14-02-09

Facebook! En je taak als leraar?

Ik stelde onlangs de vraag hoe het middelbaar onderwijs met Facebook kan omgaan. Het is nauwelijks vergelijkbaar met de situatie in het hoger onderwijs. Een nuchter antwoord wordt gegeven door Inge De Cleyn op de http://www.klascement.net. Ik citeer haar verstandige antwoord en probeer erop te anticiperen.

"Moeten we op school werken met de leerlingen rond Facebook? Misschien wel. We kunnen dat niet verplichten uiteraard. Maar het is niet zo slecht om leerlingen ook doordacht te leren omgaan met de nieuwe media. Door Facebook gewoon te verbieden worden leerlingen niet weerbaarder. Ze zijn zich vaak helemaal niet bewust van de uitstraling die ze aan de buitenwereld geven en de informatie die ze over zichzelf vrijgeven. Eén van de ICT-eindtermen zegt ons dat we leerlingen op een veilige manier met ICT moeten leren omgaan. In het geval van Facebook lijkt me dat een grote uitdaging."

Hoe dit in de klas geconcretiseerd kan worden, is niet moeilijk. Een les kan in hiërarchische volgorde aandacht hebben voor 1. de confrontatie van het zelfbeeld van de leerlingen en het beeld dat ze bij buitenstaanders achterlaten, 2. de mogelijke (zowel positieve als negatieve) gevolgen van een foute perceptie (denk aan een sollicitatie) en tenslotte, 3. de technische mogelijkheden om je privacy op het web te garanderen. Ik gaf les over Facebook in het vak geschiedenis en implementeerde het rond de verschuivende verhouding tussen het privé- en het openbare leven. Elf stellingen (zie vorig blogbericht) leverden vooral veel discussievoer op.

22:19 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-10-08

Eindelijk! De referentiediscussie is een anachronisme

De saaiste, én tegelijk kortste les van hun leven. Zo laat de les 'refereren' zich omschrijven. En, een wat verwarrende les, dat moet ik er eerlijkheidshalve aan toevoegen. Sinds kort beschikt de tekstverwerker Word over een toepassing die je notenapparaat koppelt aan een referentiedatabase. Het bestond al langer als extra softwaretoevoeging, nu zit het ding er standaard. Prachtig! Niet alleen voor de mogelijkheden en de eenvoud, vooral voor de wijze waarop deze toepassing afrekent met ballast uit het verleden. Ten eerste: de PowerPoint - presentatie die ik sinds mensenheugenis gebruik, is nu eindelijk compleet waardeloos. Dat ontdekte ik natuurlijk iets te laat, tijdens de les zelf. Verder herleidt de toepassing de eindeloze discussie over het beste en het mooiste refereersysteem tot een anachronisme. Wat is het efficiëntste systeem? In de wandelgangen en op vergaderingen konden docenten er uren erudiet over discussiëren. Pro of contra de MLA, de APA of de ISO-normen? Het speelt geen rol meer. Eureka! APA voor onze psychologen, ISO690 voor de sociaal assistenten, opvoeders liggen er niet wakker van de problematiek van en bachelors in de maatschappelijke veiligheid kunnen in alle veiligheid zelf een keuze maken. Basta. Met één druk verandert Word je opmaak en stijl. Geen gezever, geen hertikken en daarenboven krijg je mogelijkheden waar ik nooit van hoorde: Chicago en Turabian klinken exotisch, BG7714 en SISTO2 niet, integendeel. Je bibliografie is er in een handomdraai aan toegevoegd. Vergeet het knoeien met komma’s, spaties en punten, cursiveringen of kapitalen. De keurig uitgelijnde alfabetische bibliografie die in niets gelijkt op de werkjes die sommigen durven afgeven, is nu binnen handbereik. Gedaan met de bezemhokbibliografie, om het met de woorden van David van Reybrouck (De plaag, 2001.) te zeggen. (Tussen haakjes: APA blijft een gedrocht. Ik prefereer voetnoten. ’t Schijn een tik te zijn van de historicus.) Nu, om de les wat boeiend in te leiden, startte ik met een fragment uit De Zevende van een tijdje geleden. Het debat ging over het verwijderen van een Youtubefilmpje op vraag van de NMBS. Censuur? Een aantasting van het recht op vrijheid van meningsuiting? Een aanval op het al dan niet zelfregulerend karakter van het net? Respect voor de privacy? Geen kat die het weet. De korte video illustreert de vragen die in de cursus geregeld opborrelen. De thema’s zijn actueel en blijven de aandacht van thesisstudenten trekken: anonimiteit op het net, de alomtegenwoordigheid van camera’s en de manipulatie van dat beeldmateriaal, het gewelddebat, generation Y, multitasking en de kloof tussen jong en oud, nationale of internationale reglementeringen,… tja dat allemaal in de eerste 8 minuten van de les. Even dachten enkelen dat de saaiste les van hun leven best meeviel. Niets was minder waar. Ik begon… citeren, refereren, plagiaat, de interpolatie, de ellips, auteursrecht, intellectuele diefstal, het eindnotenapparaat, externe, interne en zelfstandige voetnoten, de bibliografie. Je zou de moed bij verliezen bij al deze instructies. Ja, dat is het. Geen verhaal, geen visie. Instructie. Om de tergende les recht te trekken en het goed te maken met de studenten eindig ik met de Lichtpuntreportage  ‘Games Boem Bang.’

Zin in een spelletje? Wees gerust, geen educatieve game met een verborgen bibliotheekintroductie. Geef ons nu maar een FPS.

 

16:05 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

25-09-08

Welkom in Breugels tijd

Na de eerste les, waar leren en sociale vaardigheden in een digitale omgeving centraal stonden, onderzochten we vandaag hoe E-cultuur ons leven verandert.  De probleemstelling valt uiteen in twee delen: 1. Verandering houdt in dat we aandacht hebben voor evolutie: het internetverleden, -heden en -toekomst laten een historisch kader toe. En 2. Hoe definiëren we de term E-cultuur en hoe treedt het onze levens binnen?  Ik vergeleek het nieuwe paradigma met veranderingen in de zestiende eeuw. Niet alleen de uitvinding van de boekdrukkunst vertoont parallellen met het heden, ook de ontdekkingsreizen dienen de metafoor.  Internet als universele bibliotheek die kennismonopolies doorbreekt, of internet als een reeks 'glocaties'.  Van een luttel aantal studenten zie ik het gezicht pijnlijk, zelfs wat grimmig wegtrekken en ik lees hun gedachten. “Lap. Een historicus over ICT. Hoe krankzinnig kan je zijn?” Voor sommigen is het niet makkelijk om zich wat voor te stellen bij de zestiende eeuw. Misschien doet http://nl.wikipedia.org/wiki/Pieter_Bruegel_de_Oude een belletje rinkelen? En, dan tijdens de pauze, zonder omhaal “Waarom moeten wij (met nadruk op moeten) een facebook-account hebben?!? Is dat verplicht...” Leg dat maar eens uit m’neertje. Dit is ons terrein, school heeft ‘r niets te zoeken. Hum. Ik probeer mijn ergernis te verbergen en zeg “De legitimatie kon je horen in de vorige les of lezen in het vorige bericht. Afwezig, de vorige keer? Geen probleem, maar daar kom ik dus niet op terug."  Na de koffie – in de aula zijn inmiddels enkele lege zitjes te bespeuren - concentreren we ons op de gevolgen van de ontwikkelingen in cyberspace op taalgebied (sms, chat zijn nieuwe taaluitingen, in de zestiende eeuw veranderde de boekdrukkunst sterk de schrijftaal), de vervagende grenzen tussen privé en openbaar, de verschuiving van het Freudiaanse identiteitsbegrip naar een meerrollen identiteit en ontwikkelingen in het sociaal-agogisch werk: on-line hulpverlening, digitale in- of uitsluiting, cyberhaat en -pesten, digitale kloven, de erg negatief ervaren individualisering en BigBrother. Op het einde wordt de les even interactief, of moet ik zeggen een les2.0? De discussie  over het digitale gevaar eindigt met 9/11 en het toegankelijk maken van bommenhandboeken, terroristische handleidingen enzovoort. Het doet opnieuw denken aan de zestiende eeuw en het drukken van de bijbel in de volkstaal. Dat leidde er toe dat mensen de inhoud snapten, in tegenstelling tot de middeleeuwer, die geen snars van de Latijnse tekst begreep. De boekdrukkunst voedde het protestantisme en meer dan een eeuw lang zouden godsdiensttwisten Europa teisteren, in de strijd om de waarheid. Ziet iemand pijnlijke parallellen met vandaag? We eindigen de les met de VPRO-reportage Wikis waarheid? Wat is waarheid?  Is dé Waarheid iets dat je aan specialisten overlaat of heeft iedereen zijn eigen kleine waarheidje? Ik ben benieuwd.

De virtuele discussie weze hierbij geopend. 

---

Wie niet van het verleden houdt of liever vooruit blikt kan terecht bij een schoon initiatief van Vormingplus en Cultuurcentrum De Spil.  Met TwintigDertig proberen ze tien keer ze te achterhalen hoe de samenleving er in 2030 zal uitzien: de stad, de staat, Europa, de sociale zekerheid, tendensen op cultureel vlak... 't loont de moeite en voor vijf Euro moet je het niet laten.

  • 29 september 2008: Karel De Gucht Europa anno 2030
  • 22 oktober 2008: Hans Vandeweghe Het sportlandschap
  • 12 november 2008: Bea Cantillon De sociale zekerheid
  • 22 december 2008: Benjamin Verdonck Theater
  • 15 januari 2009: Carl Devos Ons staatsbestel
  • 12 februari 2009: Pascal Gielen Het culturele landschap
  • 30 maart 2009: Rik Coolsaet Onze wereld
  • 21 april 2009: Eric Corijn De stad
  • 4 mei 2009: Phillip Vandenbossche De beeldende kunsten 
  • 11 juni 2009: Luc Martens Roeselare anno 2030

 

14:54 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

18-09-08

Camouflagetechnieken

Na de volwassenen en de afstandsstudenten zijn de regulieren (op de trein spreek ik van ‘normale’ studenten, dat begrijpen mijn medependelaars) gestart. Het begin van het academiejaar heeft sfeer, een eigen sfeer. De eerstejaars herken je zo, bij het krieken van de dag al. Ze lopen onwennig rond, sommigen vermijden oog- en oorcontact door hun I-Pod-oortjes in te steken of een boek te lezen. Dat laatste is eerder zonderling, maar ja, echt, op de bus zie je behalve mezelf, nog jongelingen met papieren in hun handen. Andere eerstejaars lijken verdacht veel op hun collega’s uit het middelbaar: de slogans op hun lege rugzakken, de jeugdpuistjes en hun onwennige blik verraden wie ze zijn: prille eerstejaars. Sommigen, ik noem ze de geavanceerden, doen net iets teveel moeite om niet op te vallen. Zij beschikken net iets teveel over de ‘juiste’ kledij en de ‘juiste’ gsm. Er zit net iets teweinig sleet op hun camouflage, en ook die gasten herken je zo meteen. De moeilijkste om te herkennen zijn de studenten die van de unief komen. Na een jaartje studeren en feesten, kennen zij de camouflagetechnieken al. Ze zijn geen echte eerstejaars meer. Maar als die mensen 's avonds moe envoldaan uit de hogeschool vertrekken, dan vallen ook zij door de mand. Ze stappen gebukt de bus op met nu ook in hun rugzak een ton lees- en studeervoer.

Ze waren met veel. 500 eerstejaars, ’t ja, je leest het goed. Vijfhonderd cursisten voor het vak ICT, Bronnen en E-Cultuur, verdeeld over drie klassen. Daarnaast volgen een dikke vijftig studenten de cursus in afstandsonderwijs. OHO noemen we dat. Open Hoger Onderwijs. Afstandsonderwijs. Die studenten zag ik afgelopen vrijdag. Ondertussen is ongeveer de helft van hen actief op Facebook. Niet mis, zou ik zeggen. Dat is hun virtuele speelplaats, terwijl Toledo een soort virtuele school is. Hoe paradoxaal ook, scholen zijn per definitie slechte leeromgevingen. In mijn eerste les vertel ik dit als grap, maar dan is er niemand die dit soort humor weet te waarderen. Laat staan, door heeft dat het humor is. Nu, er zijn interessantere omgevingen die ‘leren’ mogelijk maken en dat geldt ook in cyberspace: Toledo is er en doet goed werk, maar dat volstaat niet. Het informele leren is minstens even belangrijk, dat kon je al eerder lezen. Trouwens, binnenkort komt er een koppeling tussen Toledo en Facebook, een argument te meer om deze speelplaats in te bouwen. Dit alles indachtig, vond ik het geen slecht idee om op deze blog een kort ICT-lesverslag achter te laten, ja speciaal voor de OHO’s. De opdracht van de reguliere student verschilt immers weinig met die van de afstandsstudent. Enfin, andere lezers mogen gerust verder lezen, maar de rest van dit bericht richt zich tot de oho-cursisten. Probeer als afstandsstudent in de schoenen van een dagstudent te wandelen, voor zover je planning dat toelaat. Als je zijn tempo volgt, dan haal je zeker de eindmeet. Misschien met blaren, dat is niet erg, denk ik. Wat deed ik in de eerste les? En, wat moeten de studenten straks ondernemen, dat lees je hieronder.

---

In de eerste les heb ik besproken. 1.   Hoe werkt Toledo? Daar is een oefening aan gekoppeld (zie Wiki, oefenboek Toledo). Dien ze tijdig in, ook als afstandsstudent. 2. Leren is niet alleen formeel, maar ook informeel. De presentatie 'Vier dingen' gaf ik 'life'. Afstandsstudenten die ze niet bekeken, doen dat beter snel (en voeren de 4 bijhorende opdracht en uit). 3. Verder veel aandacht voor de opbouw van de cursus: inhoudelijk drie luiken: ict, bronnen en e-cultuur. Bekijk de inhoud, maar bekijk vooral de doelstellingen. Er staat kinderlijk uitgeschreven wat je moet kunnen.  Druk af en schrap wat je kent en zoek collega's die meer weten. Voor de rest was mijn poging om een grapje te maken en de reactie erop dezelfde als in het afstandscollege, enkel de pauze duurde langer. Hopelijk werkt dit bericht eerder geruststellend dan verontrustend. Laat maar horen.

 

21:52 Gepost door Benedict Wydooghe in l-leren | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |