van hightech

Gisterenavond met de studenten Bachelor in de Maatschappelijke Veiligheid naar het Kortrijkse Theater Antigone geweest. Blij dat we de voorstelling niet gemist hebben. Remax zoomt in op een kluizenaar met psychopatische trekken, genre kolonel Kurtz uit Apocalypse Now meets dokter Mengele, teruggetrokken in zijn eigen geconstrueerde hyperveilige werkelijkheid. Contact met het publiek verloopt via de handcamera. "Blijven kijken", maant de eenzaat aan. Op zijn afgetrainde lichaam heeft hij allerlei meettoestellen: hartbewaking, nierdialysetoestanden… of zijn het explosieven? In zijn zakken steken afstandsbedieningen en andere meettoestellen: een thermometer en een lintmeter. Hij lijkt op de cyborg die alle onder controle heeft in zijn lichaam en in zijn omgeving.  Zijn huis is een ondoordringbare vesting, waar camerabeelden alles registreren. Het decor is schitterend functioneel. Naast een voordeur en een doorkijkvenster, een videoscherm en een aquarium staan twee grootte rekken die doen denken aan Joseph Beuys in het SMAK. Kijk eens op http://en.wikipedia.org/wiki/Joseph_Beuys en op http://www.flickr.com/photos/alper/40263069. Toeval in deze? Kan niet. Onmogelijk. Op het ene rek staan talloze voedselblikken, met daartussen de videocamera’s die hij toespreekt of als spiegel gebruikt. Van die blikken leeft de zonderling. Dat is zijn input, die hij weinig smaakvol naar binnen werkt. Het andere rek telt rijen en rijen videobanden, de output zeg maar. Te midden al die hightech, brengt hij zijn dagen wakend door. Een poes boezemt angst in en langzaam aan maakt het kunstmatige veiligheidsgevoel plaats voor verwarring, tot alle stoppen doorslaan. De scène met de hallucinante videobeelden en het tegenlicht op het einde werkte fantastisch. Dit moeten we onthouden. Het verhaal zelf begint met het uittrekken van een haartje uit de neus.  Iedereen weet hoe pijnlijk dit kan zijn, maar het is de voorbode van iets veel ergers.  De aankoop van een Mexicaanse wandelvis die er in slaagt om afgezette lichaamsdelen weer te laten aangroeien, maakt veel duidelijk. Via onderzoek naar deze regeneratie voelt de eenzaat zich God boven zijn aquarium.  De wiedergutmachung lijkt haalbaar! Hoe cynisch kun je zijn! En wat indien hij die regeneratie op de mens toepast? Met zichzelf als proefpersoon? De cirkelzaag op het einde is ontluisterend en keihard. Met een kunstbeen, van Duitse makelij. Als dat geen menselijke verbeteringstechnieken zijn. Een einde dat je kan interpreteren…  Kortom, voor mij is dit theater in z'n pure vorm: niets teveel, niets te weinig, niet te lang of te kort en overal voorzien van betekenis. Benieuwd wat de studenten straks zullen zeggen. En of ze het verband met de cursus zien.

---

Alle info op www.antigone.be/rem_gast.htm. De voorstelling loopt nog vanavond en morgen. Reserveren voor 9 euro op www.antigone.be/res_rem.htm

10:15 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-11-07

Artes Digitales

Gisteren krijg ik erg laat op de avond een mail van Annelies Vancraeynest.  Annelies werkt bij het Kortrijkse kunstencentrum Buda. Mijn ogen vallen bijna toe en lezen slechtst de eerste regels, namelijk dat het gaat om een "rijkelijk laat verzoek om promo te maken voor een schitterend...."  Ik sluit mijn ogen en mijn computer ongeveer gelijktijdig. Ik kan niet meer.  Vanavond open ik met een schuldgevoel mijn ogen en Annelies haar mail. De mail bevat een uitnodiging voor de expo Artes Digitales, een tento over digitale kunst, geluidskunst, hacktivism en internetkunst. Ik zocht voor de cursus e-cultuur al een tijd naar een insteek rond e-kunst. Gevonden, zeg wel. Curator Christophe De Jaeger verwelkomt in Buda Belgische, digi-artists: Anouk De Clercq & Jerry Galle, Bart Stolle, Stephan Balleux, Boy Erik Stappaerts & Nick Ervinck én, jawel Angelo Vermeulen. Ik ben blij Angelo op de affiche te zien. We kennen elkaar sinds de Infowarroom over games.  Toen vertelde Angelo me over zijn organische computer, nu heb ik de gelegenheid om die aan het werk te zien, en te tonen aan mijn cursisten! Artes Digitales confronteert elke kunstenaar met een inspirerende tegenhanger. De werken van onder meer Gerhard Richter, Ryoji Ikeda, Dick ‘Nijntje’ Bruna en Yves Netzhammer maken deze expo uitzonderlijk. De ideale tentoonstelling om de cursus e-cultuur af te ronden, niet? Meer over digitale kunst? Kijk op www.we-make-money-not-art.com, interessante nieuwsbrief bovendien.

--- 

Artes Digitales praktisch: Budatoren (Korte Kapucijnenstraat z/n) in Kortrijk is gratis en loopt van 24 november tot 16 december.  Voor de openingsuren consulteer je www.budakortrijk.be. Woensdag 28/11 geeft Christophe De Jaeger een inleiding op ‘Digitale kunst uit België’. Wat is digitale kunst? Hoe is die aanwezig? Wat zijn de internationale ontwikkelingen? De Jaeger formuleert antwoorden en gidst je gepassioneerd door de tentoonstelling.  Op zondag 2 december wordt om 16 uur de catalogus gepresenteerd.

Zo, mijn bericht is nog niet helemaal online en er volgt een reactie van Annelies. Snel is die zeg! 

18:46 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

16-08-07

Extreme Pong wedstrijd

Pong, het eerste computerspel, blijft 30 jaar na de eerste versie computerartiesten en kunstenaars inspireren. Studio Villanella (24-28/8) toont in samenwerking met enkele Leuvense studenten Culturele Studies installaties, online toepassingen en filmpjes. Daarnaast kan je inzendingen bewonderen van een Pongwedstrijd. Heb je een idee om 'iets' te maken gebaseerd op Pong? Op www.extremepong.be en www.villanella.be vind je alle info. Je het geen game-achtergrond nodig, het gaat om wat je doet met een eenvoudig idee. Er ligt €250 aan de kant voor de origineelste inzending.

21:13 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-08-07

Nelsons Willy

  Zo, de vakantie zit er op. Helaas. Thuiskomen, afscheid nemen van de prima spelletjes, dvd,s en boeken uit de bieb, foto’s importeren en bewerken, batterijen opladen van Ipods, gameboys, gsm-toestellen, de laptop …en ja… de blog van mezelf en de kinderen bijwerken, het moet nu eenmaal… we doen het met frisse tegenzin. Met mijn twee oudste zonen trok ik naar Engeland om de Jamboree te bezoeken en daarna Londen te bezoeken. De scouts hadden er een eigen YouTube en in Londen hadden mijn kids het gevoel: hé hier zijn wij al eens geweest. Weg poging om ze iets van de wereld te tonen. ‘Ja’ riep één van hen, ‘in het spel Destroy all Humans.’ En dan had hij het over het ongelofelijk drukke Trafalgar Square (http://nl.wikipedia.org/wiki/Trafalgar_Square), waar hij Nelson van zijn Willy schoot en even verder de Big Ben liet instorten. En dan heb ik het nog niet over de soldaten, politiemensen of gewone burgers die hij een gruwelijke dood tegemoet liet gaan. Als buitenaards wezen wel te verstaan. En in het spel, niet in het echt… Want in real life liep het wel anders. Op het drukste knooppunt van Londen had ik alle moeite om hen en de bagage bij te houden, lopend van onze bus naar een krochtig jeugdhotel even voorbij Piccadilly Circus. Ik: lopend, roepend, zwetend, stop rood licht, stap door, groen, links, stop... Zij: kijk daar een streetrace, een human, van hun handen pistolen makend en ditto geluiden vormend met hun mond... Ik: bagage op de grond, ff rusten en opnieuw, bergop… en aldoor maar die mensenmassa, in alle richtingen, lichtreclames en verkeersborden, historische panden en hamburgerketens… om te belanden in een duffe kamer van twee op twee met zes bedden en een koudwaterdouche. Anticlimax. Toen we terug thuis waren, probeerden we om het krot van een jeugdherberg in brand te steken, te bombarderen en naar de vernieling te helpen (in het spel nu, welliswaar) maar de game-ontwikkelaar vergat de gure steeg op te nemen in de game. Te gevaarlijk, waarschijnlijk. Nu, als je zo terugkomt van weggeweest, hoor je ook je post en je mail door te nemen. Behalve een kaartje dat we aan het thuisfront stuurden en enkele paniekvragen van studenten in verband met hun tweede zittijd stak er weinig boeiend materiaal in de post. Behalve dan dat ene krantenartikel over het feit dat bijna de helft van de Vlamingen (46%) internet voor privé doelen gebruikt, op het werk wel te verstaan. Wie publiceert zoiets in volle vakantietijd? Het artikel spreekt zelfs over ongeruste werkgevers. Wie zijn die werkgevers, die nu al aan het werk zijn en tijd hebben om zich ongerust te maken? Productiviteitsdalingen, virussen en een verknald bedrijfsimago loeren om de hoek… Het onderzoek toont dat porno- en goksites, verkoop- en veilingwebsites goed scoren bij de werkende surfer. Tja, waar niet… Het gebeurt bovendien weinig dat een luttel krantenbericht zoveel commotie doet ontstaan. Vrij snel kwamen diverse schone reacties van surfers. Wil je een arsenaal aan argumenten om je straks bij je baas te legitimeren? Wil je weten waarom surfen op het werk wel kan, klik maar even op www.hln.be/hln/alg/pag/hln_index.jsp?p_page=multimedia&am.... Je staat verstelt hoeveel gezond verstand er in Vlaanderen rondloopt! Zo, en nu ga ik werken, want daar is de internetverbinding stukken beter dan hier thuis.

---

Voor een mooi verslagje over onze trip naar de jamboree en Londen zie: http://dewereldvanlowie.skynetblogs.be. Laat ook een reactie achter, hij zal het leuk vinden. 

 

23:05 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (0) | Tags: londen |  Facebook |

21-03-07

CATCH-UP! Ironie & geweld in de hedendaagse film

PulpFiction1“Oh damn, I’ve shot Marvin in the face!” Een bekende scène uit Pulp Fiction (1994): de achterbank is bezaaid met brokjes hersenen en schedel, de kraakwitte hemden van Vincent Vega (John Travolta) en Jules Winnfield  (Samuel L. Jackson) druipen van het bloed... Was het God die de kogels van hun koers deed afwijken, waardoor de twee gangsters Vincent en Jules wonderlijk gered werden? Marvin’s “corpse minus the head” zou Vincent het antwoord voortaan schuldig blijven.

Het is de aanzet van Brigitte Adriaensen’s bijdrage voor Game over, een tekst die ik gisteren met veel interesse heb mogen lezen, al wist ik min of meer wat te verwachten op basis van een eerdere versie, gepubliceerd in DWB. Brigitte is universitair docente aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, en deed voordien aan het departement Literatuurwetenschappen van de KU Leuven onderzoek naar de rol van humor, ironie en cynisme, meer in het bijzonder in de hedendaagse Spaans-Amerikaanse cinema.

Ironie is geen evidentie, zoveel is zeker –Berlusconi, o ironie, zei het al eerder. Het vraagt een zekere inspanning, en bovendien een gedeelde basiskennis. Pulp Fiction is, aldus Brigitte, pulp voor ironici die inzien hoe de échte pulp –de ondermaatse gangsterfilms- wordt geparodieerd. “De knipoogjes met cinefiele achtergrond zijn alomtegenwoordig: Bruce Willis als acteur van ‘serieuze’ actiefilms wordt hier een karikatuur van zichzelf, John Travolta die een onschuldige twist danst met Uma Thurman (de verwijzing naar Grease (1978) is evident, voor wie ze kent) is een valse noot in iedere misdaadfilm die zichzelf in acht neemt. Elke moord is ketch-up, zoals Mia Wallace insinueert met haar lang uitgestelde relaas: drie tomaten zijn op stap, baby tomaat hinkt nogal achterop, waarop vader tomaat het op zijn zenuwen krijgt, hem tot moes slaat en zegt: "catch up!"

Maar Brigitte Adriaensen zal het op Game over ook hebben over het delicate aan ironisch omgaan met geweld; over de dunne grens tussen satire en cynisme. Hierbij vormen C’est arrivé près de ches vous (1992), No Man’s Land (2001), en La Vita è Bella (1997) de leidraad. Met name deze laatste film toont ‘wondermooi’ aan hoe de grenzen van humor en ironie worden afgetast. Een laatste passage uit de tekst van Brigitte: “Guido (gespeeld door Roberto Benigni) vertaalt de horror van de Holocaust naar de logica van het spel om zijn zoontje Giosué te beschermen. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer hij de instructies van de commandant aan de nieuw gearriveerde krijgsgevangenen weergeeft. Guido kent geen Duits, maar doet alsof hij vertaalt:

 

Officier: Luister, ik zeg dit maar één keer.

Guido: Het spelt begint. Wie er niet bij is, heeft pech.

Officier: U bent allen om één reden hierheen vervoerd.

Guido: De eerste die duizend punten haalt, wint een tank.

Officier: Om te werken.

Guido: De geluksvogel.

 

Stefaan Pleysier

---

Brigitte is aan het woord op donderdag 19 april 2007 om 11.30 uur in Budascoop KORTRIJK.

Een voorproefje?  Meer lezen? Adriaensen, B. (2006) Het spel begint: wie er niet bij is, heeft pech. Over ironie en geweld in hedendaagse films. DWB 5/6, december 2006, pp. 784-793, of in het congresboek dat verschijnt op 18 april 2007 of nu alvast op www.dwb.be/2006/5/5.html#ba.

 

 

20:35 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-02-07

"Spel is ouder dan cultuur."

De spelgemeenschap heeft een algemene neiging blijvend te worden, ook als het spel is afgelopen.  Niet iedere knikkerspel of iedere partij bridge leidt tot clubvorming.  Evenwel het gevoel, samen in uitzonderling te verkeren, samen een gewichtig ding te delen, samen  zich van de anderen af te scheiden en zich aan de algemene normen te onttrekken, strekt zijn betovering verder uit dan de duur van het enkele spel.  De club hoort bij het spel als de hoed bij het hoofd.”

Johan Huizinga 

 

Voor me ligt een turf met een harde kaft ‘Rules of Play, Game Design Fundamentals.

homoludensDeze prestigieuze uitgave van het Massachusetts Institute of Technology (2004) is geschreven door de gamedesigners Katie Salen en Eric Zimmerman.  Ondanks wat de titel en het beroep van de auteurs doet vermoeden, beperkt het naslagwerk zich niet tot design.  Antropologische, historische, educatieve, psychologische of militaire spelinvalshoeken zijn de auteurs niet vreemd.  Dat blijkt even duidelijk uit de bibliografie waar het oudste werk uit 1938 dateert.  Ja, dat lees je goed, 1938.  Uiteraard hebben we het over ‘Homo Ludens’ van Johan Huizinga (1872 - 1945) met als ondertitel ‘Proeve eener bepaling van het spel-elelment der cultuur. In de index van Rules of Play verwijst het lemma Huizinga twaalf keer!  Daarmee is Huizinga het tweede omvangrijkste lemma van het boek.  Spelonderzoeker Brian Sutton-Smith staat op één en op drie staat Henry Jenkins.  Die onderzoekt hoe mensen nieuwe media integreren.  Hoeft het ons te verwonderen dat hij uitermate lovend is over het boek?  Als we Jenkins geloven... is het een "monumental contribution to the development of game theory, criticism, and design. It will instantly become a standard textbook in the field on the basis of its rigor and scope--yet it is written in such an engaging style that many will read it for pleasure. Salen and Zimmerman do for games what Sergei Eisenstein did for cinema--offer an expert practitioner's perspective on central aspects of the aesthetics and cultural importance of an emerging medium."
Het aantal lemmata in Rules of Play toont dat de ideeën van Johan Huizinga akelig actueel zijn.  Spelen definieert hij als “een vrije handeling, die als ‘niet gemeend’ en buiten het gewone leven staande bewust is, die niettemin de speler geheel in beslag kan nemen, waaraan geen direct materiaal belang verbonden is, of nut verworven wordt, die zich binnen een opzettelijk bepaalde tijd en ruimte voltrekt, die naar bepaalde regels ordelijk verloopt, en gemeenschapsverbanden in het leven roept, die zich gaarne met geheim omringen of door vermomming als anders dan de gewone wereld accentueren.”  Thesisstudenten nemen tot op heden deze definitie over, ze passen Huizinga’s concepten toe op games, massa-amusement, festivals en digitale interactiviteit.  Kortom, als het over spelen gaat, kan niemand rond Huizinga.  Hij opent ziijn boek met een zin die me altijd bijbleef.  Spel is ouder dan cultuur, want het begrip cultuur, hoe onvoldoende omschreven het ook mag zijn, veronderstelt in ieder geval menselijke samenleving, en de dieren hebben niet op de mens gewacht, om het te leren spelen.”  Als dat geen afsluiter is! 

 

-------------------------

SALEN K. & ZIMMERMAN E.  Rules of Play. Game Design Fundamentals, MIT, Massachusetts, 2004.  Ik zoek nog een betaalbare eerste druk van de Homo Ludens.  Mijn uitgave dateert uit 1974.  HUIZINGA J.  Homo Ludens.  Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur.  H.D. Tjeenk Willink, Groningen, 1974. 

14-02-07

E-cultuur

e-cultuurIk schreef me in op een studienamiddag met als thema 'Participatie in e-cultuur' op 27 maart 07. In navolging van de boeiende publicatie 'E-cultuur. Bouwstenen voor praktijk en beleid' organiseert het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media een verkenning in e-cultuur en een verdieping die de gebruiker centraal stelt (het publiek, de cultuurliefhebber, de medewerker, de onderzoeker, de kunstenaar of de educatieve begeleider). Tijdens de workshops is er ruimte voor theorie en praktijk, voor vragen en debat. Info en inschrijvingen via: www.vlaanderen.be/e-cultuur.
Het boek 'E-cultuur' zelf las ik vorig jaar.  Het vertrekt van de idee dat de wijze waarop we cultuur maken, verspreiden, bewaren en er aan participeren, door ict ingrijpend verandert.  Die impact wordt soms vergeleken met de uitvinding van de boekdrukkunst. E-cultuur is een nieuw cultureel paradigma dat zich ontwikkelt, met fascinerende mogelijkheden en talrijke vragen.  Die veranderingen dagen ook de overheid uit. Welk kader kan het Vlaamse cultuurbeleid aanreiken om de transities mogelijk te maken, te begeleiden en een integraal cultuurbeleid vorm te geven?  Dit boek voedt het debat, schetst de maatschappelijke context, gaat in op e-cultuur en presenteert een stand van zaken voor Vlaanderen en Europa.  Praktijkvoorbeelden belichten het thema in de diverse culturele velden en tot slot presenteert de auteur voorstellen voor beleidsopties en instrumenten.  
DE WIT D. & ESMANS D. E-cultuur. Bouwstenen voor praktijk en beleid. Acco, Leuven, 2006.
 

17:16 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-02-07

Hands on! Fictie of realiteit?

painstation1

De Koning Boudewijnstichting publiceerde onlangs Luisteren naar mensen over onveiligheid (Algemeen verslag over onveiligheidsgevoelens), Je kan het gratis bestellen of op je scherm lezen op www.kbs-frb.be/files/db/NL/PUB%5F1586%5FOnveiligheidsgevoelens.pdf.  Het rapport, een neerslag van een meer dan twee jaar durend luisterinitiatief, vult met ‘de stem van de mensen’ het klassiek kwantitatieve cijfermateriaal rond onveiligheid aan. Het rapport wijdt een paragraaf aan de effecten van film en games op onveiligheid, zoals de burger dit ziet. Velen menen dat film- en gamegeweld onverantwoord is en hekelen het vervagen van de grenzen tussen fictie en werkelijkheid (cfr. de termen reality tv en infotainment). Een leerling parafraseert: Jongeren die niet zo veel om handen hebben, zien voortdurend dat geweld op de televisie. Het geweld wordt gebanaliseerd. Met de videospelletjes is het net zo, dat zijn oorlogsspelletjes of je zit in een auto en je moet zoveel mogelijk voetgangers overhoop rijden als je kunt. Dat wordt erg gewelddadig en dan ga je denken dat de samenleving erg gewelddadig is. Hoe ver kun je gaan? Wat is fictie? Wat is realiteit? Twee voorbeelden illustreren dat dit onderscheid noch zonneklaar, noch van deze tijd is.

(1)No pain no gain” is een kop in de PlayStation Magazine van juli 2006 die verwijst naar een game van twee mediakunstenaars waarbij de speler pijn ervaart. Volker Morawe en Tilman Reiff bewerken het klassieke Pong en leggen de ene spelershand in een pijnzone terwijl de andere hand de controler bedient. Wie de bal niet terugkaatst, krijgt een stroomstoot, een warmtestraal of een zweepslag. Bonusrondes zorgen voor de drie geselingen tegelijk. “Pijn ervaren en geconcentreerd blijven is een extra uitdaging op zich. (…) Op de bijgesloten foto’s zie je wat het spel tot bloedens toe met je hand kan aanrichten. Beslist een unieke ervaring, maar niet weggelegd voor tere zieltjes” besluit het artikel. Is de realiteit van een game fictie? Geen idee, maar de website is in elk geval echt: www.painstation.de.  We hadden de machine zo graag naar Kortrijk gehaald, maar ze is reeds verhuurd. 

(2) Vijfendertig jaar na de première van Coppola’s eerste The Godfather verschijnt een game met een scenario dat vrijwel gelijkloopt met de film. Voor wie vertrouwd is met het jargon: de spelconsole voelt intuïtief aan. De wurggreep voer je uit via de knoppen L3 en R3 en het wurgtouw bedien je met L1 en R1.  Voor wie niet vertrouwd is met het jargon: je knijpt de lucht uit de strot van je slachtoffer, zijn hartslag voel je in het ‘bakje’, die klopt steeds trager en voelt per seconde minder krachtig aan. Is de realiteit van een game een sociale werkelijkheid?

12:49 Gepost door Benedict Wydooghe in c_ Cultuur/Kunst | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |