12-06-07

Blogs met tetjes

Dat het internet de scheiding tussen privé en openbaar vervaagt, is duidelijk.  Werknemers boeken hun reis via de snelle internetverbindingen die zij op het werk ter beschikking hebben.  Bazen knippen een oogje toe of steken een handje toe met een trotse uitleg over het betalen met de visakaart.  De werknemer levert de tegenprestatie thuis: tot laat in de nacht achter het klavier. Niet dat dit afgesproken is, neen, het is de ongeschreven code van voor wat hoort wat. Anders ben je een profiteur.  Digitale toepassingen doen de openbare sfeer in de privésfeer overlopen en omgekeerd.  Iedereen publiceert, iedereen kan gespecialiseerde kennis raadplegen, mannen met zieke vrouwen zoeken zelf naar medische cocktails, een enkeling slaagt er in om zijn echtgenote te genezen.  Kortom, internet ondermijnt het kennismonopolie van de deskundige voor een stuk.  De depressieve cliënt van Mireille, een sociaal assistente, plaatst haar therapeutische verhalen op een blog.  Ze zoekt niet langer hulp bij haar sociaal werkster, maar ze vindt troost, steun en ondersteuning bij webmensen.  Als een goede sociaal assistente vraagt Mireille zich terecht af wat ze hiermee moet aanvangen.  Kan dit? Kan dit niet? Ondertussen sleurt haar depressieve cliënte haar kinderen mee in het depressieve en soms beschuldigende verhaal.  De frustraties worden breed uitgesmeerd.  Vraag is: moet Mireille de cliënt tegen zichzelf beschermen?  Of niet?  Of is dit een hysterisch verhaal? Wie weet?  Hysterie bereikte vroeger ook de buurt en iedereen die het horen wou. In die zin verschilt de hysterie misschien weinig met vroeger: het van hulpverlener tot hulpverlener trekken met het hysterische verhaal.  Enfin, ik ben geen psychiater.  Hier houdt mijn kennis op, ik wil enkel de discussie wat opentrekken.  Feit is dat blogs de privé sfeer in het openbare brengen.  Dagboekverhalen, reisverhalen, kindertekeningen worden zo zichtbaar voor vrienden, familie en wildvreemden.  Naaktfoto’s blijven niet langer in een oude, verborgen schuif liggen. Wie de gedigitaliseerde inhoud van zo’n schuif wil bekijken, klikt op bijvoorbeeld op www.drivenbyboredom.com/photos/polaroidproject  Op het briefje dat in de schuif steekt staat: “These Polaroids mean more to me than any of the photography I have ever done.  I started taking them when I was 19.  Each photo reminds me of a time and a place in my life.   When my apartment was burning down, I grabbed only these photos and my camera.   I have over 60 different girls and over 100 photos. I wish you could see them all, but most of them will never be seen by anyone but me.   I have permission from only a few of the girls to show this work.  These may not be the best, but I hope you enjoy them and share my appreciation for the esthetic of sleazy Polaroid photography. -Anyone who lives in the NY area and wishes to be apart of this project, please let me know.”  Het openen van de blog duurde wat lang, maar ik wist niet dat je zoveel uit een Polaroidcamera kon halen: ik moet mijn vooroordeel ten aanzien van deze camera dringend bijsturen. 

Kort nog dit...  In de jongste Jobat schrijft Dominique Deckmyn een interessante bijdrage over het bloggen. Ik vat het even samen.  De bloggersgemeenschap groeit niet meer. De blogmode is over het hoogtepunt heen. Maar verbaasd kan je hier niet over zijn.  Bloggen is hard werken en je krijgt er niets voor terug.  Er zijn echt niet zoveel mensen op de wereld zijn die dagelijks, wekelijks of maandelijks iets te zeggen of te tonen hebben.  Blogs verrijken het medialandschap, enigszins overdreven kan je stellen dat de bloggers (niet de blogs) de traditionele media overnemen.

21:52 Gepost door Benedict Wydooghe in d_1948 | Permalink | Commentaren (4) | Tags: borsten |  Facebook |