13-05-08

Wat reclame voor de collega's

Uitgeverij Acco presenteert binnenkort het boek 'Jongeren en gaming. Over de effecten van games, nieuwe sociale netwerken en educatieve kansen'.
Het boek ontkracht en nuanceert hardnekkige misverstanden rond games voor een breed publiek. Het onderwijs, ouderverenigingen, het jeugd- en vormingswerk, jongerenbegeleiders, beleid en onderzoek… Wie geïnteresseerd is kan de boekvoorstelling op woensdag 4 juni 2008, om 14 uur in het Vlaams Parlement (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel) meemaken. Bevestig je aanwezigheid aan
margo.demeyer@acco.be. Op het programma staat een inleiding door de directeur viWTA Robby Berloznik en een toelichting van Stefaan Pleysier. Het beste, namelijk de receptie (en gelegenheid tot interviews ) is op kosten van acco vermoed ik.

Voor de freaks geef ik nog het ISBNummer en de kostprijs van het boek: 978 90 334 7031 8.  € 29,50, het is een koopje voor ca. 192 blz. 
Wie deze blog wat volgt kent de auteurs intussen al. Het gaat om EVELIEN DE PAUW, criminologe en onderzoekster bij het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid (KATHO-Ipsoc), STEFAAN PLEYSIER, coördinator van het Expertisecentrum, JAN VAN LOOY, postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Umeå in Zweden en Digital Arts & Entertainment (HOWEST-PIH) en professor RONALD SOETAERT (Universiteit Gent). Wil je de, naar mijn mening, schitterende kaft s bekijken, klik dan maar op http://www.katho.be/ipsoc/emv/publicaties/acco_boekvoorstelling.pdf.

20:22 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (2) | Tags: publicatie games vooroordelen misverstand |  Facebook |

19-12-07

UPlay2, presentaties

De presentaties van de studiedag U play 2 staan op de website van het departement 

www.cjsm.vlaanderen.be/e-cultuur/studiedagen/gaming/index.html#programma. 

10:24 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ict, onderzoek, gamen |  Facebook |

08-11-07

De Web 2.0-generatie

Vandaag twee boeken besteld bij onze bibliothecaris. Tom De Bruyne van i-merge verkent in het boek Smakers, Jongeren en cultuur 2006 hoe jongeren met interactieve media omgaan, welke plaats deze hebben in hun leven en wat organisaties hieruit kunnen leren om met die jongeren te communiceren.  In het artikel 'De Web 2.0-generatie' schrijft hij dat de 12- tot 25-jarigen de eersten zijn die zich de wereld niet meer kunnen voorstellen zonder computer én internet. De impact laat zich gelden op zowat elk facet van hun identiteit en in hun sociale contacten. Voor zover de jongere al bestaat, maakt die geen onderscheid tussen fysiek en electronisch contact. Deze Web2.0 generatie aarzelt niet om interactieve media te gebruiken: actief participeren, zelf produceren van inhoud en media, communiceren en connecteren. Het volledige artikel vond ik op www.cultuurnet.be/front/downloadDocument.jsp?id=176876. De Bruyne is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. Hij is samen met Agnetha Broos de de auteur van het boek 'Van stedelijke website tot digitale stad.' Hierin presenteren beiden internettrends die aan belang winnen.  Een stedelijke of gemeentelijke website kan immers meer zijn dan een dienstenoverzicht.  Het boek verkent hoe een digitale stad vorm krijgt: weblogs, jongerensites, seniorencommunities, buurtwebsites, softwareondersteuning voor verenigingen,...  Misschien interessant voor de uitbouw van digitaal Kortrijk?

15:09 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-03-07

Zinloos geweld

Humo en De Standaard staan vandaag bol van het thema jongeren en geweld.  Verschillende onderzoekers, journalisten en politici concentreren zich op het thema zinloos geweld. Interessante en kritische auteurs zijn Cathy Brolet en Maarten van Dijkc.  Brolet is criminologe aan de VUB en stelt het concept ‘zinloos geweld’ terecht in vraag. Van Dijck, historicus aan de Universiteit Antwerpen vraagt zich of waarom geweld de laatste decennia steeds meer de krantenkoppen haalt, niettegenstaande het interpersoonlijk geweld sinds de Middeleeuwen daalt.

Van beiden lazen we bijdrages in De Morgen en De Standaard. Vandaag is Brolet aan het woord in Humo en een paar dagen terug verscheen een bijdrage van Van Dijck op Liberales. Van Dijck: “Vreemd genoeg behoren verstedelijking, een doorgedreven individualisering en de opkomst van de publieke ruimte tot de belangrijkste redenen voor de afname van het geweld. Als historicus is het vreemd te constateren dat de huidige geweldsuitbarstingen net aan die factoren worden toegeschreven. De hoge verstedelijkingsgraad van de Nederlanden was bijvoorbeeld één van de redenen waarom gewelddadig gedrag in onze streken al sinds de Middeleeuwen sterk terugliep. Dat had te maken met de alomtegenwoordigheid van de publieke ruimte in stedelijke leefomgevingen. Doordat mensen in steden letterlijk dicht op elkaar leefden, was de sociale controle er veel groter dan op het platteland. Hetzelfde gold voor de aanwezigheid van openbare plaatsen in steden: pleinen, winkelstraten en marktplaatsen zijn typisch stedelijke ruimtes en vergrootten in het verleden de sociale controle. Het is dus niet zo dat verstedelijking altijd en overal geweld in de hand werkt, integendeel, in onze Europese steden was de drempel voor geweldpleging veel hoger door de grotere sociale controle. (…) Ook het opkomende individualisme hoeft niet meteen met de vinger gewezen te worden om ‘geweldexplosies’ te verklaren. (…)  Slechts één ding kan met zekerheid worden geconcludeerd: de gevoeligheid voor geweld is kleiner dan ooit en de publieke opinie pikt agressieve uitschuivers absoluut niet meer, misschien maar best ook” aldus Maarten van Dijck.

---

Eens goed lachen met een portie fictief geweld, ter relativering van het bericht van gisteren?... kijk maar eens hiernaast/hieronder op Urban Chaos & Tiny Tim (wie ziet de verwijzing naar 9/11?) www.youtube.com/watch?v=srZKQoyP17A&NR, www.humo.be/cps/rde/xchg/humo/hs.xsl/DezeWeek_index_Jonge... & http://www.liberales.be/cgi-bin/showframe.pl?essay&va....

21:40 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-03-07

Philip Dutrés les voor de 21ste eeuw

Op 26 februari gaf Philip Dutré (computer graphics, KUL) een bijzonder boeiende lezing met als titel Computer Graphics. De zoektocht naar digitaal visueel realisme. Althans, dat ‘bijzonder boeiende’ schrijf ik er eigenhandig bij, want ik miste de lezing. Jammerlijk. Maar boeiend was ze zonder twijfel. Ik ken Phils stijl en vertelkunst. Zijn lezing kadert in ‘Lessen voor de eenentwinitigste eeuw’, een prestigieuze KULeuven-reeks. Voor de gelegenheid komt Phil Dutré naar ‘Game over’ om er zijn lezing overnieuw te doen. Daar zal ik herkansen.
Dutré4
Hij beantwoordt drie vragen waarvan het antwoord vooruitblikt in de tijd. Eerst en vooral heeft hij het over de impact van de Wet van Moore. Die wet stelt dat de grootte van een computerchip om de twee jaar halveert en dat de computersnelheid in dezelfde tijd verdubbelt. Gevolg is dat de programmacomplexiteit snel verhoogt. Programma’s met een lange ontwikkelingstijd worden dus ontwikkeld naar de toekomstige hardwarenormen en dat eist van de softwareontwikkelaar een sterk vooruitdenken. Vervolgens bekijkt Dutré het genereren van een fotorealistisch beeld: de wiskundige beschrijving van de driedimensionale scène via veelhoekmodellen, het renderen via stochastische ray tracing en de displayweergave via tone-mapping. Tenslotte focust hij op het geloofwaardig en consistent samenbrengen van reële en virtuele elementen in computerbeelden. Wat theoretisch eenvoudig is, is praktisch zeer moeilijk… 

Het is duidelijk dat Philip Dutré weet waarover hij spreekt. Hij is niet de eerste de beste op het vlak van computer graphics. Hij behoort tot de Generatie X die opgroeide met Atari en Commodore 64, de generatie die aan het woord is in de documentaire 8 bit (waarover later meer). We lezen even mee in Dutrés dagboek uit het vijfde middelbaar.

During my fifth year in high school (1982-1983), the first personal hobbycomputers just became available on the mass-market here in Belgium. There was one lucky guy in high school who owned an Apple II, but the rest of us still had to wait a year before we all bought our TI-100, Commodore 64 or ZX-Spectrum. In the mean time, I used to hang out in the laboratory for Applied Mechanics and Energy Conversion, where my dad was employed as professor (thermodynamics, nuclear physics, ... that kind of stuff). That's where I learned FORTRAN, using the book written by Daniel McCracken (1965). Some of the grad students there said, that if I read and completely understood this book, I would know everything about programming 'real' computers. So, I used to carry this book around during the next few weeks. During one of the study-hours in high school (when we were supposed to study and make our homework), I was reading this FORTRAN book. One of the supervisors saw this, and commanded me to put it away, saying it wasn't homework and I would better study math. I said, that in order to understand this book, you had to understood math first, but obviously, he didn't get the point. That was, of course, before the first computers were bought by our school. In my last year of high school (1983 - 1984), I acquired a ZX-Spectrum. This small hobbycomputer gave me endless hours of programming pleasure. Even now, I can still recite some of the PEEKs and POKEs needed to get the most out of that machine. During that time, I also wrote an adventure game, with the not so original title Lord of Darkness. It was published in ZX-Computing. (...) This was also my first try at computer graphics...”  Word jij niet nostalgisch bij het lezen hiervan?

------

Het volledige programma Lessen voor de XXI eeuw (dertiende editie) op www.hiw.kuleuven.be/ned/lessen/programma.htm.

22:00 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-02-07

Jan Van Looy’s Promise of Perfection

jan van looyErgens tussen Lichtervelde en Torhout , op een donkere binnenweg, luister ik naar Mekka op de autoradio.  Het StuBru avondprogramma heeft veel aandacht voor de gamewereld.  Die avond is een jonge gast met een zachte stem object van interview.  Aan het woord is Jan Van Looy die als germanist het eerste doctoraat schreef in België over gamen. Het moet na zevenen zijn en een presentatrice stelt kritische vragen.  Jan weerlegt en relativeert de gesuggereerde verbanden tussen games en geweld met stijl.  Ik stop de wagen noteer zijn naam op een kladje.  Een interessant figuur.  'Moeten we beslist richting Kortrijk halen.'  

Later kom ik zijn naam tegen in de programmabrochure van het ’t Stuk in Leuven.  Van Looy zal er zes weken lang doceren over ‘The promise of perfection’, de titel van zijn doctoraat.  Na overleg met vrouw en baas schrijf ik me in voor de cursus.  Tijdens de eerste sessie vraagt hij wie een exemplaar van zijn doctoraat wil.  De cursisten tekenen vrijwel allemaal in.  Een week later loop ik met het handige boekje trots onder mijn arm en ik toon het aan iedereen die het zien wil.  Een historisch document voorwaar!  De conclusies?  Wel, één: spelthema’s zijn in grote lijnen dezelfde als dertig jaar terug, twee: het economische belang van de game-industrie groeit en drie: in België heerst er een wantrouwen tegenover games. 

 

1.  Games bestaan een halve eeuw.  De hoofdthema’s tekenen zich af in de jaren zeventig: actie, strategie, puzzel en simulatie.  

2.  Het economische en technologische belang neemt fors toe. Vorig jaar groeide de entertainmentsector in België 3,5 procent.  Muziekdownloads (+93 procent) en tv-reeksen op dvd (+33) zijn de sterkste groeiers.  De jonge gamemarkt (pc- en consolegames) vergroot haar aandeel in de ‘Home entertainmentmarkt’ met 10 procent. Het best verkochte spel van 2006 is ‘Fifa 2007.’  In zekere zin wordt de game-industrie stilaan vergelijkbaar met de filmindustrie.  Bovendien is er een interactie. Computeranimaties komen even realistisch over als in een film.  Omgekeerd neemt de film technieken over uit computerspelen. Een voorbeeld is de ‘bullet time scène’ uit de eerste Matrix. 

3. Van Looy stelt vast dat er een wantrouwen heerst tegenover games. De publieke opinie sabelde ‘Bully’ neer als onverantwoord voor het in de rekken lag.  Hij vergelijkt het huidige wantrouwen met de achterdocht tegenover jazz, flipperkasten, tv en rockmuziek.  Deze kunst- of spelvormen gebruiken nieuwe technologieën en veroorzaken ‘morele paniek.’ Nochtans zijn spelletjes een cultureel antwoord op een menselijk verlangen.  Enerzijds wil de mens de werkelijkheid vatten in kwantitatieve modellen. Een game is niets meer dan een wiskundige realiteit. Anderzijds laat een spel een fictieve wereld toe. Films en boeken doen dat ook, bij een game is je betrokkenheid groter. Als speler neem je een andere identiteit aan in de veilige virtuele wereld, je probeert nieuwe dingen uit zonder risico en je komt in het reine met verlangens of angsten.  

Ten slotte besluit Jan Van Looy dat België nauwelijks meedraait in de game-industrie, en dat is jammer en zelfs moeilijk te verklaren voor een land met een lange traditie in de beeldcultuur en het stripverhaal.  Nederland kent deze traditie niet maar heeft een tiental grote gamestudio’s. Daar is het computerspel als studieobject aanvaard, terwijl men hier zoekt om deze kunst- of spelvorm onderdak te geven.

 

--------------

In folio:  VAN LOOY J.  The Promise of Perfection.  A Cultural Perspective on the Shaping of Computer Simulation and Games.  Onuitgegeven proefschrift, Leuven, 2006, 317 p.  Digitale synthese:  www.kuleuven.be/nieuws/berichten/2006/pb20_04_2006.htm, over de industrie lees je op www.hetvolk.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=DMF08022007_... en via http://www.stubru.be/stubru_master/programmas/mekka/gamep... beluister je de recentste gamingbijdrages. 

22:31 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (1) | Tags: jan van looy |  Facebook |

23-02-07

Film als collectief (onder)bewustzijn (Bis)

Eerder had ik het over ‘de culturele erfenis van Don Corleone’; over hoe niet alleen het brede publiek door The Godfather een beeld kreeg van de Italo-Amerikaanse peetvader en zijn maffiaclan, maar ook de maffiosi zelf gretig dit beeld –hun beeltenis- absorbeerden in een eigen way of life. Een beeld, aldus Puzo, grotendeels ontsproten aan zijn natte vinger. Als anekdote is het bijzonder illustratief: het duidt op de dunne grens tussen fictie en realiteit, en het aftasten van die grenzen in beide richtingen. Maar het heeft ook te denken over de wankele basis waarop ons collectief bewustzijn soms rust, en de rol die film en media hierin kunnen vertolken. fifa98_real vs barcaOver dit laatste, en meer, komt Karel Vannieuwenhuyse iets vertellen; onder de titel “La trahision de l’image”, brengt hij ‘een pedagogisch-didactische benadering van historische bronnenkritiek op audiovisuele producten’. Karel Vannieuwenhuyse is doctor in de geschiedenis, en verbonden als praktijklector aan de Academische Lerarenopleiding Geschiedenis van de K.U.Leuven, en leerkracht secundair onderwijs aan het Sint-Jozefsinstituut Handel en Toerisme in Brugge.

Maar Karel is ook degene waarmee ik op kot in Leuven uren en dagenlang Fifa ’98 speelde; een voetbalgame die tot op de dag van vandaag voor mij, en allicht voor een hele generatie, onlosmakelijk verbonden is met ‘Song 2’ van Blur. ‘Song 2’ staat in ons collectief bewustzijn permanent en onomkeerbaar geassocieerd met Fifa ’98. Hoor ik het, dan roept het spontane en bijzonder visuele herinneringen op aan de vele legendarische duels tussen Barca en Real, in het Camp Nou van Karel’s minimalistisch ingerichte kot; zo spelen ze de dag van vandaag niet meer.  Maar aan Blur, neen… (en ik hou nochtans van Damon Albarn; Blur was goed, en Gorillaz is een fantastische –virtuele- band).

Tot op zekere hoogte, maak ik me de bedenking, geldt eigenlijk hetzelfde voor filmmuziek. Sommige songs zijn in ons collectief bewustzijn primair en onvoorwaardelijk verbonden met een film, of een filmfragment, veeleer dan met de originele uitvoerder. ‘Stuck in the middle’ roept ongetwijfeld bij een groot publiek herinneringen op aan de fameuze ‘oor-scene’ uit Reservoir Dogs. Kennen we het origineel? Zelfs -durf ik het te zeggen?- de eerste toonaarden van Wagner’s ‘Die Walküre’ zijn, bij mij althans, eerder verbonden met de Huey helikopters op weg naar een Vietnamees dorpje –Apocalypse Now-, dan met… Wagner zelf. ‘Son of a Preacher man’ of ‘BangBang’: respectievelijk Pulp Fiction en Kill Bill. Dusty Springfield en Nancy Sinatra? Helaas… En dan vergeet ik nog ‘Eye of the Tiger’, ‘Always look on the bright side of life’,…

Misschien om af te sluiten, nog wat anekdotiek: In april 2006 werd Cosa Nostra 'peetvader' Provenzano, gearresteerd (in Corleone overigens). Tijdens de verhoren bekende hij een voorliefde voor de filmmuziek van The Godfather, die hij, pittig detail, op walkman beluisterde, om zichzelf niet al te verdacht te maken bij buren en omstanders.

sp

------------------

Intro Fifa ’98 (‘Song 2’, Blur): http://www.youtube.com/watch?v=uCJ4RuBROcUGorillaz: http://www.gorillaz.com/flash.html.

 

22:31 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-02-07

Even erudiet als Steven Malliet?

StevenMallietSteven Malliet, assistent van Gust De Meyer (Blog 7 februari 2007) doctoreert op gamen.  Wat een thema!  Even bellen suggereerde Gust.  Via Google vindt ik snel Stevens nummer aan de Leuvense universiteit.  De mevrouw aan de lijn, vertelt me dat Steven daar niet meer werkt.  Dat zei Gust De Meyer ons niet, denk ik bij mezelf.  Steven werkt thuis aan zijn doctoraat’ klinkt het.  Of ze een privé-nummer wil doorgeven?  Geen probleem.  Op de gsm van Steven klinkt een antwoordapparaat.  Druk aan het werk, diep met het hoofd in de tekst?  Waarschijnlijk.  Je schrijft niet elk jaar een doctoraat.  Als ik even later opnieuw probeer, neemt hij het mobieltje binnen de twee tonen op.  Ik stel mezelf voor, doe hem de groeten van Gust en vertel over het project.  Steven is niet alleen snel enthousiast, hij lijkt bovenal blij om iemand te horen.  ‘De laatste loodjes van een doctoraat wegen het zwaarst’ puft hij.  ‘Ze hadden me dat voorspeld, nu ervaar ik het.’  Of hij tijd heeft voor een congres?  No prob, graag.  Daar zie je nog eens iemand.  In quasi geen tijd presenteert een mail twee actuele thema’s.  Enerzijds wil hij het graag hebben over de inleving in virtuele karakters, anderzijds daagt hij de game-effect-theorie-vorming uit voor een nieuwe aanpak. 

 

Inleving in een virtueel karakter

Over de inleving bestaan veel theorieën.  Ze benadrukken karakteridentificatie en drukken het spanningsveld uit waarin de gamer actief is (het personage is een verlengde van de gamer) of passief de actie ondergaat (het personage is een wezen buiten de speler). Het feit dat spelers zowel in de eerste (‘ik versloeg de baas') als in de derde persoon ('toen ging Lara naar de crypte') spellen beschrijven, illustreert dit.  Op basis van diepte-interviews met Vlaamse gamers vond Steven dat dit spanningsveld zich op drie vlakken manifesteert: moreel (waar neemt de speler zijn moraal mee, en waar doet hij dingen die hij in het echt niet doet?), sociaal (waar gelooft de speler in de echtheid van andere spelers terwijl hij weet dat ze ook een rol spelen?) en persoonlijk (waar is een speler trots bij wat hij bereikt terwijl hij weet dat het spel onecht is?).  Een buitengewone en brede kijk op ‘de inleving’. 

 

Uitdagingen voor de effect-theorie

Onderzoek naar de speleffecten spitste zich vooral toe op de vraag: 'wat is het effect van /veel en langdurig/ gamen op gedrag en attitudes?' Uit het onderzoek van Steven Malliet blijkt een andere vraag minstens even belangrijk: 'wat is het effect van /heel intensief en gedreven/ gamen op gedragingen en attitudes.' Eén van de voornaamste resultaten is dat niet de hoeveelheid tijd die iemand speelt voorspellend werkt ten aanzien van bijvoorbeeld de houding ten opzicht van geweld, maar vooral, de mate waarin iemand in een spel opgaat en de de grens tussen spel en realiteit kan trekken. Mensen die veel spelen maar de grens tussen fictie en feit trekken, vertonen geen grote effecten, terwijl omgekeerd, er significante effecten zijn bij wie minder speelt maar het als realistisch ervaart.  Bevindingen die een nieuw licht werpen op de effecten van videogames... 

 

Verder lezen: Avond der verontruste ouders: www.gamezonedesingel.be/site/content/specials.asp  

Gameanalyse: http://soc.kuleuven.be/onderwijs/pop/videogames/GAMESANAL...

Film en game: www.gamezonedesingel.be/site/content/gamezone_movies.asp

Invloeddiscussie: www.zattevrienden.be/forum/hebben_games_een_slechte_invlo...

23:57 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-02-07

Film als collectief (onder)bewustzijn

garcia

In het artikel ‘De culturele erfenis van Don Corleone’, verschenen in Justitiële Verkenningen, wordt op een bijzonder fascinerende manier de dunne grens tussen fictie en realiteit in de misdaadfilm en het maffiagenre blootgelegd. Bovenkerk en Husken, de auteurs, betogen hoe met name Mario Puzo zijn boek The Godfather (1969), en de gelijknamige verfilming ervan door Francis Ford Coppola (1972 en 1974), bij het brede publiek en de publieke opinie een beeld creëerde van de 'typische peetvader’ en de Italiaans-Amerikaanse familieclan. In het verlengde van deze mijlpaal liggen ook Once upon a time in America (1984), The Untouchables (1987), Goodfellas (1991),…

Komisch is echter dat met name Puzo, als ‘peetvader’ van ons collectief bewustzijn over de maffia, in zijn latere Godfather papers (1972), onthulde dat hij zijn epos eigenlijk schreef ‘zonder veel kennis van zaken’ en veel had verzonnen. “De auteur kwam zelf wel uit een Italiaans-Amerikaans milieu, maar een ‘real honest-to-god gangster’ had hij nog nooit ontmoet. Ook de aanduiding Godfather voor de patriarch van de familie was aan de fantasie van de schrijver ontsproten” (Bovenkerk & Husken, 2005:15). Het misdaad- en maffiagenre dat ontstond in het kielzog van The Godfather voegde zich naar de bestaande stereotypen, en zette zich zo vast in ons collectieve bewustzijn.

Maar hilarisch is pas dat blijkbaar ook de misdadigers, de maffiosi, die ‘real honest-to-god gangsters’, zich naar het rolmodel geschetst in de stereotypen, gaan gedragen. Bovenkerk en Husken nemen ons mee naar de misdaadscène in Melbourne, Australië, waar ze opvallend veel invloeden uit de Amerikaanse maffiafilm ontwaren. Uit de bloemlezing beperk ik mij tot slechts een paar illustraties: “Gangitana ging door het leven als de plastic godfather en hij kleedde zich naar Robert De Niro. Graham ‘The Munster’ Kinniburgh, de onbetwiste nummer twee van de boeventoptien, kopieerde de levensstijl van Marlon Brando in The Godfather. De beruchte Nik Radev stond bekend om zijn scherpe Italiaanse kostuums. Bij zijn huwelijk had hij eenzelfde outfit als Al Pacino in Scarface aangetrokken: een wit kostuum met daaronder een fel rood hemd dat ver openstond. (…) Mario Condello staat bekend om zijn keuze voor de maffia chic van de Sopranos” (Bovenkerk & Husken, 2005:22). Fictie wordt naar een geselecteerde werkelijkheid gefabriceerd en de werkelijkheid volgt de verbeelding. Maar, ze schieten wel met echte kogels…

Zat ik in de sector, dan was mijn rolmodel Jimmy ‘The Saint’ (alias Andy Garcia) uit Things to do in Denver when you’re dead…

 

sp

 

Het volledige artikel is terug te vinden op: www.wodc.nl/images/JV0504%20Bovenkerk_tcm11-66459.pdf  

 

21:45 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-02-07

E-risico // E-plezier?

RepresentatiefEr wordt tegenwoordig nogal wat onderzocht omtrent internetgedrag in het algemeen en gamen specifiek.  Over de onderzoeksmethoden valt vaak veel te zeggen, maar uiteindelijk zijn het de resultaten - en niet de wijze waarop de resultaten tot stand kwamen - die in het oog springen.  Uit een onderzoek van Insafe (koepel Europese Saferinternetplatformen) bij 12.000 (ja, je leest het goed, 12.000!) min 18 jarige Europeanen, blijkt dat 56 procent details uit zijn privéleven doorgeeft op sites, 43 procent gaat in op chatverzoeken van onbekenden en 8 procent geeft bankkaartgegevens vrij.  ‘Dit is risicogedrag' waarschuwt Childfocus, mede-onderzoeker.  Adviesbedrijf Deloitte onderzocht de doeltreffendheid van de courante filters bij Europese ouders en leerkrachten.  Die studie wijst op succesfiltering bij Engelstalige websites.  Het succes daalt bij niet-Engelstalige sites.  Wie deze berichtgeving Latijn of Chinees vindt, klikt de kortfilm ‘Waar is Chris’ aan.  Die doet wel een frank vallen… www.digibewust.nl/_Waar_is_Chris__.   Leuker was het korte bericht (zonder veel referentie) vanmorgen in het Laatste Nieuws.  Vrouwen die vaak computerspelletjes spelen, blijken meer seks te hebben dan vrouwen die nooit gamen."  Dit blijkt uit een enquête die Breeze hield onder 200 vrouwen. Ja, opnieuw, je leest het goed: 200!  De onderzocht groep is enigzins kleiner dan bij het voorgaande onderzoek, maar de resultaten zijn minstens even straf.  (En trouwens, waarom enkel bij vrouwen?)  "Vrouwen die verslingerd (let op het woordgebruik, bw) zijn aan computerspelletjes hebben gemiddeld 4,3 keer per week seks.  Vrouwen die niet gamen zouden slechts 3,2 keer per week vrijen.  De vrouwen hoeven daarom nog geen doorwinterde gamers te zijn: het merendeel van de ondervraagde vrouwen zei dat ze pas sinds kort met gamen begonnen.”  De thema's representativiteit, gender en suggestief woordgebruik zullen we best hier niet behandelen zeker?   En, trouwens, hoe doe je dat, of wat betekent 3,2 keer seks per week?

 

Bronnen en verder lezen: De Tijd, 9 februari 2007, www.saferinternet.bewww.sip-bench.eu/index.html,  www.web4me.be/index.php?language=nl  en www.hln.be/hlns/cache/det/art_379360.html?wt.bron=RSS.

20:30 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) | Tags: seks, prive, privegegevens, risicogedrag |  Facebook |

10-02-07

Gamen voor een heldere kijk

unreal-tournament-2007

Wetenschappers van de universiteit in het Amerikaanse Rochester lieten twee groepen studenten één uur per dag gamen. De ene groep speelde Unreal Tournament, een complex schietspel waarbij de reactiesnelheid uiterst belangrijk is. De andere groep mocht met het simpelere puzzelspel Tetris aan de slag.

Na dertig uur spelen werd het gezichtsvermogen van de proefpersonen getest. Bij de Tetris-spelers was geen verbetering merkbaar, maar de andere groep scoorde 20 procent hoger.

"Zulke actiespelletjes wijzigen de manier waarop onze hersenen visuele informatie verwerken", zegt professor Daphne Bavelier. Onze hersenen worden tot de limiet gedwongen en een getraind brein profiteert daarvan in het dagelijkse leven".

sp

(Bron: De Standaard, 10 februari 2007 en www.rochester.edu/news/show.php?id=2764)

16:54 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-02-07

De slechte smaak van Gust De Meyer

GustDeMeyer

 

Niet dat de ouders soms al niet proberen hun kids bij te benen.  Gevreesd mag worden dat zij nooit de digitale taal zullen spreken waarmee de kids opgroeien." 

 

Op 18 oktober 2006 geeft Gust De Meyer een lezing aan de Vrije Universiteit van Brussel over games en geweld.  Als geïnteresseerden ter zake zijn Stefaan Pleysier en ik bij de vroege inschrijvers en en trekken we nu met de trein naar Elsene met onder onze arm een pak kranten.  In het Belang van Limburg lezen we een artikel over Bully, het spel waar iedereen al een mening over heeft, nog voor het uit is. 

Tussen een handvol VUB-studenten laten we ons boeien door de professor populaire cultuur.  Tijdens de lezing maakt De Meyer er gebruik van om zijn boek ‘De beste smaak is de slechte smaak’ voor te stellen.  Het boek verwijst zowel in de inhoud als in de titel naar Steven Johnsons ‘Everything bad is good for you’ waarin Johnson stelt dat game en film niet dommer maken, integendeel.  Deze media stimuleren het brein.  Dit is een ander verhaal dan wat we gewoon zijn.  Negatieve beïnvloeding door mediageweld en –seks staat veel meer in de kijker.  Gust De Meyer stelt tijdens het college overtuigend dat we beter worden van populaire cultuur.  Tegelijk past hij het onderzoek van zijn collega toe op Vlaanderen.  Op de achterflap van zijn boek en binnenin schrijft hij onomwonden “het blijkt inderdaad dat de beste smaak van de slechte smaak is, als we ons (…) concentreren op de complexiteit van de hedendaagse populaire cultuur.” 

Na afloop van het college zoeken Stefaan en ik De Meyer op en vragen we hem of hij geen zin heeft om de lezing in Kortrijk te geven.  Ons bewust dat we eigenlijk met de deur in huis vallen, vertellen we hem van het congres en het opzet.  Maar De Meyer reageert zeer enthousiast en heeft niet veel nodig om overtuigd te worden.  Bovendien geeft hij ons een tip.  Zijn assistent Steven Malliet werkt  aan zijn doctoraat rond games.  Misschien straks eens bellen naar Steven?  Wat denk je Stefaan? 

 

In folio:  DE MEYER G.  De beste smaak is de slechte smaak.  Populaire cultuur en complexiteit.  Acco, Leuven, 2006, 260 p.  

Digitaal:  DE MEYER G.  De socio-culturele betekenis van Pac-Man.  Naar aanleiding van 25 jaar Pac-Man en 50 jaar Namco.  www.kapingamarangi.be/downloads/pacman.pdf, 2006, 6 p.

 

 

11:18 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

03-02-07

Phil Dutré doet mee!

PD

Een van de eerste mensen die reageerde op onze oproep om een lezing te geven rond het thema 'games, film en geweld' was Phil Dutré.  Professor, dr. ir. Philip Dutré van het Computer Science Departement (Computer Graphics) is niet de meest evidente spreker voor wat betreft een 'sociale benadering' van het thema, maar als technicus verzorgt hij binnenkort een lezing in het kader van 'Lessen voor de 21ste eeuw'. 

Ik ontmoette Phil op een cursus die gedoceerd werd door Jan Van Looy, een jonge doctorandus die het eerste doctoraat over gamen schreef.  Voor Phil was de cursus rond gamen naar zijn eigen zeggen een "vorm van ontspanning."

Zie: www.cs.kuleuven.be/~phil en http://phildutre.blogspot.com/

 

00:31 Gepost door Benedict Wydooghe in w_Wetenschap | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |