10-07-08

De beleidsnota Digitaal Vlaanderen est arrivée

Vorige week woensdag keurde het Vlaams Parlement de beleidsnota Digitaal Vlaanderen (www.vsng.be/images//digitaal%20vlaanderen.pdf) goed. Die spoort de Vlaamse regering aan om de digitalisering aan te zwengelen en werd maar liefst twee jaar lang voorbereid. De analyse is correct, maar is bovendien al (te) vaak geschreven. Vlaanderen huppelt achterop op het e-vlak. Op de website van het Vlaams Steunpunt Nieuwe Geletterdheid (www.vsng.be) is men superbondig over de nota. Dit lijkt me onbegrijpbaar. Waarom, dit zou voor zo'n steunpunt toch tot gejuich moeten leiden? Of is de vakantie daar al begonnen? De site verwijst wel naar een kritische column in DS. Dominique Deckmyn, de hoofdredacteur van IT-Professional. Deckmyn schreef zijn bijdrage bijna een week na het verschijnen van de nota, wat toch wat zegt over de actualiteitswaarde ervan. Het artikel begint licht ironisch: "Net wat we nodig hadden: een beleidsnota over digitaal Vlaanderen." Maar de ironie verandert snel in sarcasme: "Een puntenplan vol ideeën en ideetjes waarover twee jaar werd vergaderd. En waar dus geen enkele lijn in zit, behalve dat de meeste plannen weinig kans maken om gerealiseerd te worden."  Voor Deckmyn zijn meeste aanbevelingen vaag, algemeen, al beslist, of nooit uitgevoerd. "Maar goed," stelt Deckmyn "Vlaanderen heeft tenminste een plan. Wallonië kent daarentegen een golf van technopessimisme." Het volledige artikel lees je op http://m.standaard.be/artikel.xhtml?contentID=27074.

07:22 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

03-07-08

Breedbandverbeelding

'Groen licht voor e-cultuur!' Dat is dé boodschap na het onderzoek "Breedband en Verbeelding." Achter deze schitterende onderzoekstitel schuilt sedert kort een rapport dat inzicht biedt in breedbandtoepassingen en de behoeften in de culturele sector. Het onderzoek informeerde bij erfgoedorganisaties en musea, het sociaal-cultureel werk, bij bibliotheken en letteren, de cultuurcentra, bij de audiovisuele, beeldende, de amateur-, de muziek- en podiumkunsten. Met 'Groen licht' suggereren de onderzoekers dat de cultuursector nood heeft aan een overheidssignaal dat benadrukt dat breedband in cultuur een prioriteit wordt. Het ‘breedband-en-cultuur-verhaal’ voltrekt zich nu teveel met verschillende snelheden, dat was al duidelijk op de studiedag aan de VUB, eerder dit jaar. Enkele supergrote culturele actoren nemen momenteel het voortouw om met breedband te experimenteren in hun cultuurontsluiting en hun publiekswerking. Daarnaast is er een klein segment dat de ontwikkelingen op de voet volgt. Maar al bij al wacht het brede cultuurveld af. Om aan de euvels tegemoet te komen formuleren de onderzoekers diverse beleidsopties, die we graag horen. Ik parafraseer er twee. 1. Onderzoek decreten en fondsen en schep duidelijkheid over breedbandtoepassingsmogelijkheden. 2. Creëer een programma Culturele Breedbandpioniers dat initiatiefnemers linkt aan een expertisecentrum.

---

Download het rapport op http://www.cjsm.vlaanderen.be/e-cultuur/downloads/breedba.... Info op www.cjsm.vlaanderen.be. De referentie maken koste me toch wat tijd. Wie kan hier aan uit, behalve recensenten en makers? NULENS G. (Ed.). Breedband en Verbeelding. Een onderzoek naar toepassingen, behoeften en modellen voor breedband en cultuur.  Departement Vlaamse Gemeenschap CJSM, IBBT-SMIT, IBBT-MICT & TNO-ICT, Brussel, Gent & Delft, 2007.  

 

20:12 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-06-08

Een expertisecentrum voor Mediawijsheid

Zo'n twee weken geleden interpelleerden Filip Dewinter en Tinne Rombouts de minister van Cultuur en Jeugd over de noodzaak van een keuringscommissie voor games (Commissievergadering C244 – CUL28 – 15 mei 2008). Ondertussen is de interpellatie gepubliceerd. Het is niet mijn gewoonte om lange teksten zonder synthese over te nemen. Daarom heb ik de het geheel wat ingekort en in dialoog weergegeven. Interessant is de piste die Tinne Rombouts bewandelt inzake een expertisecentrum voor mediawijsheid. 

Filip Dewinter: "Het is telkens naar aanleiding van een spectaculaire videogame dat meestal wat reactie losweekt in de media, dat ik u interpelleer. (...) Nu is het Grand Theft Auto, editie IV, dat deze problematiek opnieuw scherp stelt. (...) Het Pan European Game Information of PEGI-systeem heeft dit spel bekroond met het label 18+. Ik heb de indruk dat dit soort van labels voor sommige gamers vooral een stimulans is om het te kopen. Dat classificatiesysteem heeft niet veel impact. Het wordt nauwelijks opgevolgd door de verkopers van games omdat het niet afdwingbaar is. (...) Bij ons laat men het altijd over aan de gamesector zelf om te bepalen wat wel en niet kan. Wat de gamesector zelf wil, wordt niet bepaald door ethische of andere standaarden maar vooral door commerciële en financiële criteria. Intussen heeft de Europese Commissie aangekondigd dat er binnen de twee jaar strengere regels zouden komen voor de verkoop van gewelddadige computergames aan minderjarigen. Het zal juist zijn dat het de uitzondering op de regel betreft, maar naargelang de games extremer en gewelddadiger worden, zal de kleine groep die zich laat beïnvloeden door die extreme en gewelddadige games, groter worden en zal die tot veel extremere daden worden aangezet. (...) Ik vind de resultaten van het viWTA-onderzoek betwistbaar en bediscussieerbaar. Maar misschien relevanter dan het onderzoek van het viWTA, is natuurlijk uw visie, want u hebt de sleutel in handen om te doen wat er gedaan moet worden. (...) In Het Nieuwsblad van 30 april 2008 lees ik dat u stelt dat er een samenwerkingsakkoord met de federale regering op tafel ligt en dat u vragende partij bent om een commissie op te richten die dit soort van games zou moeten keuren. (...) Aan de ene kant is er natuurlijk de overheveling van de bevoegdheden van de filmkeuringscommissie naar Vlaanderen. Laat ons hopen dat het er spoedig van komt, misschien biedt de nakende staatshervorming de mogelijkheid om dat te regelen. Aan de andere kant is er natuurlijk ook de op te richten commissie die ter zake toch enige klaarheid zou moeten scheppen. Mijnheer de minister, welke stappen hebt u al ondernomen om de keuring van culturele gegevensdragers te regionaliseren? Zit die in het pakket van de staatshervorming? (...) Ik herhaal de klassieke vraag die ik u al een paar keer heb gesteld: hoe denkt u het PEGI-systeem daadwerkelijk afdwingbaar te maken?"

Tinne Rombouts: "Ten dele aansluitend bij de hoorzitting en vanuit een iets andere invalshoek dan deze van de interpellant wil ik het hebben over gamen bij jongeren. (...) Als ik (...) iets moet onthouden, dan is het wel dat we games niet moeten verbieden maar goed moeten nadenken over hoe we ermee omgaan. (...) Het belangrijkste lijkt me te leren omgaan met de virtuele wereld en de games. Mediawijsheid is een belangrijke zaak, en dat is een taak voor minister Anciaux. In een artikel wordt vermeld dat de overheid van Nederland wil investeren in de mediawijsheid van ouders en kinderen. Men wil daartoe een Nederlands expertisecentrum uitbouwen dat zowel gezinnen als scholen zal ondersteunen in de goede omgang met de virtuele wereld. Mijn vraag daarbij is of u mogelijkheden ziet om meer te investeren in projecten van mediawijsheid om zowel de kinderen, de ouders als de leerkrachten mee op de kar te krijgen om na te gaan hoe er mee moet worden omgegaan."

Bert Anciaux: "Ik dank de vraagstellers voor het aanbrengen van deze problematiek. Ik blijf daar zelf wat schipperen tussen twee extreme visies en wil een genuanceerde houding aannemen. Ik ben het ermee eens dat de ondersteuning van de game-industrie, ook als cultureel product, zeker en vast moet gebeuren. (...) Het zal wel zo zijn dat extreem gewelddadige games niet noodzakelijk aanzetten tot extreem gewelddadig handelen. Langs de andere kant wil dat niet zeggen dat het niet belangrijk is dat we een zorg en een educatief project naar voren schuiven. Zelf wil ik als bevoegd minister voor kinderrechten, de mogelijke, misschien beperkte, gevaren niet onder de mat vegen. Ik wil dat ernstig nemen en de slachtoffers in de mate van het mogelijke beschermen tegen nefaste gevolgen. Dat is allemaal niet zo eenvoudig in de praktijk om te zetten. Dat heeft wellicht niet alleen te maken met het feit dat we daarvoor nog niet voldoende bevoegdheden hebben. (...) Dat heeft ook te maken met het feit dat louter en alleen labeling soms het tegenovergestelde effect kan hebben. Het label +18 kan het juist aantrekkelijk maken om iets aan te schaffen. Daarbij zit je met de problematiek van sanctionering, het al dan niet invoeren van een verkoopsverbod, van hoe dat afdwingen en dergelijke meer, wetende dat verboden vruchten soms veeleer prikkelen. (...) Collega’s, daarmee wil ik niet zeggen dat de overheid geen taak heeft op dat vlak, integendeel. Ik blijf een sterke voorstander van een degelijke en diepgaande informatie, van een sensibilisering en van een toezicht op de labeling. De labeling zelf gebeurt vrij correct. De vraag is wel hoe we daar nadien mee omgaan. (...)  Hoewel de Gezinsbond tot op heden het meest aandringt op specifieke informatieve maatregelen, lijken ze zelf tot op heden weinig geïnteresseerd om als partner of actor in bepaalde initiatieven mee te stappen. Ik vind dat een beetje jammer omdat de Gezinsbond een absoluut degelijke organisatie is die, samen met het Klasse, beschikt over de beste communicatiekanalen om ouders, opvoeders en begeleiders te bereiken. (...) Een kenniscentrum kan mogelijks een belangrijke taak opnemen inzake sensibilisering en informatie over games, alsook een rol spelen in het wetenschappelijk onderzoek op dat vlak. Zo’n kenniscentrum kan zich op de verscheidene aspecten van gaming richten: van industrieel-economisch, over creatief, cultureel, sociologisch, psychologisch, educatief, enzovoort. Vraag is evenwel of de overheid hiertoe het initiatief moet nemen en of de maatschappelijke aanvaarding van gaming niet geleidelijk aan tot meer kennis en informatie leidt. Binnen het instrumentarium van de Vlaamse overheid bestaan er in elk geval mogelijkheden om steun te krijgen voor het vormen van een technische competentiepool. Ik verwijs hiervoor naar het instrumentarium bij het IWT, het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door wetenschap en technologie in Vlaanderen. Het informeren en sensibiliseren van ouders, leerkrachten en jeugdwerkers wordt ook in verband gebracht met het kenniscentrum. Ook andere spelers moeten hierin een rol spelen. Ik wijs op de genuanceerde informatiestroom die door de verschillende media ondertussen op gang is gebracht en de rol van het maatschappelijke middenveld zoals de Gezinsbond, jeugdwerkactoren en overheidskanalen. Hoewel ik het standpunt van de Vlaamse Jeugdraad ondersteun dat jongeren als competente burgers beschouwd moeten worden, zonder constante betutteling, ben ik er van overtuigd dat niet alle kinderen, jongeren of gezinnen even sterk staan om die verantwoordelijkheid alleen op te nemen. Voornoemde spelers hebben een grotere kans om alle kinderen en gezinnen te bereiken. Een expertisecentrum kan hier in het beste geval een tweedelijnsrol spelen. Dat geldt ook voor de aanbeveling om een informatieen sensibiliseringscampagne op te zetten over PEGI.  (...) Een incubator die expertise centraliseert, startende ondernemingen begeleidt, werkruimte en apparatuur aanbiedt en administratieve, juridische en technologische steun biedt, lijkt inderdaad een interessante optie voor een sector die volop in ontwikkeling is en daarbij onderhevig is aan internationale ontwikkelingen en interne groeipijnen."  

Tinne Rombouts: "Ziet u ook kansen voor een expertisecentrum, effectief gericht op de begeleiding en opleiding, waar leerkrachten ondersteund kunnen worden voor het bijbrengen van mediawijsheid aan ouders en kinderen? Zou zo’n kenniscentrum ontwikkeld kunnen worden en ziet u een trekkende rol weggelegd voor uzelf als minister bevoegd voor kinderrechten en jeugd? Of beschouwt u het kenniscentrum en de incubator als hetzelfde, als iets wat samenloopt?"

Bert Anciaux: "Ik verwijs naar pagina 11 van viWTA-dossier 14, waarin uitgebreid wordt geantwoord op de vragen rond de Vlaamse incubator."

Tinne Rombouts: "Ik veronderstel dat dat het antwoord is op mijn vraag of het kenniscentrum gelijk is aan de incubator?"

Bert Anciaux: "Dat staat daar heel mooi in uitgelegd."

Tinne Rombouts: "Moet de sector dan in de incubator de toelichting geven aan de leerkrachten? Bedoelt u dat de leerkrachten de taak alleen op zich moeten nemen om mediawijsheid bij te brengen? Of ziet u een ruimere taak weggelegd voor de overheid? Is het effectief alleen de sector die onze leerkrachten moet bijstaan om mediawijsheid in de klassen te brengen, of is er ook een taak weggelegd voor de overheid?"

Bert Anciaux: "De wijsheid bij leerkrachten is zonder enige twijfel altijd een overheidsopdracht."

Tinne Rombouts: "U laat dat dus louter over aan de sector zelf. Dank u voor het antwoord."

Bert Anciaux: "Dat heb ik niet gezegd. Ik zeg het tegenovergestelde."

De voorzitter: "Het incident is gesloten."

---

Zie ook eens op http://www.tinnerombouts.be.

12:56 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

25-04-08

Jeroen Jansz en het Vlaams Belang

Ik had het al over het ‘jongeren en gaming’ onderzoek dat mijn collega’s Evelien en Stefaan, samen met Jan Van Looy (Howest) en Ronald Soetaert (UGent) voor het viWTA  - lees de ‘studiedienst’ van het Vlaams Parlement - uitvoerden. De fijn opgemaakte brochure (www.viwta.be/files/DOSS14_GAME%20ON_def%20versie.pdf) moet de parlementairen in hun besluitvorming helpen. Het onderzoek werd dinsdag in een hoorzitting besproken. Plenaire vergaderingen en commissies zijn openbaar en dus toegankelijk voor geïnteresseerden zoals ikzelf. Termos en boterhammendoos mee, de trein op, naar Brussel. Dat eerste bleek overbodig: bevallige hostesses voorzien het publiek rijkelijk op koffie. De zitting zelf dan: externe experts lichtten het onderzoek thematisch toe. Jeroen Jansz, professor aan de VU Amsterdam en absolute autoriteit in ons taalgebied, had het over de effecten en het gewelddebat, Stef Desmet van Groep T benadrukte de nood aan een game-opleiding op masterniveau, Swen Vincke, zaakvoerder van Vlaanderens grootste gamebedrijf Larian, belichtte de problemen waarmee de game-industrie kampt en Ronald Soetaert (omdat ze rond games en educatie geen ‘externe’ expert vonden die zo mooi kan vertellen als Soetaert) had het over games in het onderwijs. Tenslotte werd een stem aan 'de jongere' gegeven via een toelichting van het standpunt van de Vlaamse Jeugdraad. Het was aandoenlijk om te zien: de verhalen van de ‘externen’, die elk vanuit hun invalshoek en achtergrond, samen een bijzonder adequate – en doorleefde – samenvatting van het onderzoeksrapport boden. Na de uiteenzettingen was het aan de parlementairen – die ook tijdens de presentaties bleven binnendruppelden, in totaal zo’n vijftiental schat ik - om te interpelleren. Het kwam er zowat op neer dat behalve het Vlaams Belang iedereen vrij lovend was over het onderzoek…  Vorige week nog diende het Belang een voorstel tot resolutie in waarbij ze even breedvoerig als eenzijdig citeren uit de literatuur rond game-effecten én het viWTA rapport zelf. Hemeltergend?! Werkelijk om groen van te worden. Groen! daarentegen las het rapport beter. Dat bleek uit de vragen van Jos Stassen en uit een bericht waarbij Groen! aankondigt de ‘braindrain in de sector te willen stoppen’ door games als cultuurvorm te erkennen en te ondersteunen. Daartoe moet eerst het negatieve imago van games worden omgebogen. Netjes uit het viWTA rapport, zo zien we het graag. Nu, het moet gezegd, ook de vertegenwoordigers van de andere partijen zaten op de hoorzitting met hun vragen en opmerkingen kort bij de geest van het rapport. CD&V (Tine Rombouts) worstelt met het PEGI systeem en het al dan niet afdwingbaar maken van de leeftijdsrating bij de verkoop… federaal loopt er een wetsvoorstel van haar partijgenoot Mia De Schamphelaere om dit te doen, maar op de hoorzitting erkenden ze dat zoiets eigenlijk nauwelijks iets uithaalt. Jongeren lenen onder elkaar, kopen tweedehands, downloaden illegaal,… en bovendien gaat de gewone retail allicht op in het online kopen van games. Een spagaat waar de CD&V uit moet geraken; of net niet, dat kunnen ze wel…
Nu, wat het meest deugd deed was hoe Jeroen Jansz het Vlaams Belang van antwoord voorzag. Blijkbaar kreeg slechts één van de drie aanwezige blokleden van de grote baas de opdracht om goed op te letten en te noteren. Aan de hand van een plots binnengelopen mail (wederom van de grote baas?) zwaaide hij het met een rits studies die aantonen dat geweldgames leiden tot jongerengeweld. Uitgerekend een lid van het Vlaams Belang dan nog! Haha, laat me niet lachen. In de stijl van de resolutie, waar bijvoorbeeld staat: “Michael Rid, lid van het Amerikaanse Instituut voor Kindergeneeskunde onderzocht de effecten van games op de fysieke en mentale gezondheid van kinderen en zegt: ‘Moord en geweld in games zijn zorgwekkend, omdat de spelers veelvuldig een bepaald gedrag herhalen dat ze vervolgens meenemen naar het echte leven’”… Jansz toonde met een Nederlandse cool en arrogantie overtuigend aan dat elke studie waar de Belangers naar verwezen, stuk voor stuk niet voldeden aan de wetenschappelijke normen, en daarenboven gefinancierd zijn vanuit een Amerikaanse ultraconservatieve en rechtse hoek waar men onderzoek doet vanuit de premisse dat ‘GAMES ARE EVIL, no matter what’… Nuja, als de ‘politics of fear’ je basisfilosofie is, dan past het Vlaams Belang die tenminste consequent toe…

09:48 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

17-04-08

Games in het Vlaams Parlement

Eindelijk, het is zover. Aanstaande dinsdag is er in het Vlaams parlement een hoorzitting over de effecten van gaming op jongeren.  De leden van de Commissies Onderwijs, Vorming, Wetenschap en Innovatie en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden uitgenodigd deze vergadering. Sprekers zijn alleen maar bekende namen in de branche: Robby Berloznik en Stef Steyaert over de studie 'Game on!' van het viWTA. Er is prof. dr. Jeroen Jansz (Universiteit Amsterdam), dr. Stef Desmet (Groep T), Swen Vincke (Larian) , professor Ronald Soetaert (Universiteit Gent), Isabel Devriendt (Vlaamse Jeugdraad). Is dit een doorbraak voor conservatief Vlaanderen? Misschien wel. Historisch valt in elk geval te noteren dat voor het eerst in De Bond reclame wordt gemaakt voor een spelconsole. Wiie wil weten om welke console het gaat, hoeft niet naar Wii-kipedia. Zouden ze dit filmpje al gezien hebben, daar bij de Bond en in het Vlaams parlement: http://tijdblogs.typepad.com/tzine/2008/04/avatars-bestur...

23:10 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-07-07

"Europe needs a strong interactive games industry"

Online gamen, het is wat. Nu de vakantie definitief is aangebroken en de zon uitblijft, begeven kinderen en tieners, pubers en studenten en een massa volwassen zich op het internet om er online spelletjes te spelen: runescape, second life, wow...  Eén voor één sluiten ze virtuele vriendschappen, praten met mensen die ze enkel via het net kennen, leren er samenwerken, dagen elkaar uit, beleven virtuele avonturen, ontdekken hun virtuele vaardigheden, hun virtuele identiteit, hun virtuele seksualiteit... Maar niet alleen op internet, ook via consoles, mobieltjes of peer-to-peer netwerken wordt er massaal interactief gegamed. Via de Xbox360 spreek je via een koptelefoon met anderen. Met PS2, de draagbare DS (Nintendo) en PSP speel je met meerderen tegelijk. PS3 en Wii bieden internetmogelijkheden. Viviane Reding, Europees Commissaris voor Informatiemaatschappij en Media had het in die context onlangs over ‘Self regulation applied to interactive games: success and challenges.’ Haar probleemstelling luidt als volgt. “In the case of online-games, a player easily interacts with several other players that he or she knows little or nothing about. The players can create their own characters as the game goes along and no one will know what person is really behind a character. This creates special challenges for protecting young players.”
Haar lezing is welberedeneerd en getuigt van inzicht. Opmerkelijk is deze uitspraak. “I believe that Europe needs a strong interactive games industry. Indeed, interactive games now sell more, in terms of value, than films in Europe’s cinemas. The European interactive games industry is also very much a cultural industry; it is often mentioned that games scenarios originating in Europe display a distinctly European flavour, in the way that European films, TV and music do as well. Hence, this industry can also be an opportunity for cultural diversity.” 

Even verder komt zij tot de kern van de zaak van haar lezing.  “Personally, I was appalled when I was first confronted as mother of three sons with ultra violent or with sadistic video games, even if I am well aware that video games are not just geared towards children and teenagers and that there are also books and films which I might find similarly shocking. As demonstrated by cases around two games in the last few months, there are growing concerns in Europe and in the US, especially among policy makers, about the effects upon minors of violent video games. Although such games generally receive an 18+ rating under the PEGI age rating system, digitally illiterate parents often do not realise the harmful effect such a game may have on minors. Freedom of expression is one the foundations of our society. So how do we ensure that minors are protected from unsuitable or even harmful content, while making it possible for adults to see, read and play what they want?”  Uiteindelijk besluit Reding met een antwoord. “Therefore, I find the response given by PEGI Online promising, with in particular:

 -          a safety code, which lays down rules to be followed by the providers who have signed up-          a logo, which can be used by providers to show that they have signed the safety code-          a Web site, where users will go at a click to the logo, and which will give them a whole range of information about PEGI Online and about playing games online safely.” “The system is aimed at ensuring input not only by industry but also by all other stakeholders including regulators, child welfare NGOs and child psychology experts who were consulted in the design of the system and are represented in the structure set up to run PEGI and PEGI Online. This is a good example of an industry initiative developed in co-operation with other stakeholders which allows a rapid and flexible solution to the problems of new technologies and greater safety for our children and I ask you to report regularly to the Commission and to the public about the take-up of PEGI Online.” 

Lees de volledige bijdrage van Viviane Reding op www.pegionline.eu/nl/index/id/84/nid/9 of verken pegi-online via www.pegionline.eu/nl/index/id/78.     

13:26 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-02-07

Freedom of Speech? Nazitalk in game en film?

YouTube ligt onder vuur.  Het videokanaal laat toe om, mits beperkingen, filmpjes te verspreiden.  Ongeschikte clips (geweld, porno, gevaarlijke of illegale daden) vliegen er zo af.  Die lijn is relatief makkelijk te trekken, maar moeilijker ligt het bij politiek extremisme. 

Rattenplaag1Waar ligt de grens tussen de vrije meningsuiting en het uiten van nazigedachten?  Of van Holocaustontkenningen?  Of van Waffen SS-verheerlijkingen?  Of van Islamitische bombardementen?  Laat YouTube deze filmpjes staan of vallen zij onder een racismeverbod?  Ook voor games is de vraagstelling relevant.  Nooit van Nazi-games gehoord?  Zoek maar in de rubriek Nazi Computer-Spiele en je komt ze zo op het spoor: Rattenjagd, Der SA-Mann, Nazi Doom, Die Säuberung, Épuration en France...  een voor een gratis te downloaden. 

 

Ooit raakte Noam Chomsky in een polemiek verwikkeld waarbij hij het opnam voor (het recht op de mening van) de negationist Robert Furisson.  “Meneer, ik verafschuw uw mening, maar ik wil vechten voor uw recht om ze te verkondigen.”  Dit zinnetje van zestien woorden, van Voltaire of Bertrand Russel, verwoordt de democratische paradox.  Chomsky, Voltaire en Russel verdedigen de vrije meningsuiting ongeveer als volgt.  Het spreekrecht verdedigen is niet gelijk aan het verdedigen van de inhoud.  Dat is zonneklaar sinds de Franse Revolutie of de Glorieus Revolution in Engeland (1688). Freedom of Speech is een even delicaat als vitaal democratisch onderdeel.  Moet vuilspuiterij kunnen?  Chomsky, Voltaire en Russel en dat zijn niet de minsten, denken van wel, al zijn ze er zelf vies van.  En, tenminste als een tegenreactie mogelijk is.  Vrijheid van mening geldt wel of niet en altijd of nooit.  Een tussenweg is er niet.  Een beetje vrije meningsuiting bestaat er niet. Meningsvrijheid is er zowel voor welgevallige als voor onwelgevallige meningen.  Wie anders bepaalt welke meningen kunnen?  De gedachte dat het geen goede zaak is om het Vlaams Belang te bestrijden via een verbod op racisme, kadert in deze context.  ZyklonBTenzij je ervan uitgaat dat mensen niet in staat zijn uit te maken wat juist is, ziet zonder twijfel een aanzienlijk deel van de bevolking dit inhumane project in.  Laat ons dit eens uitproberen. 

“Twintig jaar geleden emancipeerde men de neger, tien jaar geleden kwamen de jongeren aan de beurt. Te oordelen naar bepaalde voortekens zal men over tien jaar de chimpansees emanciperen.  Intussen, na de negers en nog juist voor de apen, emancipeert men de vrouw.”  Je voelt aan je water dat er iets niet klopt?  Even doorklikken leert dat dit citaat komt uit het tijdschriftje Revolte (januari 1982, met als hoofdredacteur is Roeland Raes).  En dat zegt genoeg.  Tegenwoordig mogen dergelijke meningen niet.  Wie ook maar een korrel gezond verstand heeft (en na de geschiedenisles van Karel Vannieuwenhuyse heb je een hele zak korrels, zie blog 23.02.07) ziet onmiddellijk wie Roeland Raes is (klik erop of plaats zijn naam in Google), welke carrière hij achter de rug heeft en hoe infantiel het gedachtegoed is waar hij voor staat.  Ook dat is vrije meningsuiting en vuilspuiterij.  Wie met modder gooit, kan je alleen met modder bestrijden.  En voor wat gamen betreft, nazi-games getuigen van evenveel smaakloosheid (zag je op deze site al zo'n belabberde graphics?) als domheid.  Ze bewijzen niemand een dienst. 

---------------------

Verder klikken: www.deanforamericagame.comwww.mosnews.com/news/2004/11/02/patriot.shtmlwww.studiopopcorn.com/01-artikelen/culture/waan.html; www.theage.com.au/news/breaking-news/militant-islamic-gro...; www.underash.net/en_download.htm; www.watercoolergames.org;

www.youtube.com/watch?v=64N_R-OjoEg 

20:58 Gepost door Benedict Wydooghe in p_Politiek & Beleid | Permalink | Commentaren (1) | Tags: heil hitler |  Facebook |